Column

Pijnlijk verliezen

Sommige nederlagen zijn als littekens: ze verdwijnen nooit. Als ze met succes verdrongen lijken, duiken ze opeens weer op, in een droom, of gewoon in de werkelijkheid wanneer een gezicht of een situatie onaangename associaties opwekt. Ik moest eraan denken toen ik in de boeiende tv-documentaireserie O.J.: Made in America Fred Goldman had gehoord. Hij is de vader van Ron Goldman, met Nicole Brown het slachtoffer in de legendarische moordzaak uit 1994 van O.J. Simpson.

De 25-jarige Ron was bevriend met Nicole Brown, de ex van Simpson, en werd vermoedelijk vermoord omdat hij getuige was van de moord op Nicole in haar huis. Hij kwam de zonnebril terugbrengen, die zij had vergeten in het restaurant waar hij werkte.

De documentaire toonde beelden van Fred Goldman waarop hij ziedend van woede te keer gaat tegen de jury en Simpson na diens vrijspraak in de strafzaak. Twintig jaar later, als hij geïnterviewd wordt voor de serie, beheerst hij zich beter – al lijkt hij nog even kwaad. Hij vertelt ontroerd dat hij nog elke dag terugdenkt aan de uitspraak. „Je raakt zoiets nooit meer kwijt.” Dit ondanks het feit dat Simpson later in de civiele rechtszaak wel schuldig werd bevonden.

Goldman zat in de rechtszaal toen de uitspraak in de strafzaak werd voorgelezen, je ziet hem breken als hij het vonnis hoort. Heel Amerika keek mee. Misschien maakt dat het nog erger: het besef dat zo’n vernietigende slag publiekelijk wordt toegebracht.

Het lijkt een vreemde gedachtesprong, maar het deed mij denken aan de nederlaag van Hillary Clinton tegen Donald Trump. Hillary was de afgelopen dagen weer even in het nieuws, omdat het gerucht gaat dat zij zou voelen voor het burgemeesterschap van New York. De termijn van de huidige burgemeester, Bill de Blasio, loopt dit jaar af.

Ach, Hillary, hoe zou het met haar gaan? Zij leed, net als Fred Goldman, in de volle openbaarheid een nederlaag die ze tot haar dood opzichtig met zich zal moeten meedragen. Iedereen die haar benadert doet het met de al dan niet uitgesproken vraag: „Gaat het nu weer een beetje?”

Er zal geen dag voorbijgaan of ze zal aan deze ontgoocheling worden herinnerd. 20 januari, de dag van de inauguratie van Trump, wordt een ramp voor haar. Eerst die kwellende vraag: zal ik kijken? Liever niet, maar tegelijkertijd is er de brandende nieuwsgierigheid naar Trumps eerste optreden als president. Zal hij blunderen? Graag!

Misschien kan ze beter niet kijken, maar zal het haar helpen? Het zou voor haar als verliezer ook een goede vuurdoop kunnen zijn, want Trump zal ze toch nooit kunnen ontwijken, hij zal er elke dag voor haar zijn, op tv en internet, in de kranten. Zij is tot hem veroordeeld, daar is geen ontkomen aan. Soms zal hij wreed naar haar verwijzen, als die loser die beter haar mond kan houden over de Amerikaanse politiek. In zekere zin zal aan haar nederlaag nooit een einde komen.

Verliezen blijft moeilijk. Zelfs als ik, zoals een dezer dagen, zit te ganzenborden met mijn 8-jarige kleindochter Fay doe ik mijn best om te winnen, ook omdat ik weet hoe graag kinderen je verslaan. Ze verloor twee potjes, maar nam daarna overtuigend revanche. In haar zegevierende blik zag ik helemaal mezelf terug als het jongetje dat ook altijd zo graag wilde winnen.