Recensie

Afscheid

Lieve Martine,

Ik schrijf je dit vanaf de zoveelste uitvaart. Je had gelijk toen je zei dat mensen de laatste tijd alleen maar doodgaan, alsof ze niets beters te doen hebben. En nu zit ik weer bij een afscheid. Het was een hele klus om hier te komen, door de sneeuw en vrieskou heen. Het ijzelt en ik probeer dan maar te denken dat ijzel bestaat uit bloedplaatjes van vorst. Dat vind ik een mooi idee (behalve dan dat de wond die deze bloedplaatjes proberen te dichten warmte is, en ijzel dus eigenlijk stom is).

Binnen is het druk. Er zijn zo ontzettend veel mensen die allemaal getroost moeten worden, het zal bij elkaar opgeteld misschien wel eeuwen duren voordat iedereen er een beetje bovenop is. Ik hoor iemand zeggen dat het te jong is, 41.

Er is een vader die tijdens zijn verhaal zich met beide handen vasthoudt aan het katheder, alsof het een reddingsboei is.

Er is een jonge weduwnaar die zo prachtig vertelt dat mijn redacteur (ja, de hele uitgeverij is erbij) even ophoudt met huilen en me vraagt of die jongen nog geen contract heeft. Gelukkig hoor je dat niet, je was meteen in lachen uitgebarsten en had de hele dienst verstoord. Ik geef mijn redacteur een por en hij huilt weer braaf verder.

En verder zijn er dingen die alleen jij had opgemerkt en grappig gevonden. Dat ik bijvoorbeeld een jongen hoorde zeggen dat hij zijn telefoon bij uitvaarten altijd op de vliegtuigstand zet. In zekere zin moet dat ook, niemand die bij dit soort gelegenheden nog vaste grond onder de voeten heeft.

Van tevoren was ons gevraagd om in plaats van bloemen, boeken mee te nemen, en ze tijdens het afscheid uit te wisselen. Jij weet natuurlijk dat boeken beter zijn dan bloemen, die blijven veel langer goed en veroorzaken als bonus geen hooikoorts. Ik heb Bezoek van de Knokploeg bij me, dat we beiden hebben verslonden. In het boek wordt op een gegeven moment gesuggereerd dat de knokploeg in kwestie niets minder dan de tijd is, die ons op een zeker moment vernietigt.

Ik realiseer me dat er nog zoveel is waar ik het nog even met je over moet hebben: reizen, boeken, de stukken die je nog wil regisseren. In plaats daarvan word ik boos op al die voorlopig gezonde lijven om me heen.

Terwijl ‘Don’t stop me know’ van Queen wordt ingezet, stop ik mijn redacteur, die altijd zegt dat hij slanke tranen heeft, maar een extra zakdoekje toe. Je had erbij moeten zijn lieve Martine, maar helaas redde je het niet.

Ellen Deckwitz heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen