In Tsjechië zaaien obscure websites angst en wantrouwen; de president doet mee

Russische beïnvloeding In Tsjechië zaaien obscure websites angst en wantrouwen tegen Europa en de NAVO. Ook de president doet mee. De autoriteiten wijzen naar Rusland en ondernemen acties tegen de ‘desinformatie’. Bewijzen blijven schaars.

Illustratie Hajo

Bewijzen waren er niet. Toch moesten de organisatoren van een demonstratie tegen de Tsjechische president Milos Zeman het eindeloos herhalen: néé, de Amerikaanse ambassade in Praag was niet betrokken bij de protesten tegen hun staatshoofd. De bewering, afkomstig van de obscure website Aeronet.cz, had zich ondanks een totaal gebrek aan bewijs eind 2014 razendsnel weten te verspreiden.

President Zeman, een 72-jarige retorische houwdegen die goede relaties onderhoudt met het Kremlin, is het vaak oneens met de pro-Atlantische regering van zijn voormalige partijgenoot, premier Bohuslav Sobotka. Niet vreemd, zo stelden complotdenkers, dat de Amerikaanse regering hem weg wilde hebben. Zeman pookte het vuurtje eigenhandig op. In een reactie zei hij dat er weliswaar geen bewijs was voor de Amerikaanse inmenging, maar dat „de hypothese niet kan worden uitgesloten”.

De Tsjechische president staat bekend om zijn controversiële opvattingen. Het conflict in Oekraïne deed hij af als „een griep”. Europese sancties tegen Moskou noemde hij „nonsens”. Na de Brexit bepleitte Zeman een referendum over het Tsjechische lidmaatschap van EU en NAVO. Vluchtelingenstromen noemt hij een „georganiseerde invasie”. Waar president Zeman de regering van de sociaal-democratische Sobotka regelmatig hoofdpijn bezorgt met zijn harde, ongenuanceerde uitspraken, zijn ze koren op de molen van sites als Aeronet.

Aeronet.cz is een van de tientallen nieuwssites die deel uitmaken van „een massale desinformatiecampagne”. Dat zegt veiligheidsexpert Petr in zijn werkkamer, diep weggestopt in het ministerie voor Binnenlandse Zaken, nabij het Praagse Letna-park. Petr, die om veiligheidsredenen zijn echte naam geheim houdt, heeft rustigere tijden gekend. Een aanzwellende stroom suggestieve en misleidende berichten op het internet veroorzaakt volgens hem paranoia onder Tsjechische internetgebruikers. Ze voeden het wantrouwen tegenover de zogenaamde mainstream media en de politiek, terwijl ze kritiek op Rusland relativeren. Kernboodschap van de berichtenstroom op de websites: iedereen liegt. En meer dan in andere EU-lidstaten lijkt dat idee stevig doorgedrongen in het Tsjechische publieke debat.

Informatie-operaties

Sinds het begin van de Europese vluchtelingencrisis verspreidden pro-Russisch getinte websites ook een vloed onheilspellende berichten over de ‘islamitische dreiging’. De boodschap valt op vruchtbare bodem: 76 procent van de Tsjechen ziet vluchtelingen als veiligheidsrisico, zo blijkt uit onderzoek van de Tsjechische Academie voor Wetenschappen. In de afgelopen twee jaar liepen duizenden Tsjechen in antimigrantenmarsen. En dat terwijl Tsjechië niet op de Balkan-migratieroute ligt en de beperkte toestroom van migranten die er is, onder controle heeft.

De herkomst en financiering van dergelijke sites zijn vaak moeilijk te achterhalen. Toch aarzelt de Tsjechische inlichtingendienst BIS niet om richting Rusland te wijzen. Tsjechië is volgens de dienst het doelwit van „Russische informatie-operaties”. Met een digitale reïncarnatie van ouderwetse Sovjet-tactieken zou Rusland verdeeldheid willen zaaien in de Tsjechische samenleving, in de EU en de NAVO.

