Interview

Dit rapcollectief uit de Bijlmer heeft alles om het publiek voor zich te winnen

Op festival Noorderslag staat naast grote namen als Broederliefde en Ronnie Flex het jonge Smib. Het rapcollectief uit de Bijlmer heeft alles om het publiek voor zich te winnen.

Hiphop is muziek van de vindingrijken: zij die van niets iets kunnen maken. Zo vervingen de grondleggers in de jaren zeventig de dure instrumenten door een dj met twee pick-ups. In de jaren negentig had de rapper geen platenmaatschappij nodig – hij zette zijn nummers op een mixtape die op straat werd verhandeld. En inmiddels plukt hiphop als geen ander genre de vruchten van online-distributie. Rappers die elke dag een track uploaden en een clip maken, zijn geen uitzondering.

Die brede vertegenwoordiging, gecombineerd met een groeiende variatie, leidde tot een groot reservoir aan underground-hiphop, waarvan een flink deel ook tot de bovenlaag weet door te dringen. In de hitlijsten staat hiphop tegenwoordig bovenaan, op festivals rukken de rappers op.

Op de komende editie van het Noorderslag-festival, zaterdag in Groningen, spelen grote namen zoals Broederliefde en Ronnie Flex, en er zijn beginnende groepen, zoals Smib.

Het rapcollectief Smib is afkomstig uit de Amsterdamse Bijlmer. Smib is het omgekeerde van Bims, en Bims betekent Bijlmer in het Bijlmers. Smib is nog geen bekende naam, maar heeft alles in zich om het publiek voor zich te winnen: de duistere muziek, de uitbundige optredens, het verzorgde voorkomen, de rapkunst, maar bovenal: het vermogen om een eigen wereld te creëren. De Smib-kunst strekt zich uit tot kleding, tekeningen, video’s en een eigen taal.

Hun muziek, zoals op het pas verschenen album Bakuhatsu, klinkt dreigend: stadse hiphop die zich als een schaduw beweegt door stegen en achterafstraatjes. De grimmige geluidswaas wordt doorboord door puntige woorden van de beurtelings rappende Smib-leden. Het keyboard klinkt als een repetitieve marimba.

Soms klinken we agressief of recht voor zijn raap. Het is maar hoe je luistert.

Hoeveel leden Smib heeft, wordt niet direct duidelijk. Als je de namen telt op hun Facebook-pagina kom je tot negen, maar die negen zijn nooit tegelijk bij optredens of interviews. Vandaag zitten GRGY (spreek uit ‘Georgy’), Ray Fuego en KC, in een woonkamer in de wijk Ganzenhoef om te vertellen over de wereld van Smib. KC (22) maakt muziek. GRGY (23) is rapper/producer en ontwerpt kleding. Ray Fuego (20), het haar in vlechtjes en een ‘7’ onder zijn linkeroog getatoeëerd, is de voornaamste rapper.

In de hoek van de kamer staan de computer en keyboard waarmee GRGY en KC de beats maken voor Smib. Ze hebben geen platenmaatschappij. Hun nummers brengen ze zelf uit. Soms gewoon op YouTube.

De kamer in Ganzenhoef is van KC, de andere Smib-leden zijn inmiddels verhuisd naar de binnenstad. Toch liet GRGY onlangs de postcode van de buurten Kraaiennest en Ganzenhoef op zijn rechterhand tatoeëren. Hij strekt zijn vingers uit, met daarop de nummers 1103 en 1104. „Hier kom ik vandaan, deze buurt zit in me.” Hij slaat zijn hand op zijn hart.

In de eigen omgeving hebben de rappers inmiddels een grote aanhang, die trouw hun optredens bezoekt. „Allemaal lieve jongens en meisjes, die ons altijd om hulp kunnen vragen”, zegt Ray Fuego.

„We willen op het publiek overbrengen dat we zorg hebben voor elkaar. Geef weg wat je kunt missen, liefde kun je delen.”

Nachtlampjes

Hun toon is positief, en ook de teksten van de nummers blijken positiever dan ze lijken. „Soms klinken we agressief of recht voor zijn raap”, zegt Fuego. „Het is maar hoe je luistert. Je kunt koppig zijn en het letterlijk nemen. Of je kunt er op een poëtische manier naar kijken. Dan snap je wat we eigenlijk bedoelen.”

Hij rapt een stukje uit het nummer ‘Tonnop’ (verbastering van ‘turn up’): ‘Smib is waxinelichtjes, nachtlampjes/ lit als bic, bitch’ en zegt: „Dat slaat op de buurt hier. Ik zie de Bijlmer als een verzameling aangestoken kaarsjes, door de overmaat aan politiewagens met zwaailichten die hier rondrijdt. Heel wat meer dan in de binnenstad. Misschien heeft het een reden, maar het blijft intimiderend.”

