Nabestaanden aanslagen Parijs en Brussel klagen Twitter aan

De nabestaanden stellen dat Twitter de terroristen “een uniek en krachtig communicatiemiddel” gaf dat hen hielp de aanslagen voor te bereiden en uit te voeren.

Foto: Leon Neal / AFP

Nabestaanden van de aanslagen in Parijs en Brussel klagen Twitter aan om nalatigheid bij het voorkomen van de verspreiding van terroristische propaganda. Familieleden van de slachtoffers eisen een nog nader te bepalen schadevergoeding van het sociale netwerk, zo bericht het Belgische persbureau Belga.

De Amerikaanse weduwe van de Nederlander Alexander Pinczowski, die bij de aanslag op vliegveld Zaventem in maart 2016 bij Brussel om het leven kwam, beschuldigt Twitter ervan het communicatiekanaal van Islamitische Staat te zijn. Familieleden van een Amerikaanse vrouw die bij de aanslagen in Parijs in november 2015 werd vermoord hebben zich bij de zaak aangesloten. De zaak, die in New York is aangespannen, stelt dat Twitter de terroristen, die handelden namens IS, “een uniek en krachtig communicatiemiddel” gaf dat hen hielp de aanslagen voor te bereiden en uit te voeren. De nabestaanden zijn van oordeel dat Twitter daarmee de Amerikaanse antiterreurwetgeving overtreedt.

Eerdere zaken

Eind december spanden nabestaanden van de terreuraanslag op een nachtclub in de Amerikaanse stad Orlando ook al een rechtszaak aan tegen Twitter vanwege het faciliteren van terroristische propaganda. Die zaak, die eveneens tegen Facebook en YouTube gericht is, werd in Detroit aangespannen en beschuldigt de drie techbedrijven ervan IS bewust en roekeloos te hebben voorzien van accounts voor het verspreiden van extremistische propaganda, het inzamelen van geld en werven van nieuwe rekruten.

Een eerdere soortgelijke zaak tegen Twitter, die was aangespannen door nabestaanden van twee Amerikanen die in 2015 door IS zijn vermoord in Jordanië, werd door een federale rechtbank in de VS in augustus vorig jaar niet ontvankelijk verklaard. Volgens de rechtbank was er onvoldoende bewijs dat de moordenaar geradicaliseerd zou zijn door materiaal dat via sociale media was verspreid.

Maatregelen

Sociale netwerken liggen steeds vaker onder vuur omdat ze onvoldoende maatregelen zouden nemen om onlinerekrutering en -radicalisering tegen te gaan. In 2016 uitte de Europese Commissie regelmatig scherpe kritiek op techbedrijven die te weinig zouden doen om haatzaaien tegen te gaan. Ook in de Verenigde Staten groeide de kritiek en riep de FBI Facebook en Twitter op maatregelen te nemen tegen het kweken van ‘homegrown jihadists’. Twitter haalde in reactie op kritiek vorig jaar al meerdere keren in totaal honderdduizenden accounts offline die ervan verdacht werden banden te onderhouden met IS.

In december presenteerden Facebook, Microsoft, Twitter en YouTube samen een nieuw plan om de verspreiding van extremistische propaganda en gewelddadige beelden tegen te gaan. De vier grote techbedrijven gaan elkaar tippen als ze oproepen tot terreur verwijderen op hun netwerk, waardoor andere netwerken soortgelijk materiaal snel van de eigen dienst kan verwijderen. Of het nieuwe plan de verspreiding van terroristische propaganda daadwerkelijk kan stoppen wordt echter betwijfeld.