De Russische ambassade in Praag. Foto Suvi Turtiainen, HS

Volgens de BIS zijn de Russen van alle buitenlandse inlichtingendiensten in Tsjechië het meest actief. Na de Praagse Lente van 1968 stationeerden de Sovjets een groot contingent inlichtingenofficieren om de Tsjechen onder de duim te houden. Ook vandaag de dag opereert een groot aantal Russische spionnen onder diplomatieke dekking, stelt de BIS. Met 79 namen op de diplomatieke lijst heeft de enorme neoklassieke Russische Ambassade in het statige Bubenec-district van Praag een grotere afvaardiging dan die van elke andere staat.

„Praag is een uitstekende uitvalsbasis voor de Russen”, zegt Karel Randak, voormalig chef van de buitenlandse inlichtingendienst ÚZSI. Belangrijke doelwitten in West-Europa zijn makkelijk bereikbaar vanuit de hoofdstad, maar de nationale contraspionagediensten zijn minder goed uitgerust dan hun tegenhangers in pakweg Duitsland of het Verenigd Koninkrijk.

Daarnaast lijkt Rusland een politiek motief te hebben om zich op Tsjechië te richten. Eurosceptici staan er traditioneel sterk. Bij de parlementsverkiezingen van 2017 zullen de lijsten van de communisten, extreem-rechts en de regerende socialisten een flink aantal pro-Russische leden tellen. Hun electoraat bevindt zich vooral in de provincie, waar de overgang van communisme naar kapitalisme minder goed werd verteerd. Wie zichzelf als achterblijver ziet en misnoegd is over corruptie in de politiek, giet zijn onvrede vaak in antiwesters, reactionair en soms ook pro-Russisch denken.

De kans is niet gering dat president Zeman, de favoriete kandidaat van deze groep, zichzelf bij de presidentsverkiezingen van 2018 mag opvolgen. Voor Moskou lijkt dat goed nieuws. Zeman kwam als een van de weinige EU-leiders naar Rusland voor de viering van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Andere leiders bleven weg vanwege het conflict in Oekraïne. Zeman sprak negen maal op het Rodos-forum van Poetin-getrouwe Vladimir Jakoenin en omringt zich met adviseurs met zakelijke belangen in Rusland. Presidentieel woordvoerder Jiri Ovcacek weerspreekt aantijgingen dat Zeman de oren naar Moskou zou laten hangen. „President Zeman behartigt de belangen van de Tsjechische burgers, niet de belangen van een ander land, ook al is het dan een supermacht”, zegt Ovcacek per mail.

Zoals ook in andere landen telkens weer blijkt: speculaties over de invloed van het Kremlin zijn talrijker dan harde bewijzen. De suggestieve en misleidende berichtgeving, waar Russische media als de door het Kremlin gefinancierde RT (voorheen Russia Today) en Sputnik – dat ook in het Tsjechisch opereert – bekend om staan, doet het ook goed in Tsjechië.

Provincieplaatsjes

Onderzoeksjournalist Ondrej Kundra. Foto Suvi Turtiainen, HS

Maar wie er achter lokale sites zitten, is moeilijk te achterhalen, zegt Ondrej Kundra, onderzoeksjournalist van het gerespecteerde Tsjechische opinieblad Respekt. Kundra ging achter Aeronet.cz aan, dat grossiert in berichten met koppen als ‘Obama vreest dat Californië zal losbreken van de VS in navolging van de Krim en bedreigt Rusland’.

Kundra’s speurtocht naar de bron van Aeronet voerde hem van Praag naar een nepadres in Eindhoven en vervolgens terug naar bankrekeninghouders in Tsjechische provincieplaatsjes. Een Russische smoking gun vond hij niet. De website bleek te kunnen bestaan dankzij giften. Wel leverde zijn graafwerk hem doodsbedreigingen op, vertelt de journalist boven een bord Tsjechische broodknoedels in een Praags restaurant.

