Opinie

Boze burger schreeuwt om diagnose, niet om populisme

De burger is boos om allerlei redenen. Onderzoek die eerst voordat je de woede politiek exploiteert, betoogt . Anders krijg je neptegenstellingen.

Bijna twintig jaar geleden publiceerde BBC-journalist Gavin Esler The United States of Anger (1998), waarin hij mensen vroeg hoe ze dachten over onderwerpen als ‘Washington’, werk, rassenverhoudingen, homoseksualiteit, abortus, misdaad, immigranten. Zo ongeveer iedereen in Amerika bleek boos.

Veel woede had te maken met (angst voor) werkloosheid of ontslag, armoede, het falende rechtssysteem, en inefficiënte, lakse of corrupte politici. Esler noemt ook hilarische voorbeelden die vooral het narcistische karakter van sommige soorten woede illustreren: de vrouw van 183 kilo die een filmtheater aanklaagt vanwege ‘emotioneel leed’ omdat ze niet in de stoelen past, of de vrouw die tegen een politieagent schreeuwt dat hij iets moet doen (bijvoorbeeld zijn pistool trekken) tegen de kaaiman die in de publieke vijver achter haar duurbetaalde vakantiehuisje ligt te zonnebaden.

Inmiddels is ook de gevoelshuishouding van Nederlanders ernstig verboosd, zoals ons taalgebruik laat zien. Een greep uit de boosheidsoogst van 2016: haatzaaien, haatmails, haatimam, demoniseren (al vanaf Pim Fortuyn wordt er wat afgedemoniseerd), nepparlement, nepnieuws, neprechtbank, Nederland-hatende elite, onderbuik, pleurt-op, dikke ik, eigen volk eerst.

Waarover worden mensen zoal boos? Het verkeer – middelvinger, schelden, vuisten ballen –, en te lang moeten wachten bij een loket of bij de dokter roepen veel boosheid op. Ook hulpverleners die hun werk proberen te doen hebben er last van: brandweerlieden, ambulancepersoneel of politieagenten die optreden tegen vechtjassen. ‘Den Haag’ is een geliefd object voor volkswoede, maar ook asielzoekers, azc’s en moslims moeten het ontgelden. Uit de berichtgeving in de media zou je kunnen opmaken dat boze mensen vooral vreemdelingenhaters of slachtoffers van globalisering of bankencrisis zijn; er wordt dan gesproken van ‘terechte zorgen’ waarnaar de afgelopen jaren veel te weinig is geluisterd.

volk versus elite, wit versus zwart

Politieke partijen trekken dus de wijken in op zoek naar boze burgers met terechte zorgen. De publieke omroep haast zich om zijn oor bij hen te luisteren te leggen en bij praatprogramma’s schuiven ze luidruchtig aan, presentatoren machteloos achterlatend. Hoewel de ‘boze witte man’ anno 2017 de perfecte belichaming van volkswoede lijkt, is woede niet beperkt tot deze groep; ook vrouwen en personen (m/v, lhtb) met een lichtgetinte, bruine of zwarte huidskleur zijn geregeld boos. De boosheid heeft bovendien verschillende achtergronden en objecten. Boze personen noch verschillende soorten boosheid moeten op één hoop gegooid worden.

Een eerste categorie boosheid is sociaaleconomisch van aard: arbeidsonzekerheid, ontslag, werkloosheid, armoede, verwaarloosde en door overlast geteisterde woonwijken. De boosheid richt zich dan vaak op ‘Den Haag’ (falende politici, nepparlement).

Een tweede type boosheid is identiteitsgerelateerd: Zwarte Piet, discriminatie, white privilege (‘wit is ook een kleur’), genderneutrale wc’s, de als islamvijandig waargenomen kerstboom (‘war on Christmas’) en paaseieren (die ‘verstopeieren’ moesten gaan heten). Door steeds de eigen groepsidentiteit en het die groep aangedane onrecht of leed centraal te stellen worden niet-groepsleden al gauw tot één ongedifferentieerd blok gereduceerd, waarop boos worden gemakkelijk is.

De derde soort, narcistische boosheid, komt voort uit een sterk uitgedijd gevoel van recht hebben op de ongeremde expressie van individuele autonomie, en op onmiddellijke behoeftebevrediging en genoegdoening voor elk soort van tegenslag. De voorbeelden uit het boek van Gavin Esler vallen hieronder, net als verkeersboosheid en boosheid jegens overheidspersoneel.

Alle drie de soorten boosheid lijken de laatste jaren te zijn toegenomen. ‘Neptegenstellingen’ (om even in het jargon te blijven) – volk versus elite, wit versus zwart – en boosdoenergeneralisaties – ‘de media’, ‘het establishment’ – vieren hoogtij. Het nog steeds uitdijende populisme, dat een veelzijdige en gecompliceerde werkelijkheid graag reduceert tot simpele oneliners en tegenstellingen, is een ideaal vehikel. Laten we niettemin hopen op minder, minder… boosheid in 2017.