Een paar rap-thema’s komen regelmatig terug in de nummers: blowen en geld. Zijn teksten over joints (of ‘jonko’s’ of ‘pit’) langzamerhand niet een cliché? GRGY haalt zijn schouders op. „Als ik rap, heb ik het over dingen die ik zie, die ik doe en die ik wil. Blowen, ja dat doen we gewoon de hele tijd.” En geld? „Als we over geld rappen, is het niet om op te scheppen”, zegt hij. „Maar omdat we blij zijn dat we iets te besteden hebben. We zijn allemaal niet opgegroeid met ouders die dingen voor ons konden kopen.”

KC wijst naar zijn kleding:

„Alles wat we wilden of wat we aantrokken, hebben we zelf gefikst.”

Ongebegrijpelijke teksten

Hun teksten zijn Nederlands, maar laten zich niet direct begrijpen: woorden worden geleend uit andere talen, ze worden vervormd en verdraaid. ‘Sick’ betekent ‘geweldig’, en sommige frasen lijken op een rebus: ‘lit als bic’, bijvoorbeeld. Lit is het Engelse lit, ‘aangestoken’, bic is een aansteker.

In ‘Zwarte Pan’ rapt het vijftienjarige Smib-lid Fosa YG: ‘Ik flip wit in een zwarte pan’. Volgens KC is het een woordspel over koken (‘flip’) en drugs (‘wit’). „In straattaal lijkt het alsof het gaat over het koken van drugs. Want wit staat voor drugs, oftewel ‘dope’. Maar dope betekent ook ‘geweldig’. Dus het betekent eigenlijk: ik bereid iets geweldigs. Oftewel: ik ben een goeie rapper.”

Hun teksten vallen niet onder straattaal, zeggen ze. Fuego:

„Straattaal associeer ik met grofgebekt. Of dat we geen Nederlands zouden kunnen. Dat kunnen we prima, maar we spreken liever onze eigen taal. ‘Smibanese’.’’

GRGY: „In onze taal draaien we vaak woorden om. Hoe dat werkt? We hebben eigen regels. Soms draai je het hele woord om, soms een deel. IJzerwaren, bijvoorbeeld, wordt ‘zijerwaren’.”

Is het geheimtaal, bedoeld om andere mensen buiten te sluiten? Fuego: „Nee hoor, iedereen is welkom bij Smib. Maar je moet wel moeite voor ons willen doen.”

Explosie in het Japans

In zijn nummer ‘Pink Hair Shawty’, rapt GRGY over sakura (kersenbloesem) en yakuza (gangster). Het is een eerbetoon aan de Japanse cultuur, zegt hij. „Sinds mijn kindertijd kijk ik naar Japanse tekenfilms. Ik hou van de lettertekens, van de stijl.” GRGY bedacht ook de Japanse titel van het album, (Bakuhatsu = ‘explosie’) en de Japanse lettertekens op de Smib-kleding. De door hem ontworpen kleding begon als merchandise, maar wordt langzamerhand populair als mode.

„Mijn eerste lading zelfgemaakte T-shirts was een flop, niemand wilde ze hebben”, zegt GRGY. „Maar het nieuwe logo loopt beter.” Hij laat de nieuwe T-shirts zien, met daarop een beeldmerk in blauw met rood en wit. Het is geïnspireerd op het beeldmerk van de Amsterdamse metro. „We reizen altijd met de metro, zonder te betalen”, zegt KC.

GRGY: „Ons motto is ‘Fuck het OV’. Het is veel te duur. Nu pikken we ook nog hun logo.”

Wilde hij zich behalve muzikaal ook grafisch uiten?

„Ik wilde eigenlijk vooral mijn huur betalen. Met muziek verdien je pas goed als je heel bekend bent. Wij krijgen zo’n 1000 euro voor een optreden, en dat delen we door vijf. Dan hou je niet veel over.”

Komend jaar zullen de Smib-leden ieder ook eigen nummers uitbrengen. Maar al krijgen ze afzonderlijke carrières, de Smib-connectie blijft altijd bestaan, zegt Ray Fuego. „Smib is bedoeld om jonge mensen te laten zien dat je het kunt maken, door het allemaal zelf te doen. Ook al is het lastig. Wij zien een beetje licht aan het eind van de tunnel, maar we zijn er nog lang niet.”

GRGY: „Wij hebben het moeilijk, zodat de jongeren na ons het makkelijker krijgen.”

Fuego: „We leggen tegels op de weg, voor hen. Anders komt het er nooit van.”