Recensie

Op Paaseiland ziet Zwier de duinen van Texel opdoemen

Elk boek over Paaseiland bevat onontkoombaar een woord als ‘mysterie’ of ‘geheim’ in de titel. Alleen al daarom is het nieuwe reisboek De omweg naar Paaseiland van Gerrit Jan Zwier (1947) een verrassing. Onder de nuchtere titel gaat een bijzonder verhaal schuil, waarin Zwier het legendarische Paaseiland probeert te doorgronden.

Een groot deel van het boek bestaat uit omtrekkende bewegingen van antropologische, historische en literaire aard. Zwier beschrijft de ontdekking van Paaseiland op Paaszondag 1722 door de Nederlandse zeevaarder Jacob Roggeveen.

Met de naam Paaseiland zijn veel meer avonturenvertellers verbonden, onder wie antropoloog Thor Heyerdahl van het befaamde vlot Kon-Tiki en schrijver Bruce Chatwin. Ze komen samen in een heerlijke literaire waaier. Deze omtrekkende bewegingen werken in Zwiers boek als een teaser: als Paaseiland een wereldwonder is, dan wil je daar snel naartoe.

Het raadsel van Paaseiland omvat de beeldhouwwerken met de kenmerkende grote, lange gezichten, opgesteld langs een kraterwand. Hoe zijn die uit vulkanische steen gehouwen beelden daar terechtgekomen? Wat is de precieze religieuze betekenis ervan? Echte zekerheid krijgen we niet, nog steeds tasten reizigers en wetenschappers in het duister. Wel is het zeer waarschijnlijk dat de honderden beelden, langs de rand van het eiland, voorouders vereren en als beschermengelen dienen.

Zwier noemt zichzelf een romanticus met ‘verlangen naar aardse paradijzen’, maar dat betekent nog niet dat je er telkens aan moet toegeven. Al is de lyrische Büch het grote voorbeeld, Zwier laat zich niet door hem meeslepen.

Ondertussen maakt Zwier, dolend over Paaseiland, in gedachten een uitstapje naar Texel. Daar vond hij op een dag een paasbeeld, een moai, identiek aan de beelden op Paaseiland. Hij gaat erachteraan en ontmoet de beeldhouwer, die zijn inspiratie inderdaad op Paaseiland opdeed. Deze omweg naar Texel is kenmerkend voor dit reisboek: waar Zwier ook is, telkens zoekt hij nieuwe uitwegen, in de literatuur, antropologie en zelfs op Texel. Dat geeft zijn reisliteratuur een aparte bekoring.