Het werkpak van een wintipriesteres

Het werkpak

Wat draag je naar je werk? En waarom? Deze week Marian Markelo (62). Als bekendste wintipriesteres van Nederland houdt ze grote muziek- en dansfeesten ter ere van de natuurkrachten. „Ik hoor goed na te denken en ik hoor er goed uit te zien.”

Foto Niels Blekemolen

Koningin van de wereld

Laatst liep Marian over het station van Rotterdam. Niet snel genoeg voor een man die achter haar liep, blijkbaar, want hij mopperde: „Wie denk je wel dat je bent, de koningin?” Ze draaide zich om en knikte: „Dat heb je goed gezien. Van West-Europa, Noord-Europa, Afrika én Zuid-Amerika.” Want Marian is ook een koningin: de grootste en bekendste wintipriesteres van Nederland.

Letterlijk betekent winti ‘wind’. Maar je zou ook kunnen zeggen ‘natuurkrachten’. Elk mens heeft een groepje waaruit hij of zij kan putten. Marian: „Winti is een Surinaamse godsdienst gebaseerd op het geloof dat Afrikanen meenamen toen ze op slavenschepen naar de overkant van de oceaan werden ontvoerd.”

Surinaamse klederdracht

Als wintipriesteres houdt Marian lezingen, geeft ze lessen en organiseert ze winti pré’s: grote muziek- en dansfeesten ter ere van de verschillende winti’s. De winti’s zijn opgedeeld in verschillende soorten. Elke groep heeft zijn eigen kleur. „Ik kleed mij aan voor de activiteit die ik moet leiden.” Voor winti’s van de lucht draagt ze wit. Voor de winti’s van de indianen rood. Geel en zwart voor een bosgod, en bruin voor sommige winti’s van de aarde.

Voor rituelen rondom de voorouders of Mama Aisa, de moedergodin, draagt Marian een koto. Deze Surinaamse klederdracht bestaat uit een rok, een jasje en een hoofddoek. De honderden manieren waarop de doek om het hoofd gebonden kan worden hebben allemaal een eigen naam. „Meestal pak ik er gewoon eentje.” De ‘paw tere’ bijvoorbeeld: een pauwenstaart. Of de ‘autobaka’: de autobumper – een bindwijze die Surinaamse vrouwen ontwikkelden nadat de eerste auto’s in Suriname verschenen.

Lees ook het werkpak van vorige week: Het werkpak van een jeugdagent

Afrikaanse verhalen

Op de dag van dit interview draagt ze een lange rok, een trui en een hoofddoek in blauw en wit. De kleuren van de voorouders. „Toevallig. Al is natuurlijk niets ooit echt toevallig”, lacht ze. „Ik sta op en ik denk: wat nu? Nou ja, en dan voel je iets…” Wintipriesteres ben je niet alleen tijdens rituelen, je bent het 24 uur per dag. „Ik zeg altijd: ik representeer een groot volk. Ik hoor bewust te zijn, ik hoor goed te spreken, ik hoor goed na te denken en ik hoor er goed uit te zien.”

Ze drinkt nooit meer dan een glaasje wijn, ligt nooit een hele dag op bed met Netflix. „Waarom zou ik? Wat draagt dat bij aan mijn geestelijke gezondheid? Op vrije momenten lees ik in een boek met Afrikaanse scheppingsverhalen. Het zijn er meer dan 400 en in geen van die verhalen bestaat de hel.”

We zijn allemaal koningen en koninginnen, zegt ze. Het doel van het leven is om dat te omarmen, zoals de vader- en de moedergod het bedoelden. Anderen zullen daar moeite mee hebben; je bent niet meer klein te houden. Maar dat is hun probleem, niet het jouwe.”