Nederlanders weer vaker op vakantie, maar in eigen land

Terreurdreiging is voor Nederlanders de belangrijkste overweging bij het kiezen van een vakantiebestemming.

Het strand in Oostkapelle. Foto Bas Czerwinski/ANP

Nu de economie in Nederland zich herstelt, gaan Nederlanders weer vaker op vakantie. Wel blijkt uit cijfers van onderzoeksbureau NBTC-NIPO dat we steeds vaker in eigen land op vakantie gaan. Daarbij is terreurdreiging de belangrijkste overweging bij het kiezen van een vakantiebestemming.

Het afgelopen jaar gingen Nederlanders in totaal zo’n 35,5 miljoen keer op vakantie, een stijging van ruim 1 procent ten opzichte van 2015. De stijging is te danken aan het aantal vakanties in eigen land: die namen met 3 procent toe naar een totaal van 17,6 miljoen. Het aantal vakanties in het buitenland nam juist licht af, met 1 procent, naar 17,9 miljoen. De vakantiebestedingen daalden licht, met zo’n 250 miljoen euro ongeveer 2 procent, doordat mensen in eigen land minder geld uitgeven dan over de grens. In totaal besteedden Nederlanders 15,7 miljard euro op vakantie in 2016.

In opdracht van het ministerie van Buitenlandse zaken keek NBTC-NIPO, dat jaarlijks cijfers over vakanties publiceert, naar de overwegingen die een rol spelen bij de keuze voor een vakantiebestemming. Voor 45 procent van de Nederlanders is terreurdreiging belangrijk. Pas daarna volgen gezondheid, criminaliteit, de politieke situatie, risico op natuurgeweld en het risico op verkeersongelukken.

Spanje profiteert

Ongeveer 12,8 miljoen Nederlanders gingen het afgelopen jaar een of meerdere keren op vakantie, circa 100.000 meer dan het jaar ervoor. De populairste vakantiebestemming blijft Duitsland, gevolgd door Frankrijk en Spanje. In Nederland zijn de badplaatsen aan de Noordzee het populairst.

Nederlanders gingen in 2016 echter veel minder op vakantie naar Turkije en Griekenland. De politieke onrust en de terreurdreiging in Turkije en de vluchtelingencrisis die speelt in Griekenland zorgden ervoor dat het vakantiebezoek in beide landen afnam met bijna 30 procent. Met name Spanje, maar ook Kroatië en Sicilië profiteerden daarvan.