Opinie

    • Frits Abrahams

Abou Jahjah

Bij De Bezige Bij zullen ze niet vrolijk zijn geworden van de beslissing van De Standaard om Dyab Abou Jahjah als columnist te ontslaan. Zijn column in die vooraanstaande Belgische krant verleende Abou Jahjah een zeker prestige waarmee hij zijn positie in de mediawereld kon legitimeren. Nu zijn column wegvalt, blijft de uitgeverij achter met een beschadigde auteur. Het zal de verkoop van zijn boek Pleidooi voor radicalisering niet bevorderen.

De afgelopen maanden was Abou Jahjah het middelpunt van een rel, die tot het vertrek van enkele auteurs (Wieringa, Durlacher, De Winter) bij De Bezige Bij leidde. Zij wilden niet in één schrijvershuis leven met iemand die er in hun ogen verwerpelijke politieke opvattingen op nahield. Ik kon hun bezwaren wel begrijpen, schreef ik eerder.

Al omstreeks 2003 had ik te veel bedenkelijke uitspraken („We willen Israël als zionistische entiteit ontmantelen”) van Abou Jahjah gehoord om enthousiast over hem te kunnen worden. Ook zag ik een optreden in Utrecht waarbij hij door allerlei louche fanatici van zijn Arabisch-Europese Liga werd begeleid.

De afgelopen jaren kwamen daar nog de nodige kwalijke uitspraken bij. Hij had „een gevoel van victorie” bij 9/11, noemde Antwerpen „de internationale hoofdstad van de zionistische lobby” en burgemeester Bart De Wever een „zionistenpijper”. Als hij van antisemitisme kon worden verdacht, had hij dat zelf over zich afgeroepen.

Ik vond het dan ook een onverstandige beslissing van de VPRO om Abou Jahjah een avondje Zomergasten te gunnen; het was te veel eer. Er gebeurde precies wat verwacht kon worden: Abou Jahjah maakte er een slim charmeoffensief van waar interviewer Thomas Erdbrink te weinig grip op kon krijgen.

„Hij viel reuze mee”, kon je daarna van veel kanten horen, alsof men verwacht had dat hij met een kalasjnikov in de aanslag de VPRO-studio zou bezetten. Vergeten werd dat salonfähige radicalen als Abou Jahjah in hun hart altijd nog veel radicaler zijn dan ze laten blijken. Ze camoufleren enigszins hun opinies om toegang te krijgen tot het publieke debat, maar soms kunnen ze het niet laten en mag de lelijke aap uit de mouw ontsnappen. Dan blijken ze reuze gelukkig met 9/11 en wordt de burgemeester een liefhebber van de besneden penis.

Dit alles geldt uiteraard ook voor radicalen ter rechterzijde: zo zou ik dolgraag de tafelgesprekken afluisteren tussen Geert Wilders en zijn adjudant Sietse Fritsma. Daar zal de term ‘minder-minder’ zo vaak vallen dat de mensheid na afloop gedecimeerd blijkt.

Abou Jahjah werd de laatste tijd met zoveel egards behandeld dat hij overmoedig moet zijn geworden. Een laffe Palestijnse aanslag in Jeruzalem op militairen promoveerde hij op Facebook tot een heldhaftige verzetsdaad. Hij heeft zich al eerder aan riskante vergelijkingen gewaagd, maar nu verspeelde hij in één klap zijn zorgvuldig opgebouwde krediet.

„Aan het brede debat zijn grenzen”, liet De Standaard weten, „en die liggen voor ons bij het ondersteunen van geweld zonder onderscheid.” Als ze bij die krant wat argwanender waren geweest voordat ze hem als columnist aanstelden, hadden ze zichzelf deze lastige beslissing bespaard. Naïviteit is een gerecht dat radicalen als Abou Jahjah uitstekend smaakt.

    • Frits Abrahams