Amerikaanse economie wacht op Trumps plannen

Economische strategie

De ‘president-elect’ beloofde lastenverlaging, investeringen en bescherming tegen buitenlandse concurrentie. Maar kan hij dat waarmaken?

Foto Timothy A. Clary / AFP

Lagere belastingen, meer investeringen en handelsrestricties. Zo wordt de economische agenda van aankomend president Donald Trump van de Verenigde Staten sinds zijn verkiezing samengevat. Stuk voor stuk zijn het ingrijpende maatregelen. Het probleem is alleen dat niemand nog weet hoe ze er precies uit gaan zien.

De eerste vreugde op Wall Street over het economisch program lijkt inmiddels voorbij. De stijging van de aandelenkoersen met 9 procent sinds Trumps verkiezing is tot stilstand gekomen. De rente op staatsobligaties, die aanvankelijk flink steeg, daalt weer wat. Op de markten is er een begrijpelijke hang naar duidelijkheid: wat wil de president-elect, die volgende week vrijdag wordt geïnaugureerd, nu precies?

De toestand van de Amerikaanse economie is stabiel. Er is groei, hoewel niet uitbundig: de meeste prognoses gaan uit van tegen de 2 procent in 2017. Maar de arbeidsmarkt ontwikkelt zich goed, met een werkloosheid die inmiddels is gedaald naar 4,7 procent van de beroepsbevolking. De inflatie versnelt al wat naar 1,7 procent. Door de krapte op de arbeidsmarkt stijgen de uurlonen nu met 2,9 procent.

Tekst loopt door onder de grafiek.

Stimuleren à la The Donald

Is dit een economie die een impuls nodig heeft? Dat ligt eraan of de maatregelen die Trump beoogt zo’n impuls wel geven. Wat er bekend is van de belastingverlaging is dat deze vooral zou gaan naar de rijkere Amerikanen, mede in de vorm van een verlaging of afschaffing van de erfbelasting. Lagere belasting voor de welvarender burgers vertaalt zich evenwel niet heel erg in hogere uitgaven: deze groep zal er niet meer door gaan consumeren.

Meer investeringen dan, met name in infrastructuur? Dat wordt, zeker gezien de staat van veel wegen, bruggen en leidingen, algemeen gezien als een goed idee, zij het dat Trump al heeft laten doorschemeren dat het bedrijfsleven daarin een grote rol zal spelen. Maar niet elke infrastructuur is daar winstgevend genoeg voor. De vraag is in hoeverre de Amerikaanse overheid onder Trump alsnog zelf zal moeten investeren. Ook Trumps handelsplannen zijn nog ambigu. Een handelsoorlog, wanneer andere landen met eigen invoertarieven terugslaan, is vermoedelijk slecht voor iedereen. Bedrijven die hun productie terugverhuizen naar de VS zullen, gezien de relatief hoge loonkosten, meer robots en automatisering inzetten. En de prijzen van ingevoerde goederen gaan als gevolg van de tarieven omhoog.

Een handelsoorlog, wanneer andere landen met eigen invoertarieven terugslaan, is vermoedelijk slecht voor iedereen

De enorme retailer Walmart importeert nu, voor jaarlijks tegen de 50 miljard dollar, eigenhandig evenveel uit China als het gehele Verenigd Koninkrijk. Of de gewone Amerikaan blij zal zijn met prijsverhogingen is de vraag.

Expres oververhitten

Toch zijn er ook geluiden te horen die een begrotingsimpuls steunen. Onder anderen Olivier Blanchard, de oud-topeconoom van het IMF, behoort tot dit kamp. Een van de redenen is dat de werkloosheid nog steeds hoog is. Een bredere definitie (de zogenoemde U-6) waarin bijvoorbeeld ook parttimers zijn opgenomen die liever fulltime zouden werken, komt nog steeds uit op zo’n 10 procent. Pas een nog veel krappere arbeidsmarkt haalt ook de vergeten groepen weer terug in het werkende bestaan.

Tekst loopt door onder de grafiek.

En is er wel geld voor een impuls? Dat hangt af van de bestedingsruimte die de Amerikaanse overheid heeft. Volgens officiële Amerikaanse opgave bedraagt het begrotingstekort over 2016 3,1 procent van het bruto binnenlands product. Maar volgens de OESO is dat 5 procent. Hetzelfde geldt overigens voor de staatsschuld: de ‘federal debt to the public’ bedraagt 72,7 procent van het bruto binnenlands product. De OESO komt veel hoger uit, op een staatsschuld van 115,6 procent. Definities lopen dus enorm uiteen, en bepalen mede hoeveel ruimte er eigenlijk is.

Tekst loopt door onder de grafiek.

De centrale bank, de Fed, is er niet erg gerust op. John Willams, baas van de Fed van San Francisco, toonde zich vrijdag al kritisch over een begrotingsimpuls, en zei te verwachten dat de Fed dit jaar de rente verhoogt met 0,75 procent om de inflatie in de hand te houden. Een hoger begrotingstekort, stimulering en hogere rente: dat kan leiden tot een veel sterkere dollarkoers. En dan zou al het voordeel uit de handelsmaatregelen weer verdampen.

Trumps marges zijn dus kleiner dan ze lijken. Het feit dat de dollar, na een aanvankelijke stijging, alweer terugvalt tot rond 1,06 euro, wijst erop dat ze op dit moment ook op de financiële markten liever eerst zien en dan pas geloven.