In Portugal wordt weer op straat gezongen

Portugal is focusland op Eurosonic. In nachtclub Plano B in Porto legt Octa Push uit hoe Portugese bands de culturele rijkdom van immigranten omarmen.

Sfeerbeeld van Plano B in Porto. Foto iStock

Wie de muziekscene van Portugal wil leren kennen moet eerst naar Porto, de op één na grootste stad van het land. Midden in een winkelstraat bevindt zich Plano B, een nachtclub met twee ingangen die zich door de hoogteverschillen in het stadscentrum elk op een andere verdieping bevinden. Bij de backstage-ingang treffen we de broers Leo en Bruno Guichon, sjouwend met apparatuur. Hun band Octa Push speelt deze decembernacht in Plano B, ter ere van het tienjarig bestaan van de toonaangevende concertzaal annex discotheek. Een gebarsten betonnen vloer contrasteert hevig met de glittergordijnen en de overdaad aan neon in de club.

De barman blaast ballonnen op met een gasfles. Hij bromt goedkeurend als hij het lijstje onder ogen krijgt met de 21 Portugese acts die op de komende editie van Eurosonic zullen staan. Van de meeste herkent hij de namen; bijna allemaal speelden ze al eens in Plano B. Het dreampopduo Best Youth draait vannacht een deejayset in Plano B. Holy Nothing, First Breath After Coma, Memória de Peixe en We Bless This Mess zijn sterren in de Portugese undergroundscene. DJ Ride en The Gift speelden zich internationaal in de kijker. De eerste als wereldkampioen scratchen op twee draaitafels. The Gift wegens hun samenwerking met Brian Eno.

Portugal is dit jaar focusland op Eurosonic, het jaarlijkse festival in Groningen voor popmuziek uit alle windstreken van Europa. Dat betekent dit jaar niet alleen veel optredens van Portugese bands, maar ook kansen om de zakelijke aspecten van de Portugese muziekscene onder de aandacht te brengen.

Op een decembermorgen in het imposante Casa de Música van Porto zit projectleider Nuno Saraiva van het organiserend comité WHY Portugal een workshop voor om een dertigtal Eurosonicgangers voor te bereiden op een zo effectief mogelijk verblijf in Groningen. In De Oosterpoort wordt een Portugese businesslounge ingericht waar managers, artiesten en andere muziekentrepreneurs hun belangen kunnen pitchen. Er zijn 36 podia in de binnenstad. Huur een fiets en trek een warme jas aan. De aanwezigen maken ijverig aantekeningen.

Een ‘Plan B’

Plano B werd opgericht door een stel horecajongens die een cocktaillounge wilden beginnen. Een muziekclub was eigenlijk hun plan B. Het werd een doorslaand succes. Op de vrijdagavond van het jubileumfeest ijsbeert een lange jongen door het pijpenlaatje van de concertzaal. Het is Cachupa Psicadélica, gastzanger van Octa Push, wachtend op zijn soundcheck. Cachupa (echte naam Luis Miguel) is een Portugees van Kaapverdische afkomst. Hij heeft familie in Rotterdam die hij regelmatig bezoekt, vertelt hij tussendoor. Die nacht zal hij het publiek betoveren met warme, bossanova-achtige zang bij Octa Push’ mix van sfeervolle elektronica en live gespeelde drums.

Octa Push in Plano B.

Octa Push maakte een van de beste alternatieve popplaten van 2016. De bandleden zijn opgegroeid in buitenwijken van Lissabon en hun achtergrond ligt bij techno, dubstep en Afrobeat. Op Lingua, hun tweede album in het achtjarig bestaan, bundelen Leo en Bruno Guichon hun muzikale krachten met zangers en instrumentalisten uit het wereldwijde Portugese taalgebied. Vandaar de titel, die ‘tong’ zowel als ‘taal’ betekent. Er zijn Braziliaanse invloeden, er is muziek met Angolese en Kaapverdische roots, er klinkt Portugese jazz en het heldere geluid van de kora, gespeeld door Braima Galissá uit Guinee-Bissau.