Volgens Kundra schrijven veel auteurs van nepnieuws uit persoonlijke overtuiging, om geld te verdienen via digitale advertenties of eenvoudigweg om iets te doen te hebben. Veiligheidsexpert Petr beaamt die theorie: „Als je de tijd hebt om elke vijf minuten je webpagina te updaten, zit je waarschijnlijk niet in een vrolijke fase van je leven.”

Toch zijn er wel degelijk zichtbare sporen naar Moskou, zegt Kundra. Hij verwijst naar het Slowaakse blad Zem a Vek, dat bijna een zesde van zijn internetbezoekers uit Tsjechië betrekt.

In mei 2014 waren hoofdredacteur Tibor Rostas en zijn collega Dusan Budzak te gast bij de Russische ambassadeur in Bratislava. Zem a Vek schrijft over vermeende schandalen en schuwt daarbij nepnieuws niet. Zo publiceerde het over „satanisch ritueel kindermisbruik” in de VS, waarbij zowel de toplaag van de Democratische Partij betrokken zou zijn, als de popsterren Katy Perry en Miley Cyrus.

In een gelekte audio-opname vragen de journalisten de ambassadeur om steun uit Moskou bij de uitbreiding van hun media-operaties. De ambassadeur belooft zich vervolgens in te zetten voor contacten tussen Zem a Vek en „de relevante Russische structuren”.

In juni 2015 werden Rostas en Budzak uitgenodigd voor een gesprek met de toplui van Internationale Zaken, een magazine verbonden aan het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het gesprek ging over de „vooruitzichten voor een Rusland-vriendelijk gebied in Midden- en Oost-Europa.” In de op video vastgelegde discussie spreken ze hun dank uit over de „intensieve samenwerking” met de Russische ambassade in Bratislava. „We hadden het over steun, niet over financiële steun”, verweert Rostas zich bij navraag door NRC in een e-mailconversatie. De Russische ambassade ging niet in op vragen van deze krant.

De president geeft regelmatig interviews aan de nieuwssite ParlamentniListy.cz. Deze sensationele website, goed voor meer dan 8 miljoen maandelijkse bezoeken, besteedt veel aandacht aan apocalyptische boodschappen over migratie en de „brutale islamisering van Europa”. Ook publiceert het verhalen waarin ‘multiculturalisme’ met nazisme wordt vergeleken, en het „blanke ras” met de vervolgde joden. De site is als nieuwsbron vooral populair onder populistische politici. Media die hen betichten van desinformatie, zoals de nationale radio of de Duitse publieke omroep ARD deden, doen zelf aan „propaganda”, schrijft manager Jan Holoubek in een e-mail aan NRC. „Ze beschuldigen ons ervan Poetin te steunen”, zegt hij. Volgens Holoubek is dat onzin. Ondertussen lijkt de president zich voor gematigde media als Kundra’s opinieblad Respekt veel minder toegankelijk op te stellen.

Contra-informatie

De Tsjechische regering bereidt zich inmiddels voor op acties om desinformatie te bestrijden. Zij belastte veiligheidsexpert Petr met het optuigen van het Centrum tegen Terrorisme en Hybride Dreigingen, dat propaganda, nepnieuws en desinformatie uit allerlei bronnen moet gaan bestrijden. Een twintigtal mensen zal straks vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken websites ‘analyseren’ en contra-informatie verspreiden. „We willen in elke smartphone raken”, verklaarde minister Milan Chovanec vorig jaar.

Volgens presidentieel woordvoerder Ovcacek riekt het naar censuur. „Dit lijkt erg op het communistische Bureau voor Pers en Informatie dat bestond voor 1989”, stelt Ovcacek in een verwijzing naar het Tsjechoslowaakse departement voor censuur. Is dit inderdaad het begin van een surveillancestaat? Nee hoor, verzekert Petr: het centrum zal voorzichtig optreden en alleen maar „pro-actief” correcte informatie gaan verspreiden via pers en sociale media. Dit geheel volgens de bestaande wetten en enkel indien de leugens de publieke orde dreigen te verstoren.

Want, zegt de veiligheidsexpert „als iedereen gaat denken dat iedere migrant een terrorist is, dan moet je als overheid iets doen.”