Mário Soares: ‘president van de vrijheid’

Necrologie

Soares leidde Portugal van dictatuur naar democratie. De grondlegger van het moderne Portugal overleed zaterdag op 92-jarige leeftijd.

De voormalige Portugese minister-president Pedro Passos Coelho tekent het condoleanceregister voor de overleden oud-president Mário Soares. Foto Antonio Pedro Santos

Portugal rouwt om de dood van Mário Soares. De eerste democratisch verkozen premier na het regime van dictator António Salazar stierf zaterdag in Lissabon op 92-jarige leeftijd. Hij lag al sinds 13 december in het Rode Kruis Ziekenhuis en verkeerde in een coma. Soares wordt gezien als de grondlegger van het moderne Portugal dat onder diens leiding aansluiting wist te vinden bij Europa. „Portugal verliest de vader van de vrijheid en de democratie”, zo stelde de Socialistische Partij van Soares in een reactie.

Soares zal onlosmakelijk verbonden blijven met de geschiedenis van het hedendaagse Portugal. Hij richtte in 1973 als balling met enkele vrienden de Portugese Socialistische Partij op. Toen op 25 april 1974 met de geweldloze Anjerrevolutie een einde kwam aan de dictatuur (1933-1974), keerde Soares zo snel mogelijk met ‘de trein van de vrijheid’ terug naar Portugal. Hij werd op het station Santa Apolonia van Lissabon als held ontvangen. Soares beklom samen met de communistische leider Alvaro Cunhal de tanks en reed onder gejuich door de straten van Lissabon om het einde van de dictatuur te vieren. Soares en Cunhal zouden daarna elkaars rivalen worden.

Boven alles een Portugees

De socialist Soares won de strijd om de macht en groeide uit tot het gezicht van een land met een nieuw elan. Soares was behalve premier (1976-1978 en 1983-1985) ook tien jaar president van Portugal (1986-1996). Het Portugese Jornal de Notícias bestempelde Soares na zijn dood als de „president van de vrijheid”. „Ik ben een linkse man, een socialist; maar nog meer een democraat en boven alles een Portugees”, schreef Soares ooit over zichzelf.

Soares werd op 7 december 1924 in Lissabon geboren in een links nest. Hij streed al van jongs af aan voor de vrijheden in zijn land. Als leider van de communistische jeugdbeweging verzette hij zich tegen de dictatuur. Door zijn acties tegen het regime van Salazar belandde Soares twaalf keer in de cel. Soares trouwde in 1949 in de gevangenis met de activiste Maria Barroso met wie hij twee kinderen kreeg. Hun zoon João Soares was van 1995 tot 2002 burgemeester van Lissabon. Het was voor Soares een harde klap toen zijn echtgenote in juli 2015 overleed.

Soares, die aanvankelijk tot de Communistische Partij van oprichter Cunhal behoorde, brak begin jaren vijftig met de communisten. Hij noemde zich een ‘democratisch socialist’. Soares werd meerdere keren naar het buitenland verbannen. Salazar stuurde hem naar de Portugese kolonie São Tomé en Principe. Na de dood van de dictator keerde Soares terug naar zijn land, maar in 1970 dwong Salazars opvolger Marcello Caetano hem opnieuw uit Portugal te vertrekken.

Toetreding tot de EU

Na de eerste democratische verkiezingen in Portugal werd Soares in 1976 premier van een wankele minderheidsregering, die slechts twee jaar stand hield. Als minister-president legde Soares in verschillende termijnen de basis van de democratie. De socialist creëerde systemen voor de volksgezondheid en de sociale zekerheid. Als premier bereidde hij ook de toetreding van Portugal tot de Europese Unie voor. In 1985 tekende hij zelf de toetredingsakte.

Soares probeerde in 2006 zijn comeback te maken als president, maar hij verloor. De voorbije jaren bleef hij ernstige kritiek uiten op Portugese regeringen. Een van zijn laatste publieke optredens was in 2014 toen hij een bezoek bracht aan oud-premier José Sócrates, die destijds op verdenking van fraude in de gevangenis van Évora zat. Soares nam het voor zijn partijgenoot op en noemde hem het slachtoffer van een lastercampagne.

Vorig jaar stelde Soares tevreden vast dat de socialisten met de steun van de communisten en Het Linkse Blok een regering wisten te vromen. Dezelfde regering kondigde zaterdag na de dood van Soares drie dagen van nationale rouw af.

    • Koen Greven