Lobbyisten dringen niet door tot PVV

PVV-lobby

Maatschappelijke organisaties en bedrijven zoeken schoorvoetend contact met de PVV. Het is eenrichtingsverkeer.

PVV-Kamerleden komen vaak niet als ze worden uitgenodigd. „Hun cultuur is er een van ‘zelf bepalen met wie we praten’.” Foto Bart Maat/ANP

Vakcentrale FNV staat niet alleen in haar worsteling met hoe ze moet omgaan met Geert Wilders en de PVV. Ook andere vooraanstaande bedrijven en belangenorganisaties mijden die partij bij hun lobbypraktijken.

Dat zegt lobbyist Peter van Keulen, adviseur public affairs van thet lobby-en adviesbureau Public Matters, een belangrijke speler in Den Haag. „Sinds Wilders uit de VVD stapte en voor zichzelf begon, is dat een dilemma. Voor maatschappelijke organisaties, maar ook voor het bedrijfsleven”, aldus Van Keulen. „Ook werkgeversorganisatie VNO-NCW deed liever geen zaken met Wilders toen hij met zijn partij het eerste kabinet-Rutte gedoogde.”

Het is alleen de vraag of zo’n ‘lobbyboycot’, zoals de FNV-richtlijn van het hoofdbestuur intern wordt genoemd, standhoudt. In ieder geval niet bij de FNV-achterban. Bestuurders die betrokken zijn bij de sluiting van kolencentrales hebben er maling aan. Formeel mogen PVV’ers niet worden uitgenodigd voor manifestaties en bijeenkomsten. Maar bestuurders van FNV Havens trekken zich daar niets van aan. Want álle stemmen in de Tweede Kamer tellen, is de redenering.

Die lijn geldt voor de meeste belangenorganisaties, zo blijkt uit een rondgang. VNO-NCW leefde ten tijde van het eerste kabinet-Rutte nagenoeg op voet van oorlog met de PVV. „Wilders beschadigt ons land op een geweldige manier”, liet toenmalig VNO-voorzitter Bernard Wientjes zich in 2010 nog ontvallen. Maar de PVV’ers tellen nu „voluit mee bij onze lobby’s”, zegt een woordvoerder. „En ze zijn ook ieder jaar welkom op de traditionele prinsjesdagborrel.”

In 2010 lieten lobbyisten de partij nog links liggen, herinnerde het PVV-Tweede Kamerlid Martin Bosma zich vorig jaar augustus in Het Financieele Dagblad. Bosma is het ‘loket’ voor lobbyisten richting zijn partij. Maar sinds de PVV in de peilingen virtueel de grootste partij wordt, weten lobbyisten hem te vinden, zegt hij.

Het is alleen de vraag hoeveel zin de toenadering van lobbyisten heeft. FNV’ers die de PVV tóch uitnodigden voor een bijeenkomst over die kolencentrales, kregen geen reactie. En dat is de ervaring van veel lobbyisten, zegt Van Keulen. „De PVV vertoont een hoge mate van non response. Ze hebben een cultuur van ‘zelf bepalen met wie we praten’. ”

Dat is ook de ervaring van ouderenbond Anbo. „Individueel hebben we contact met PVV-Kamerleden”, zegt een woordvoerder. „Maar voor bijeenkomsten zijn ze moeilijk te porren.” Ook het Verbond van Verzekeraars spreekt ze amper. „Ze gaan zelden in op uitnodigingen.”

Ook Greenpeace en Natuur en Milieu komen maar moeizaam in gesprek met PVV’ers. „Ze houden heel erg de boot af, willen zelf uitzoeken wie hun gesprekspartner zijn”, zegt een woordvoerder van Greenpeace. „Het is ook de vraag hoe zinvol het is om bij de PVV te lobbyen”, zegt de woordvoerder van Natuur en Milieu. „Als we feitelijke informatie leveren, doet de PVV daar niets mee als dat niet in hun politieke straatje past.”

Van Keulen zal klanten niet snel adviseren de PVV uit te sluiten. „Ze zijn een relevant onderdeel van het democratisch proces. En je moet de standpunten van de leider niet over één kam scheren met die van de overige Kamerleden.” Geen van de benaderde PVV-Kamerleden was bereikbaar voor commentaar.