Column

Hoelang houdt Montesquieu in Israël (en elders) nog stand?

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Foto Heidi Levine/AFP

Rechters hebben het ongekend zwaar te verduren tegenwoordig. Nee, niet onder Midden-Oosterse autoritaire regimes. Daar weten de rechters goed wat hun te doen staat: nauwgezet de regeringslijn volgen, en verder rustig slapen. Maar wel in landen waar Montesquieus scheiding der machten nog de basis van de democratie vormt. Ik denk natuurlijk aan Wilders’ oordeel over de „neprechtbank” van „PVV-hatende rechters” die hem veroordeelde. Wat nog relatief mild was in vergelijking met de Britse boulevardpers, die „hoogverraad” schreeuwde toen de rechters het hadden gewaagd het parlement inspraak te geven in het Brexit-proces. „Het ongekozen trio” dat „de wil van het volk blokkeerde”. In beide gevallen was er maar zuinige steun van de politiek voor de rechters.

En nu in Israël, met die golf van woede en haat nadat een militaire rechtbank sergeant Elor Azaria schuldig had bevonden aan doodslag op een Palestijn die zwaargewond op de grond lag. Een held is hij, die terecht een terrorist heeft afgeknald. Hij moet onmiddellijk gratie krijgen, vindt een meerderheid van de bevolking. Mét steun van premier Netanyahu en andere ministers.

Even terug voor wie sinds maart het nieuws niet heeft gevolgd: de Palestijn had een militair met een mes aangevallen en verwond, en was zelf neergeschoten. Azaria schoot hem even later door het hoofd. Een vrijwilliger van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’Tselem legde zijn daad op video vast.

Alleen omdat de hele wereld getuige was werd hij vervolgd, want er zijn veel meer dergelijke zaken, die onberecht blijven. Bij de golf van Palestijnse mesaanslagen, die in september 2015 begon, kwamen tot 1 januari 42 burgers om het leven, bijna allemaal Israëliërs. Leger en politie doodden 268 Palestijnen. Volgens Israëlische mensenrechtenorganisaties gaat het daarbij in tientallen gevallen om buitengerechtelijke executies, en worden deze door de politiek aangemoedigd.

Ja, zegt bijvoorbeeld het vredesblok Gush Shalom over de zaak-Azaria: ja, er is sprake van een rechterlijke dwaling. „Want niet één enkele militair had terecht moeten staan, maar ook tientallen andere soldaten en officieren die hetzelfde hebben gedaan, en ministers en parlementsleden die militairen hebben opgeroepen precies dat te doen wat Azaria deed.”

Daarmee gaat het imago van het leger, het IDF, overboord als „moreelste leger in de wereld” – zoals het tenminste in Israël graag wordt gekenschetst. Stafchef generaal Gadi Eisenkot probeerde vorige week nog te redden wat hij redden kon: „Wij willen dat het IDF opereert volgens […] de geest van het IDF en de waarden van het IDF. Wie de waarden van de meute prefereert, moet dat zeggen.” De sfeer suggereert dat laatste.

Eisenkot, de aanklager en de rechters worden bedreigd – nou ja, dat hoort erbij tegenwoordig. Maar niet alleen de waarden van het leger zijn in het geding, de fundamenten van de democratie eveneens. De president van het Hooggerechtshof sprak al van „een gevaar voor de rechtsorde en voor democratie”. Vraag: heeft Montesquieu in Israël – en elders – zijn langste tijd gehad?