Niet de verkiezingen, maar de hoofden van kiezers zijn gehackt

Russische hacks

De conclusie dat Rusland de Amerikaanse verkiezingen heeft gemanipuleerd, verandert niets in de VS. Er dreigt een vertrouwensbreuk met de inlichtingendiensten die Trump over twee weken leidt.

Foto Brynn Anderson/AP

De FBI zegt het. De CIA ook. De National Security Agency (NSA), met een kleine slag om de arm, eveneens: de Amerikaanse presidentsverkiezingen van november zijn actief gemanipuleerd door Rusland. In twee rapporten én tijdens een hoorzitting in het Congres maakten de diensten duidelijk hoe de komende president van de VS, Donald Trump, zijn winst deels te danken heeft aan een ‘beïnvloedingscampagne’ door de Russische regering.

Toch verandert deze sensationele conclusie vrijwel niets in de VS. Wie al overtuigd was van Trump, is dat nog steeds. Wie hem niet zag zitten, heeft hooguit extra munitie. De conclusies van de inlichtingendiensten zijn ook maar een mening.

Zoals Trump zelf vorige week zei: „De mensen moeten zelf maar vaststellen wat hun waarheid is.” Trump verwierp hiermee de conclusie van de diensten dat WikiLeaks gehackte informatie van Rusland kreeg en publiceerde. Trump schreef op Twitter dat de ‘inlichtingen’-diensten meer tijd nodig hadden om een zaak op te bouwen over de ‘Russische hacks’ (aanhalingstekens van hem). „Heel gek!” Daarmee suggereerde hij dat hun bewijs gefabriceerd was.

De meeste Republikeinen accepteren Trumps warme woorden voor Vladimir Poetin. In 2014 dacht 10 procent van de Republikeinen positief over de Russische president, afgelopen december was dat al 37 procent. Hij is meer dan twee keer zo populair als Barack Obama. Nieuwe onthullingen over Russische beïnvloeding doen daar waarschijnlijk weinig aan af.

Eigen schuld

Deels hebben de inlichtingendiensten dat aan zichzelf te danken. De details waarmee ze hun zware conclusies onderbouwen, zijn summier. Hoe de beïnvloeding technisch in zijn werk ging, is nog altijd niet duidelijk.

Een groot deel van hun laatste rapport, dat vrijdag naar buiten kwam, beschrijft de intenties van de Russische regering. Poetin had een duidelijke voorkeur voor Trump, deels vanwege een afkeer voor Hillary Clinton, deels vanwege de overtuiging dat Trump en hij op sommige gebieden goed kunnen samenwerken. Rusland probeerde, volgens de diensten, „het publieke vertrouwen in het democratische proces ondermijnen”, Clinton „zwart maken”, en „haar kansen en eventuele presidentschap verzwakken”.

Het hacken van de Democratische en de Republikeinse Partij, en het delen van Democratische e-mails met WikiLeaks, hielpen daarbij. Rusland gebruikte ook andere methoden, zoals desinformatie door de Engelstalige tv-zender RT, gelieerd aan en gefinancierd door het Kremlin. Dat laatste is moeilijk te bewijzen. De diensten beschrijven talloze voorbeelden van Amerika-kritische berichten op RT, maar toon maar eens aan dat die door de regering zijn besteld.

En ook het hacken is problematisch. De veiligheidsdiensten wijzen naar hackers die werkten onder de namen Guccifer 2.0 en DC Leaks. Daarachter zouden Russische veiligheidsdiensten zitten. De meeste Amerikaanse techexperts noemen dat heel aannemelijk. Maar: het harde bewijs geven de diensten niet om de eigen werkwijze en informanten niet in gevaar te brengen, zeggen ze.

Eigenlijk zijn niet de verkiezingen gehackt, maar de kiezers. Er is geen aanwijzing dat stemmachines zijn beïnvloed, er zijn geen vervalste stemformulieren in omloop, er hebben vrijwel geen mensen meer dan één keer gestemd. De hackers bereikten de hoofden van kiezers, maar die kiezers hebben vervolgens wel volkomen legaal zélf gestemd.

Dat de hacks effectief waren, betwijfelt niemand. Het begon al vlak voor de Democratische Conventie, afgelopen juli, toen WikiLeaks e-mails uit de top van de Democratische Partij publiceerde. Hieruit bleek dat de partij weinig trek had in Clintons tegenkandidaat Bernie Sanders, en de onthulling leidde tot het aftreden van partijvoorzitter Debbie Wasserman Schultz, en een grote chaos op de eerste dag van de conventie. Die strategie werd in het najaar steeds gevolgd. WikiLeaks lekte op strategisch gekozen momenten mails uit de mailbox van campagneleider John Podesta. Hard nieuws was het niet, maar ze domineerden keer op keer het gesprek in de campagne. Maar het is onmogelijk te meten of ze beslissend waren voor de uitkomst.

Zo blijven de hacks het politieke equivalent van The Dress, de foto van een jurk die onderwerp werd van een ruzie op internet over de kleur. De een ziet overtuigend bewijs dat Rusland de Amerikaanse media gemanipuleerd heeft, de ander ziet een poging van de Washington-elites om Trump dwars te zitten.

Trump kiest partij tegen de inlichtingendiensten die hij over twee weken leidt, en kiest voor Rusland. Dit weekend twitterde hij: „Het is goed om een goede relatie met Rusland te hebben, niet slecht. Alleen ‘sukkels’, of dwazen, denken dat het slecht is!”

Over verder onderzoek naar de hacks zei hij: „move on”. Daarom dreigt dit thema een van de eerste echte crises van zijn presidentschap te worden. Trump stelt een radicale andere buitenlandse politiek voor, waarbij Rusland opeens een partner is, en niet langer de grootste strategische tegenstander. Hij krijgt veel Republikeinse kiezers mee, maar de meeste Republikeinen in het Congres willen een harde Rusland-politiek.

Trump is straks volledig afhankelijk van de CIA, FBI en NSA. Uitgerekend de diensten die aanslagen en ander onheil moeten voorkomen, heeft Trump nu al van zich vervreemd. Michael Morell, directeur van de CIA tot 2013, schreef in The New York Times dat de hele structuur achter de diensten op instorten staat. Agenten kunnen massaal ontslag nemen, spionnen zullen geen risico’s meer nemen als ze weten dat hun informatie niet door de president gewaardeerd wordt.