Karoshi: werken met de dood tot gevolg

Overwerk

In Japan is overwerken een serieus probleem. Deze maand stapte de baas van een groot reclamebureau op nadat een werknemer overleed aan de gevolgen van werkstress.

Kantoorgebouwen in de Japanse stad Osaka, ’s nachts. Foto Getty Images

Matsuhara Takahashi was pas kort in dienst bij de Japanse reclamegigant Dentsu toen zij eind 2015 zelfmoord pleegde. Vlak voordat ze overleed stuurde de vrouw een e-mail aan haar ouders, waarin ze haar wanhoop over de lange werkdagen uitsprak. In de maand voorafgaand aan haar dood werkte Takahashi in totaal honderd uur bovenop haar normale rooster. Haar familie liet naderhand weten dat ze in die periode last had van een depressie.

De zaak werd breed uitgemeten in de Japanse media, toen de rechter in september vorig jaar vaststelde dat de dood van de 24-jarige vrouw het directe gevolg was van stress door overwerken. Tadashi Ishii, de topman van het reclamebureau, ging onlangs diep door het stof. Hij liet weten te zullen vertrekken bij het bedrijf naar aanleiding van de dood van zijn werknemer: „Het spijt ons dat wij hebben gefaald om het overwerken van onze nieuwe aanwinst te voorkomen”, zei hij in een speciaal ingelaste persconferentie. „Ik bied mijn oprechte excuses aan.”

Overwerken is in Japan een serieus probleem. Afgelopen jaar presenteerde de Japanse overheid voor het eerst een onderzoek naar werkdruk. Uit een enquête onder ruim 1.700 organisaties bleek dat het bij bijna een op de vier bedrijven voorkomt dat werknemers tem minste tachtig uur per maand overwerken. In 12 procent van de gevallen was dit zelfs meer dan honderd uur.

Uit een onderzoek van het Japanse ministerie van Gezondheid, Arbeid en Welzijn bleek daarnaast dat een groot deel van de Japanse werknemers onvoldoende slaap krijgt. 40 procent van de Japanners in de leeftijdscategorie 20 tot 50 jaar slaapt minder dan zes uur per nacht. Onder werkende mannen in diezelfde leeftijdscategorie bleek dat maar liefst 30 tot 40 procent zelfs helemaal niet meer aan slapen toekomt door de stress.

Zelfmoord, beroertes of hartfalen: al decennia lang worden jaarlijks honderden Japanse sterfgevallen in verband gebracht met werkdruk. Er bestaat in Japan zelfs een term voor mensen die sterven door overwerk: karoshi. Sinds anderhalf jaar is het mogelijk om karoshi wettelijk als doodsoorzaak aan te wijzen. Hierdoor kunnen nabestaanden een claim indienen bij de rechtbank, en de werkgever zodoende aanklagen.

1.456 sterfgevallen

Uit het eerdergenoemde rapport van de Japanse overheid bleek dat de rechtbank tussen maart 2014 en maart 2015 bij 1.456 sterfgevallen karoshi aanwees als doodsoorzaak. Toch is dat slechts het topje van de ijsberg, denkt Kenichi Kuroda, professor arbeidscultuur aan de Meiji Universiteit van Tokio. „Bijna alle bedrijven doen mee aan de overwerkcultuur”, zegt hij. Kuroda legt bovendien uit waarom juist de zaak van de 24-jarige Matsuhara Takahashi zoveel aandacht kreeg: „Een jong persoon aan de start van haar carrière bij een bedrijf dat in trek is bij pas afgestudeerden: het is de druppel voor velen.”

Aan de nieuwe wet rond karoshi ging een lange periode van maatschappelijke druk vooraf, vertelt Kuroda. „Deze wetgeving is het resultaat van het werk van een beweging bestaande uit wetenschappers, familieleden van karoshi-slachtoffers en vrijwilligers.” Hoewel de overheid pogingen onderneemt om de lange werkdagen te reduceren – het Japanse ministerie van Economische Zaken start in februari met een proef in de hoofdstad Tokio, waarbij bedrijven werknemers een keer in de maand op vrijdag vroeg naar huis moeten sturen, zodat ze van een extra lang weekend kunnen genieten – beschermt de huidige Japanse wetgeving werknemers nog steeds onvoldoende tegen uitbuiting, aldus Kuroda. „Het grootste probleem is dat er geen bovengrens wordt gesteld aan het aantal toegestane overwerkuren. Op die manier blijft het lot van de werknemers volledig in handen van de bedrijfsleiding liggen.”

Japanse werknemers krijgen bijvoorbeeld standaard meer werk op hun bureau dan ze aankunnen. „De werkdruk is enorm. Omdat niemand hiertegen in protest komt – ook de vakbonden niet – rest het individu niets anders dan het opvolgen van bevelen van bovenaf.

Ai, een 32-jarige medewerkster bij een groot accountantskantoor in Tokio, merkt dagelijks de nadelige gevolgen van het ontbreken van adequate regelgeving rond overwerken. „Gemiddeld werk ik dertien uur per dag. Eens in de zoveel tijd komt het voor dat ik een werkdag draai van negen uur in de ochtend tot de volgende ochtend vijf uur.” Angst om haar baan te verliezen heeft ze niet, het overwerken is ook geen verplichting. „Ik wil mijn collega’s gewoon niet opzadelen met stapels werk. Als ik naar huis ga en ik weet dat mijn collega’s doorwerken, dan voel ik niet de vrijheid om tot rust te komen.”

De overwerkcultuur is volgens Ai vooral een generatieprobleem. „Oudere werknemers vinden dit soort werkdagen normaal en verwachten van ons dezelfde werkhouding. Eerder naar huis gaan, of het opnemen van vakantiedagen wordt binnen mijn afdeling als een gebrek aan toewijding gezien en wordt oncollegiaal genoemd. Het werk dat jij laat liggen belandt immers op het bureau van je collega.”

Hoewel Ai inmiddels op een rustiger project is gezet, is ze er niet helemaal gerust op dat dit zo zal blijven. „Op papier is het inderdaad een minder zware opdracht, maar het zou kunnen dat ik in de praktijk toch meer verantwoordelijkheid krijg.” Ondertussen merkt ze dat het werk haar privéleven opslokt. „Voorheen had ik een actief sociaal leven en ging ik vaak uit met vrienden. Nu probeer ik op de momenten dat ik vrij ben uit te rusten, voor zover dat mogelijk is.”

Dertien uur dienst

Jo (26) werkt sinds ruim een jaar bij een commerciële televisiezender en kan eveneens meepraten over het slopende werkritme. „Ik ben een keer zes dagen niet thuis geweest. Ik was de assistent van de directeur en hij was strikt. Hij zei nooit: ‘Het is goed zo, ga maar naar huis.’ En dus bleef ik. Pas wanneer hij begon met monteren kon ik een uurtje slapen aan mijn bureau.” Dit was wel een uitzondering, benadrukt ze. Tegenwoordig draait Jo in het meest extreme geval een dienst van dertig uur in totaal, terwijl een normale dienst dertien uur duurt.

Illustratief voor de overwerkcultuur is volgens Jo een voorval met haar baas. „Op de dag van de begrafenis van zijn vrouw verscheen hij onverwachts op de werkvloer. Hij sprak iedereen toe en leidde de redactievergadering. Al mijn collega’s prezen hem voor zijn uitzonderlijke werkmentaliteit.” Jo kon haar ogen niet geloven, zegt ze. „Het toont aan hoe mensen elkaar opjutten zichzelf compleet weg te cijferen voor het bedrijf.”