The Humans

Flessenpost

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd naar Princeton, in de VS. Ze bericht wekelijks over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

De miljoenen lichtjes op Broadway brengen me onmiddellijk in een fantasiewereld. Als je je ergens in een sprookje waant, is het hier, in het New Yorkse theaterdistrict. Mensen komen van ver om aan hun werkelijkheid te ontsnappen. Ik passeer de nooit aflatende rijen voor de grote shows, vol glamour, superhelden en Disneyfiguren, waarin iedereen nog lang en gelukkig leeft. Maar ik loop de grote musicals allemaal voorbij. Met veel moeite wist ik een kaartje voor het veelgeprezen toneelstuk The Humans van Stephen Karam te bemachtigen. Dit is de laatste week.

Zodra ik het met rood pluche en goud gedecoreerde Gerald Schoenfeld Theatre binnenstap heb ik zicht op het decor. Voor me zie ik twee verdiepingen van een appartement waar ik ongegeneerd naar binnen kan gluren. Het stuk begint met enkele beangstigende dreunen, alsof we allemaal wakker geschud moeten worden. De familie Blake komt binnenlopen: twee dochters, hun ouders, de demente moeder van de vader, en de vriend van de jongste. Het jonge stel heeft net dit appartement betrokken en de familie uitgenodigd voor een Thanksgivingdiner. Ze beginnen goedgemutst met het uitpakken van de boodschappen.

We leren de familie kennen. Ze zijn van Ierse afkomst en wonen in landelijk Pennsylvania. New York met alle luxe en grotestadsexcessen is ver van hun bed. „Ze verkopen in de winkel hiernaast een kandelaar voor 25 dollar”, zegt de moeder. „Bij ons krijg je daar wel vijf kandelaars voor.”

We krijgen een inkijkje in het leven van de Amerikaanse familie Doorsnee, die de eindjes aan elkaar knoopt.

De ouders gaan er bijna onderdoor om voor de grootmoeder te moeten zorgen, en geld voor extra hulp hebben ze niet. „Weet je wel wat dat kost, een verpleegkundige?”, roept de moeder uit, wanneer de dochter vraagt ze of weleens uitgaan.

De jongste, met creatieve aspiraties, probeert aan de voorspelbaarheid van het lot te ontsnappen. In New York hoopt ze als componist ontdekt te worden. Maar haar ouders zien de romantiek niet in van dit vervallen appartement, dat uitzicht heeft op een blinde muur, waarvan de stroom hapert en waar de buren een klereherrie maken.

Het stuk is grappig, droevig en herkenbaar. De moeder, die overal een mening over heeft, de vader, die zijn emoties uit door telkens als de stroom uitvalt een stop in te draaien. De jongste dochter, die op het wanhopige af overal iets positiefs in ziet. Haar vriend die tevergeefs aansluiting zoekt bij een milieu dat het zijne niet is. De mooiste rol is voor de grootmoeder, die gedurende het stuk – waarin ze voornamelijk zwijgt – een stem geeft aan dementie.

Wanneer het gezin het traditionele Ierse lied The Parting Glass zingt en de grootmoeder haar woorden hervindt, wil ik ze allemaal omhelzen. Dromen gingen verloren, maar de liefde bleef.

Dit toneelstuk is beslist geen sprookje. Integendeel, het is griezelig realistisch. In de anderhalf uur in het Schoenfeld Theatre deel ik de ellende van dit gezin, de teleurstelling en de sprankjes hoop. Ik word geconfronteerd met het menselijk tekort, het willen ontsnappen aan het lot, tegen beter weten in.

Eenmaal buiten baan ik me een weg in de luidruchtige wereld van make-believe. Metershoge lichtgevende advertenties proberen mij illusies te verkopen. Alles mooier en groter en rijker en beter. Als een pronkerige vergulde lijst rond een eenvoudig stilleven dat de essentie van het leven weet te vangen.

Reacties naar pdejong@ias.edu