Muziek met een telefoontje

Het is elf uur ’s avonds in een propvol Portugees familierestaurant. Nog zeker twee uur te gaan voordat Octa Push verwacht wordt op het podium van Plano B. Er worden dampende borden bacalhau met aardappels opgediend, er wordt vinho verde geschonken. Drummer, producer en songschrijver Leo Guichon, de oudste van de twee broers, vertelt. „In 2015 was het veertig jaar geleden dat de Portugese koloniën Kaapverdië, Angola en Mozambique onafhankelijk werden. Guinee-Bissau was dat al twee jaar eerder. Mensen uit die gebieden streken neer in Lissabon en buitenwijken. Ze brachten hun cultuur mee, maar er was lange tijd geen wisselwerking tussen de oorspronkelijke Portugezen en de nieuwkomers. Er werd op ze neergekeken. Ze moesten hard werken om te overleven.”

De band Da Vinci, die in 1989 meedeed aan het Eurovisie Songfestival met het liedje Conquistador, was volgens Leo symptomatisch voor de moeite die veel Portugezen hadden om afscheid te nemen van het koloniaal verleden. „Met vuisten in de lucht zong Da Vinci: ‘Wij veroverden Brazilië, wij veroverden Angola.’ Terwijl er weinig was om trots op te zijn door de ellende die we daar hebben aangericht. Nu pas is Portugal er klaar voor om de culturele rijkdom te omarmen van de immigranten, vaak al de tweede of derde generatie. Met Lingua willen we uitdrukken dat er in moderne dansmuziek plaats is voor al die geluiden en invloeden. Onze muziek is lusophone: alles wat Portugees sprekende mensen in de wereld verbindt.”

Sample van het album ‘Lingua’. Lees verder na de video.

Jongere broer Bruno Guichon regelt het elektronische gedeelte van Octa Push’ muziek. De meest radicale dansmuziek wordt gemaakt door inwoners van Lissabon met een Afrikaanse achtergrond, vertelt hij. Soms hebben die weinig andere middelen dan een telefoontje en een rits computergeluiden. Bruno roemt de invloed van Buraka Som Sistema, het dancecollectief dat al tien jaar geleden de link tussen Lissabon en Afrika legde. Hun elektrofunk was geënt op kuduro, de swingende muziek uit de getto’s van de Angolese hoofdstad Luanda.

Fadomuziek staat niet echt op hun radar, bekent Leo. „Ik luister respectvol als ik er in Lissabon tegenaan loop, maar de sfeer van saudade is mij te melancholiek om er zelf iets mee te doen. Mijn vader komt uit Uruguay en misschien zit er daarom meer vrolijkheid in ons bloed. Dat neemt niet weg dat er geweldige jonge fadozangers zijn die het genre nieuw leven inblazen. Ga vooral kijken naar Gisela Joâo. Zij staat op Eurosonic en ze is fenomenaal.”

Het is drie uur ’s nachts en het optreden van Octa Push is in volle gang. Het benedenzaaltje van Plano B gonst van de warmhartige muziek die het duo met drums en een tafel vol elektronica fabriceert. Wanneer zanger Cachupa Psicadélica zich bij hen voegt, daalt er een hypnotiserend latingevoel neer over het dansende publiek. Cachupa en zangeres Cátia Sá, prominent op het Lingua-album, komen met Octa Push mee naar Groningen.

Beschilderde lp-hoezen

De trein van Porto naar Lissabon doet er een dikke drie uur over. Er is een snellere exprestrein, maar die rijdt niet langs de zee en een blik op de Atlantische Oceaan is de omweg waard. Op het station van Lissabon word ik opgewacht door DJ Ride, die me meetroont naar zijn favoriete platenzaak even verderop. Aan de promenade langs de Taag ligt Flur, de vinylwinkel van Márcio Matos die met zijn opvallende britpopkapsel de kassa bemant.

