Column

Geen ouwe gebakkies voor An Hartman (72)

God, wat had An Hartman spijt toen ze haar sigarenwinkel in de Molukkenstraat (Amsterdam-Oost) had verkocht en hele dagen thuiszat. Altijd gewerkt, nooit vrij, wat moest ze? Een taal leren? Geen geduld. Tuinieren? Het was winter. Zeiden haar dochters: „Ga vrijwilligerswerk doen.” Antwoordde zij: „Zien jullie het voor je, ik tussen die ouwe gebakkies?”

Het waren niet de negentien overvallen – bij de vijftiende werd haar man doodgeschoten – die haar klein gekregen hadden. Het was de kanker geweest. Borstkanker, begonnen in oktober 2013. Nu was het januari 2016 en zat ik tussen het antiek tegenover haar en luisterde naar haar litanie. Ik moest haar goed begrijpen, ze was blij dat ze er nog was, en d’r haar had ze godzijdank ook weer terug, maar voor de rest – echt, stond ze nog maar achter die toonbank. „Het leuke was, na zo’n overval kwam de hele buurt langs en niemand ging de deur uit zonder wat te kopen.” De gezelligheid, de lol.

Een half jaar geleden viel An Hartman van haar fiets. „We maakten er een dolletje van”, zegt haar dochter Marjolein. „Je wordt oud, mam.” Bleek het een hersentumor te zijn. An Hartman werd geopereerd. Daarna kreeg ze een longontsteking. Op een nieuwe mri-scan werden nog veel meer tumoren gezien. Tegen Kerst was ze „helemaal naar de klote” en kon ze naar huis om te sterven, 72 jaar. „Haar humor was het laatste dat verdween”, zegt Marjolein. „Zei ik: mam, ga maar, het is je tijd, d’r is niks meer wat je tegenhoudt. Kwam ik een kwartier later bij haar binnen, zei ze: ik wil wel, maar het lukt gewoon niet.”

Afgelopen zaterdag was de uitvaart en maandag vertelde Marjolein – ze heeft sigarenzaken in de Beethovenstraat, de Leidsestraat en het Conservatorium Hotel – hoeveel zorgen haar zus en zij zich om hun moeder hadden gemaakt toen hun vader er niet meer was en ze zich gedroeg alsof niets haar nog kon raken. „Iedereen vond haar dapper, en dat was ze ook, maar wij vonden haar wel erg luchtig. Zeiden wij: pas je wel op, mam. Zei zij: hoe groot is de kans dat er in één winkel twee keer iemand wordt doodgeschoten?” Ze lachte de jochies die hun pistool op haar richtten in hun gezicht uit.

Zes jaar waren ze weggebleven, toen stond de volgende generatie klaar en die wist niet meer wat er in An Hartmans winkel gebeurd was. Is Marjolein zelf weleens overvallen? „Eén keer”, zegt ze. „Toen ik nog een winkel in de Eerste Constantijn Huygensstraat had. Ik had echt niet de instelling van mijn moeder, hoor. Ik wilde meteen met de hele handel stoppen. De stress, de angst, het was verschrikkelijk.” Maar? „Het is toch gesleten.”

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) vervangt Jutta Chorus in de wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.