‘Meer afpakken moet gewoon worden’

Crimineel geld

Criminele winsten terugpakken van veroordeelden is ingewikkeld. Ontnemingszaken duren lang en er blijft soms weinig over.

Foto Koen van Weel / ANP

Het ‘afpakken’ van criminele winsten is zo simpel nog niet. Hele methodieken, rekenmodellen en een flinke stapel jurisprudentie komen eraan te pas om te bepalen hoeveel een veroordeelde crimineel werkelijk heeft verdiend. De overheid tracht daarna via een ontnemingsprocedure het geld terug te vorderen. Daarbij geldt, ook voor een drugsdeal: winst is omzet minus kosten. En dus mag de crimineel in de praktijk kosten voor grondstoffen en drugstransport van de winst aftrekken, maar de kosten voor een pitbull of pistool – ter bescherming – weer niet.

De regels zijn desondanks niet helder genoeg, zei VU-onderzoeker Edwin Kruisbergen maandag in NRC. Bij de rechterlijke macht heerst onduidelijkheid over wat een crimineel nu precies verdient. In de berekeningen zitten tussen de arrondissementen grote verschillen. En van het te vorderen incassobedrag blijft na de eis, de rechtszaak en een eventueel hoger beroep steeds minder over.

In één zaak zag Kruisbergen, die voor zijn promotie het verloop van 102 ontnemingszaken bekeek, het te vorderen bedrag teruglopen van 1.974.000 euro (de eis) tot 1.709.000 euro (uitspraak in eerste aanleg) tot 630.000 euro (uitspraak in hoger beroep). Daarvan is uiteindelijk, vijf jaar later, in totaal 52.000 euro aan de overheid betaald.

Wegsluizen naar buitenland

Het Openbaar Ministerie (OM) zegt in een reactie de bevindingen van Kruisbergen „deels” te onderschrijven. „Het gaat nu eenmaal om relatief nieuwe wetgeving”, zegt woordvoerder Marieke van der Molen van het Functioneel Parket. „Daardoor kan er in de afwikkeling soms onduidelijkheid bestaan.” De huidige afpakwetgeving bestaat sinds 1993, toen de harde aanpak van georganiseerde criminaliteit aan belang won in het politieke debat.

Sindsdien zijn de jaarlijkse bedragen die worden afgepakt stilaan gegroeid. Vooral na 2011 is onder meer door samenwerking en de inzet van accountants en ‘vermogenstraceerders’ extra geïnvesteerd op afpakken, benadrukt het OM. De geïncasseerde bedragen stegen toen van 45 miljoen euro in 2011 tot 90 miljoen in 2013 en 143 miljoen euro in 2015. Waarbij in dat laatste jaar de schikking van SBM Offshore à 61 miljoen euro vanwege een smeergeldschandaal de cijfers wel vertroebelen. „De stijging bewijst dat we op de goede weg zijn”, zegt Van der Molen. Tegelijkertijd, zegt ze, doen criminelen er alles aan om geld weg te sluizen, bijvoorbeeld naar het buitenland. „Dat bemoeilijkt de procedures omdat je te maken hebt met internationale wet- en regelgeving.” Een gemiddelde ontnemingszaak duurt tussen de 4 en 8 jaar.

Wil het OM méér afpakken, dan zal het daarop al bij de start van een onderzoek nog meer de focus moeten leggen, zegt Van der Molen. „Het moet dagelijkse routine om meteen te denken: hoeveel geld heeft een verdachte hiermee verdiend en waar is dat geld gebleven. Dat is een mind-set, afpakken moet gewoon worden.” Nu kan het nog gebeuren dat tapgesprekken over uitgaven door rechercheurs als ‘niet relevant’ worden weggeschreven. Terwijl: vliegtickets, bankafschriften, facturen, bonnetjes, vakantiefoto’s; alles kan nuttig zijn om later de criminele winsten te bepalen. En dan nóg: geregeld verklaren criminelen over hun bezit dat er sprake is van ‘casinowinsten’. Maar daar trapt de rechter niet zo snel meer in. Zo oordeelde de rechtbank in Gelderland eens dat „mede op basis van statistiek” het „niet aannemelijk” was dat betrokkende „herhaaldelijk substantiële, contante speelwinsten zou hebben behaald in het casino”.