Samen met Nelson Gomes is Matos de drijvende kracht achter het hippe platenlabel Principe dat internationaal furore maakt met artiesten als Nigga Fox, Mar Fox en DJ Firmeza. De laatste staat op Eurosonic en komt naar Groningen als ambassadeur van Musicbox, de ook buiten Portugal vermaarde club die veel Principe-artiesten liet doorbreken. Grammofoonplaten op Principe zijn voorzien van individueel beschilderde hoezen. De oplage van enkele honderden exemplaren is meestal binnen een paar dagen uitverkocht.

DJ Ride, geboren als Oliveiros Tomás Oliveira, is een gevestigde naam. Hij begon als hiphopdeejay en bekwaamde zich onder invloed van Amerikaanse voorbeelden als DJ Shadow tot een virtuoos scratcher en draaitafelpiloot. Als „turntablist” won hij vier keer het nationale kampioenschap van Portugal. In 2011 werd hij wereldkampioen, samen met DJ Stereossauro met wie hij het duo BeatBombers vormt. In 2007 debuteerde DJ Ride als producer van eigen werk met het album Turntable Food, gevolgd door Psychedelic Sound Waves (2009) en Life In Loops (2012).

Tien tracks per dag

Bij Flur wijst hij de weg naar de bakken met tweedehandsplaten, waar hij ooit inspiratie zocht voor zijn eigen producties. Nu haalt hij alles uit de computer en maakt hij geen gebruik meer van samples van andermans materiaal, tenzij hem gevraagd wordt een track te remixen. Dat deed hij onder meer voor Batida, de Portugese artiest met Angolese roots die op Eurosonic zijn project The Almost Perfect DJ lanceert.

Dertiger DJ Ride mag een lokale legende zijn; hij is de eerste om zich weg te cijferen voor jong talent. Zijn tien jaar jongere broer DJ Holly (Miguel Oliveira) is niet bij te houden als het gaat om razendsnel in elkaar gedraaide producties. Die post hij op internet in de hoop dat internationaal gevierde rappers zijn tracks willen kopen. „Ikzelf ben een perfectionist die pas iets uitbrengt als ik tevreden ben over alle elementen van mijn producties”, zegt Ride. „Mijn broertje heeft die remming niet. Hij maakt veel rauwere muziek en vindt dat hij pas naar bed mag als hij die dag tien tracks heeft voltooid. Toen ik begon met twee draaitafels kon ik alleen maar dromen van zo’n hoge productiviteit.”

Hoewel zijn blik gericht is op de Amerikaanse hiphopcultuur staat DJ Ride open voor Portugese invloeden. „Bij ons duoproject BeatBombers hebben we gebruikgemaakt van een opname van de guitarra portuguesa van Carlos Paredes, een van de beste fadogitaristen uit de vorige eeuw. Voor inwoners van Lissabon is fado de stijl die het meest in de buurt komt van rap. Fadozangers hebben het over hun gevoelens, hun voor- en afkeuren, wat er mis is met hun leven. Precies zoals rappers. Hiphop komt uit het hart en de ziel van gettobewoners in de VS, zoals fado uit de arme buurten van Lissabon komt. In fadohuizen kun je de zangers zien freestylen in onderlinge battles. Ze spreken een thema af en proberen elkaar af te troeven met hun geïmproviseerde teksten. Dat is hiphop, man!”

De zon zakt achter de huizen van de wijk Alfama, waar het befaamde trammetje rijdt langs een mozaïek met het portret van fadokoningin Amália Rodrigues. In de clubs moet de lange nacht nog beginnen. Popmuziek in Portugal bloeit als nooit tevoren, dankzij de stijlen en culturen die er samenkomen. De fadowijk Mouraria is de plek waar het wonder opnieuw gebeurt, vertelt Leo Guichon van Octa Push. „Het is er een smeltkroes; een voorbeeld van integratie. Uit de huizen klinkt elektronische muziek. De mensen zingen weer op straat.”