Mexicanen merken komst van Trump nu al aan de pomp

Mexico

De olieprijzen zijn dit jaar met 15 tot 20 procent verhoogd. Een grap, dachten de Mexicanen aanvankelijk.

Toen woensdag de prijzen aan de pomp omhoogschoten, braken in het hele land protesten uit. Sommige mondden uit in rellen en plunderingen. Foto Erick Herrera /AP Photo

Víctor Millán dacht aanvankelijk dat hij voor de gek werd gehouden. „Alles werd het afgelopen jaar al duurder”, vertelt de kok, terwijl hij in zijn kraampje in de grensstad Matamoros een ontbijt van gevulde tortilla’s bereidt.

„Vlees, avocado’s, frisdrank. En nu zou de benzine ook nog zo omhoog gaan?”

Meer Mexicanen konden eerst niet geloven dat het waar was toen de regering op 27 december liet weten dat de benzine- en dieselprijzen begin 2017 met respectievelijk 20 en 15 procent zouden stijgen. Velen lazen er pas over in de krant van 28 december, de dag van de Onnozele Kinderen, als Mexicanen elkaar 1-aprilgrappen vertellen. President Enrique Peña Nieto lichtte het besluit ook niet toe: hij was rond de jaarwisseling op golf- en strandvakantie.

Dus toen op 4 januari de prijzen aan de pomp daadwerkelijk omhoogschoten, braken in het hele land protesten uit. Sommige mondden uit in rellen en plunderingen. De gewelddadigste dag werd afgelopen donderdag: de dag voor Driekoningen, als kinderen cadeautjes krijgen. Ook speelgoedwinkels werden geplunderd.

De president kwam die rumoerige donderdagavond wel op televisie en stelde de Mexicaanse tv-kijker onder meer de retorische vraag: „Wat zouden jullie dan hebben gedaan?” Het enige alternatief voor de ‘gasolinazo’ bezwoer hij, was het korten geweest op sociale programma’s.

Tortillamaker Víctor Millán heeft wel een suggestie voor de president. „Iets minder Witte Huizen bouwen”, een verwijzing naar het Casa Blanca- corruptieschandaal, waarin Peña Nieto en zijn vrouw verwikkeld zijn. De president gold bij zijn aantreden nog als een mediagenieke hervormer. Maar zijn populariteit is de afgelopen jaren door schandalen en economische tegenwind snel gekelderd.

Bekijk de fotoserie: Mexicanen plunderen uit protest

In zijn tv-rede wees de geplaagde president beschuldigend naar zijn voorganger Felipe Calderón. Die zou in zijn zesjarige ambtstermijn ruim 1 biljoen peso’s (nu zo’n 50 miljard euro) „verbrand” hebben aan brandstofsubsidies. Die sneer naar zijn voorganger leek duidelijk politiek gemotiveerd. Calderóns echtgenote, van de concurrerende centrumrechtse PAN, loopt zich warm voor de presidentsverkiezingen, over twee jaar.

„De protesten tegen de ‘gasolinazo’ gaan om veel meer”, vertelt de lokale politiek columniste Arabela García. „Het gaat ook over de corruptie die onder Peña Nieto net zo schaamteloos onbestraft blijft als onder andere regeringen.” Ze noemt het voorbeeld van de van corruptie verdachte gouverneurs, partijgenoten van de president, die al maanden soms jaren voortvluchtig zijn. „Die worden gewoon beschermd.”

Zwakke peso

De prijsverhoging is een direct gevolg van de oplopende olieprijs en de zwakke peso. De Mexicaanse munt is de afgelopen weken in een vrije val beland na de verkiezing van Donald Trump tot president van de noorderburen. In november kostte een dollar nog 17 peso’s, inmiddels is dat ruim 21 peso’s.

De valutaval drukt uit dat beleggers verwachten dat Trumps economisch beleid schadelijk kan zijn voor Mexico. De aanstaande president heeft scherpe kritiek op het vrijhandelspact NAFTA tussen beide landen (en Canada). Bijna dagelijks worden autofabrikanten door Trump gewaarschuwd geen fabrieken naar Mexico te verhuizen – en vraagt hij hen zelfs bestaande vestigingen terug te brengen naar de VS.

De prijsverhoging kent ook een dieper liggende oorzaak. De energiesector is sinds 1938 een pure staatszaak. De dag waarop buitenlandse oliebedrijven werden onteigend en genationaliseerd is nog altijd een nationale feestdag in Mexico.

Een ambitieuze energiehervorming van Peña Nieto, uit 2013, gaf private en buitenlandse partijen toegang tot de Mexicaanse sector. Dit moet deze moderniseren en de prijzen uiteindelijk naar beneden krijgen. Maar het betekent ook dat de regering eind vorig jaar geen andere keuze had dan de prijzen aan de pomp te laten oplopen. De inflatie kan voor 2017 oplopen tot 5 procent.

Op het sandwichbord waarmee Víctor Millán zijn menu aanprijst, is de prijs voor drie tortilla’s recent al overgeschilderd. Vorig jaar verhoogde hij de prijs van 8 naar 10 peso’s (omgerekend een halve euro).

„Ik ga de gasolinazo niet doorberekenen. Dat kan ik de mensen niet aandoen. En mezelf eigenlijk ook niet.”