Column

Kapot van drie dagen schaatsen

Of Sven Kramer een zwaar vak heeft, was de vraag. „Ach, mijn vader werkt ook van acht tot vijf”, zei het schaatsmonster in Thialf met een glimlach. De meeste arbeid van de kampioen speelt zich buiten ons gezichtsveld af. Inmiddels heeft het dertigjarige lijf alweer honderden trainingsuren achter de rug. Sleuren aan gewichten, rammen op een racefiets. Ik kan bij Kramer geen spiervezeltje vinden dat niet tot het uiterste is beproefd.

Natuurlijk won hij. Zonder noemenswaardige tegenstand. Een klein leger aan presentatoren en oud-schaatsers probeerde nog iets van spanning te suggereren, maar die was er niet. Kramer viel niets te verwijten; hij is een veelvraat als het om winnen gaat.

De allrounder lag voor de slotafstand zestien seconden voor op zijn concurrent maar kon het toch niet laten zijn superioriteit te tonen. In de laatste ronden van de tien kilometer vloog hij over het ijs en eindigde met een razendsnelle slotronde van 28,4 seconden zijn Europees toernooi.

Thialf zou ook uitverkocht moeten zijn als Kramer – gevangen door het licht uit een volgspot – in zijn eentje schaatst met dat machtige lichaam, zo geprononceerd als van een professioneel danser.

Sven Kramer als soloperformer.

Er waren vier internationale kampioenschappen op een hoop gegooid en die werden in drie dagen lang als ‘slowfood’ opgediend. Het leverde ruim vijftien uur aan televisiebeelden op. Voor dit weekendje schaatsen had je als kijker een lange, diepe zit nodig. Hangen tijdens anonieme paren en alleen opveren bij de ritten met favorieten.

In dweilpauzes werden randzaken uitvoerig belicht. Een mogelijk diskwalificatie voor de Rus Denis Joeskov vanwege het raken van een blokje dreigde een nationale discussie te worden. Jan Roos zat al bijna klaar met een schaatsreferendum. Een valse start door Jan Blokhuijsen werd door de Nederlandse starter dan weer met de mantel der liefde bedekt.

Als je regels niet strak durft te hanteren, neem je topsport niet serieus.

Thialf werd weer dat vertrouwde Hollandse feestje. Kai Verbij won met solide sprints. Na afloop bleef hij nuchter. Het was allemaal mooi, maar hij richtte zijn vizier liever op een olympische medaille.

Bij de vrouwen was Ireen Wüst oppermachtig. Ze had van tevoren gezegd dat je ‘gekke henkie’ moest zijn als je drie dagen lang úren naar het schaatsen ging kijken. Even later gleed ze tijdens de ereronde samen met Kramer in een arrenslee over het ijs. Terwijl het trekpaard op het ijs scheet, pakte Kramer zijn mobieltje en filmde zichzelf en het publiek.

Aan die paar seconden op zijn telefoon heeft de Friese schaatser genoeg om zich zijn titel nog eens goed te laten smaken. Je denkt toch zeker niet dat de negenvoudig Europees kampioen op Uitzending Gemist vijftien uur schaatsen gaat terugkijken?

Kramer is gekke henkie niet.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.