Brexit knaagt aan Erasmus, ‘het grootste succes’ van de EU

Uitwisselingsprogramma

Geen vorm van Europese samenwerking is zo populair als het Erasmus-programma voor studenten, ook in Groot-Brittannië. De Brexit gooit echter roet in het eten.

Laura van Egmond studeert sociale wetenschappen in Utrecht. Ze deed haar Erasmus in Helsinki.

Er bestaat een gigantisch en kostbaar Europees project (met een begroting van 2 miljard euro) waar Britten laaiend enthousiast over zijn. Tweederde van de Britten wil het Erasmus-programma, dat deze week dertig jaar bestaat, behouden, bleek onlangs uit een peiling door de British Council onder tweeduizend respondenten. Van de jongeren vindt zelfs driekwart dat de uitwisseling niet verloren mag gaan.

Net als bijna alles staat het Erasmusprogramma in het Verenigd Koninkrijk door de Brexit ter discussie, ook al deden vorig jaar 15.500 Britse studenten mee aan de uitwisseling en was er twee keer zo veel vraag naar plekken. Als het VK uit de EU treedt, is het mogelijk dat de onderhandelingen tussen de Britse regering enerzijds en de Europese instellingen en de 27 overige EU-lidstaten anderzijds ertoe leiden dat Britse universiteiten niet meer meedoen. Noodzakelijk is dat niet, aangezien niet EU-leden als Macedonië, IJsland en Turkije ook meedoen aan de uitwisselingen. Maar niemand kan nu nog met zekerheid zeggen dat ze na de Brexit blijven. Minister David Davis (Brexitzaken) weigerde in het Lagerhuis daarover toezeggingen te doen.

Dat de British Council vorige maand met een peiling over de populariteit van het programma kwam, is niet toevallig. De instelling is in het VK verantwoordelijk voor de uitvoering van Erasmus. Programmadirecteur Ruth Sinclair-Jones voert campagne. „Wij willen dat het Erasmus-programma prioriteit blijft. Het is belangrijk en heeft direct impact op de studenten en de economie”, zei Sinclair-Jones vorig jaar in The Guardian.

Strikt genomen gaat het Erasmus-programma over de vraag of de Britten bereid blijven de jaarlijkse kosten van 130 miljoen euro te blijven betalen. In bredere zin gaat het om veel meer. Een van de vele kloven die het Brexit-referendum blootlegde, was die tussen de universiteitssteden en het achterland. De districten rond de universiteit van Warwick kozen met 58,8 procent om in de EU te blijven, terwijl het nabijgelegen Coventry met 55,5 procent voor vertrek stemde. Exeter in het zuidwesten en Newcastle in het noordoosten van Engeland waren als Gallië in Asterix, bastions van Remain, omringd door Leavers.

Tweeslachtig

Anti-Europese politici in het VK zijn tweeslachtig over Erasmus. Nigel Farage gebruikte het uitwisselingsprogramma als een voorbeeld van Europese samenwerking dat na Brexit prima voortgezet kan worden. Hij ageert liever tegen EU-financiering van universiteiten. „Dat wij tweehonderd Jean Monnet-leerstoelen hebben aan Britse universiteiten, wat betekent dat de Europese Commissie direct geld geeft aan faculteiten om bijvoorbeeld economie of politicologie te geven vanuit een Europees perspectief, is fout”, zei Farage in debat met studenten. Britse universiteiten vrezen dat zij aan kwaliteit en reputatie zullen inboeten als zij na de Brexit verstoken blijven van Europees geld en moeilijker visa kunnen bemachtigen voor buitenlandse studenten en onderzoekers.

Wie zich in Londen tussen de kosmopolitische dertigers begeeft, merkt al snel dat het Erasmusprogramma een belangrijke rol speelt als communautaire cupido: het was tijdens de uitwisseling dat de Nederlandse advocaat zijn Italiaanse vrouw ontmoette; het was tijdens hun semester aan die verre universiteit dat de Spaanse architect en de Schotse bankier elkaar troffen.

Voor Erasmuskoppels is Londen de ideale stad: Engelstalig, met een brede arbeidsmarkt, een onuitputtelijke hoeveelheid cultuur en zo internationaal dat buitenlander zijn niet opvalt. Ergens is de keuze van Theresa May of ze na Brexit Britse betrokkenheid bij het Erasmusprogramma doorzet ook een oordeel over die manier van leven: ziet zij het als een aanwinst voor het Verenigd Koninkrijk? Of zijn dit de wereldburgers zonder wortels en zonder gemeenschapszin waar May in rede op partijcongres in september zo hard over oordeelde?