Recensie

Mag het een beetje minder, alstublieft

Amy Liptrot

Ze vertrok van de Orkney-eilanden, raakte in Londen verzeild in drank en drugs en keerde huiswaarts. Haar natuurbeschrijvingen zijn bijzonder, haar dagboeknotities gezwollen.

De uitweer zijn memoires van de Engelse journaliste Amy Liptrot. Zij beschrijft hoe ze na het verlaten van het Schotse eiland waar ze opgroeide op een schapenboerderij, zich in drank, drugs en Londen verliest. En hoe ze, door terug te keren naar de Orkney-eilanden en een tijdlang op het ruige Papa Westray (‘Papay’) te verblijven met haar noodzakelijke geheelonthouding om leert gaan. Liptrot (1982) beschrijft ook een mislukte liefde en haar ouders, of in ieder geval hun in het oog springende eigenschappen; de manisch-depressieve vader, de diepgelovige moeder.

Het is een boek vol heerlijke natuurbeschrijvingen. Het vertelritme kan, hoewel wat eentonig, ook hypnotiserend werken. Liptrot ontving dit jaar voor haar debuut de Wainwright Prize voor ‘best writing on the outdoors, nature and UK-based travel writing’.

De indruk waar ik me desondanks niet aan kon onttrekken was die van een vrouw die met haar gezicht te dicht bij het mijne, en met veel gevoel voor sentiment, haar levensverhaal in mijn oor hijgt. ‘Ik zag zijn gekneusde schouder,’ murmelt ze, ‘en voelde mijn kloppende verlangen.’ (ik schuif even een stoeltje op). ‘Ik zocht verbinding met een woest vuur,’ gaat ze verder, ‘de geheimen in zijn pupillen, en ik lachte zijn naam met mijn benen om hem heen.’ (kan iemand me de rekening komen brengen?). ‘Een foto nam me bij verrassing,’ en ‘ik zat onder een medicijn,’ lispelt de vrouw en dan ben ik even in de war, maar o ja, oorspronkelijk is ze Engelstalig natuurlijk. ‘Binnen in mij droeg ik de woeste zeeën,’ hou op, alsjeblieft, ‘de grenzeloze luchten en de afwezigheid van hoogtevrees.’ Ze is even stil. Dan: ‘Ik word gewiegd door de vrede en de pracht van de plek.’ En, nadat ze goddank toegeeft dat ze soms wat hoogdravende momenten beleeft: ‘Mijn lichaam is een continent. ’s Nachts zijn krachten aan het werk. Ik ben een bruxist, in mijn slaap knars ik mijn tanden, als aardschollen […] de golven rollen tegen het land op de maat van mijn kloppende hart.’ Lieve hemel.

Waarom, vroeg ik me tijdens het lezen herhaaldelijk af, is dit verhaal opgeschreven? Ja, de eilandbeschrijvingen zijn bijzonder, en het zit vol interessante feiten over strand, zeedieren, vogels, astronomie, wolken, getijden. In de verte doet het boek door de vermenging van natuur en biografie een beetje aan H is voor Havik (Helen MacDonald) denken. Maar niet alleen is De uitweer minder goed geschreven, Liptrot mist ook het vermogen om het verhaal van één vrouw – een tragisch verhaal, ik wil de ziekte die alcoholverslaving is en de kracht die ervoor nodig is ermee te leven, allerminst bagatelliseren – naar een hoger plan te tillen dan alleen het verhaal van één vrouw.

Discolicht

In plaats daarvan lees je twee boeken: een aardig boek over de Orkney-eilanden en een gedeelte van het dagboek van iemand die je niet kent – iemand die terloops meldt dat ze op BMX rijdt en op het eiland geen make-up draagt, verbonden door talloze gezwollen vergelijkingen: Discolicht met hemels licht, broedende vogels met parkbezoekers, zwemmen in koud water met elektroshocks, de onderwaterwereld met een nachtclub vol goths.

Ondertussen filosofeert Liptrot ook nog: ‘Ik vraag me af of je wel echt terug kan komen als je een tijdlang ergens anders hebt gewoond, en of je het wel „thuis” kan noemen als je er nooit het gevoel hebt gehad er thuis te horen.’

Thema’s en motieven zat dus, in dit boek dat alle kanten opschiet; de eilanden, de drankzucht, familie, en in een verfrissende passage zelfs de rol van internet in het leven van Liptrot. Maar niets wordt echt uitgewerkt. De uitweer is een poging te veel, te mooi, te willen vertellen.

    • Roos van Rijswijk