Opinie

Overdrijf dreiging van extremistische moslims niet

Het aandeel moslims dat bereid is geweld uit naam van de islam te accepteren is veel kleiner dan wordt voorgesteld, zegt hoogleraar politicologie

Voor de extremist Anders Breivik waren de Noorse sociaal-democraten het absolute kwaad. Foto Stoyan Nenov/Reuters

In een interview in het AD stelde de Nederlandse socioloog Ruud Koopmans dat westerse democratieën zich veel weerbaarder moeten gaan opstellen tegen de hardere, intolerante cultuur van de islam: „Je ziet dat de onbuigzamen aan het langste eind trekken. Radicalen stappen naar de rechter als ze hun zin niet krijgen, wij ergeren ons alleen.” Om aan te tonen dat het gevaar van radicalisering binnen de islamitische gemeenschap groot is, presenteert Koopmans drie onderzoeksuitkomsten: „Van de moslims van Turkse en Marokkaanse komaf in Nederland moet 45 procent als ‘fundamentalistisch’ worden beschouwd: zij tolereren maar één interpretatie van de Koran (1) en stellen die boven de Nederlandse wet (2)” en „Je moet vaststellen dat van het miljard moslims in de wereld bijna de helft een intolerante vorm van de islam aanhangt. Van die 500 miljoen mensen, blijkt uit onderzoek, is 10 tot 20 procent bereid om geweld te accepteren (3) – ook tegen burgers – om de islam te verdedigen. Dat zijn minstens 50 miljoen moslims.”

Nu kun je veel van deze cijfers vinden. Zo leven die 50 miljoen moslims wereldwijd in zeer verschillende landen, waaronder conflictgebieden. Uit mijn eigen onderzoek naar salafisme in Nederland uit 2010 blijkt dat 8 procent van de Nederlandse moslims orthodox te noemen is. Het punt dat ik hier echter wil maken is dat we, om de dreiging te kunnen inschatten, onderscheid moeten maken tussen radicalisme en extremisme en dat we daarvoor méér nodig hebben dan de drie kenmerken die Koopmans presenteert.

Radicalisme en extremisme beperken zich niet tot de islam. Je hebt links-radicalen, rechts-radicalen en religieuze radicalen. Radicalisme (binnen westerse landen) kenmerkt zich door de combinatie van zes kenmerken. Let op, het gaat om de combinatie van alle zes de kenmerken en niet om een selectie uit deze kenmerken. Allereerst vindt iedere radicaal dat de eigen groep onder vuur ligt en bedreigd wordt. De radicale moslim in Nederland vindt dat de moslims onder vuur liggen en bedreigd worden, de PVV-stemmer vindt dat autochtoon Nederland onder vuur ligt en bedreigd wordt. Ten tweede, radicalen vinden dat de ‘eigen’ elite bestaat uit verraders. Radicale moslims vinden Nederlandse imams verraders en Wilders vindt dat ‘de elite’ bestaat uit verraders. Ten derde, de radicaal verdedigt een orthodoxe interpretatie van het eigen gedachtengoed. De radicale moslim stelt dat er maar één interpretatie van de Koran is en de PVV-kiezer verdedigt met hand en tand Zwarte Piet en de ‘echte’ Nederlandse cultuur. Ten vierde, het eigen gedachtengoed is superieur. De radicale moslim vindt de Koran superieur aan de Nederlandse wet en de PVV-kiezer vindt onze cultuur superieur aan die van de islam. Ten vijfde, radicalen vinden dat verzet tegen de autoriteiten gerechtvaardigd is. Radicale moslims verdedigen de moslimgemeenschap actief (ik heb het hier over geweldloze actie) en Wilders twittert #kominverzet. Ten slotte, volgens de radicaal heeft het ‘echte’ lid van de groep een actieve rol. Radicale moslims vinden dus dat je actief moet zijn en Wilders vraagt dat ook van zijn achterban.

Extremisme voegt hier drie kenmerken aan toe en heeft dus negen kenmerken. De extremist vindt, ten zevende, dat de creatie van de ideale samenleving het hoogste doel is. Het leven van Mohammed B. en Anders Breivik stond volledig in het teken van hun idealen. Het achtste kenmerk van het extremisme is dat ‘de Ander’ het absolute kwaad, de duivel, is. Voor Mohammed B. vertegenwoordigde Theo van Gogh een duivels gedachtengoed. Voor Breivik waren de sociaal-democraten in Noorwegen het absolute kwaad. Ten negende, de extremist vindt geweld geoorloofd om zijn of haar doel te bereiken. Dit leidde bij Mohammed B. tot de moord op Theo van Gogh en bij Breivik tot het vermoorden van 77 mensen (waarbij hij zich expliciet beriep op het gedachtengoed van Wilders). Radicalisme mag in een democratie en extremisme uiteraard niet. Je mag in Nederland vinden dat er maar één interpretatie van de islam is en dat die boven de Nederlandse wet staat. Net zoals je in Nederland orthodox christen mag zijn en je, zoals Wilders, geen vertrouwen in de rechterlijke macht mag hebben.

Koopmans benoemt twee van de zes kenmerken van radicalisme (één interpretatie van de Koran en het eigen superieure gedachtengoed) en één van de drie extra kenmerken van extremisme (geweld). Hij geeft hiermee een onvolledig beeld en overschatting van de omvang en de dreiging van de radicale en extremistische islam (in Nederland). Extremisme (geweld op basis van een overtuiging) komt voort uit radicalisme en veronderstelt een bredere en diepere overtuiging dan fundamentalisme. Binnen ons salafismeonderzoek scoort 4,2 procent van de Nederlandse moslims 4 of hoger op een 6-punts radicalisme-schaal. Voor 5 of hoger is dat 1 procent. Dat is dus maar een klein deel van de 45 procent die Koopmans noemt. Als hiervan 10 tot 20 procent geweld legitimeert om zijn geloof te verdedigen, zoals Koopmans inschat, dan gaat dat om een kleine groep. Een niet te verwaarlozen en belangrijke groep, maar niet zo omvangrijk als Koopmans suggereert.

Om radicalisme en extremisme tegen te gaan moet je het begrijpen en daarvoor is een volledige analyse nodig. Hierbij kunnen we ons niet alleen beperken tot moslims. Het zou zomaar kunnen dat een radicale politieke partij de grootste wordt bij de komende Tweede Kamerverkiezingen. En ook onder deze radicalen is een bepaald percentage extremistisch en bereid geweld te accepteren om zijn idealen te verdedigen.