Sprintkampioen Kai Verbij kan moeilijk genieten van zijn succes

EK sprint

Kai Verbij won in Thialf de eerste Europese sprinttitel. De 22-jarige schaatser vindt dat het altijd beter kan. Ook als hij de beste is.

Karolina Erbanova en Kai Verbij: de eerste Europese sprintkampioenen tijdens hun ereronde in de arrenslee. Foto Jerry Lampen/ANP

Kai Verbij kan niet zo goed trots zijn op zichzelf. Hij zegt het zoals iemand die slecht is in wiskunde het zou zeggen, of iemand die met de grootst mogelijke moeite een IKEA-kast in elkaar krijgt. Kai Verbij is heel goed in schaatsen, maar niet zo goed in het genieten van zijn prestaties. Hij is gewoon veel te perfectionistisch, zelden tevreden.

Dus ga dan niet met tien journalisten aan een tafel aan hem vragen waar hij zijn Europese sprinttitel gaat vieren, de eerste ooit. Of hoe. Weet hij veel? Misschien wel helemaal niet. Zaterdag, vijf seconden nadat hij over de finish was gekomen op de laatste 1.000 meter en zijn eerste internationale prijs een feit was, dacht hij: wow, ik ben Europees kampioen. Daarna was het: oké, maar dit was echt geen goede race. Het hielp niet dat coach Gerard van Velde ook meteen een gebaar met zijn handen maakte van ‘zo-zo’.

Het waren drie achten en één negen dit weekend, en dat moeten gewoon vier negens zijn, vindt Verbij. Op het vwo vroeger nooit trouwens, dan waren zesjes prima. Hij is pas tevreden als hij weet dat hij nergens iets heeft laten liggen. En dat was nu niet zo. Als het hier nog niet wordt afgestraft, dan vast wel op het WK sprint en de WK afstanden.

Misschien dat het ook niet hielp dat deze Europese titel er nooit eerder was geweest, dat Verbij ook niet wist hoe hij het op waarde kon schatten. De sprinter zei dat hij het wel grappig zou vinden als dit de eerste en tegelijkertijd laatste EK sprint zou zijn geweest. Dan was hij nu de eerste én enige Europees sprintkampioen ooit. Maar serieus: hij vindt het echt wel mooi dat hij zo’n titel wint.

De 22-jarige Verbij schaatst al vanaf zijn zesde. De transformatie van talent tot internationaal topschaatser is er pas een van de laatste jaren.

Januari 2012, eerste NK sprint

Er zijn echt nog snellere junioren, hield Verbij vol. Het klonk niet zo overtuigend uit de mond van een zeventienjarige B-junior die net op zijn allereerste NK sprint vier keer een persoonlijk record schaatste. Hij zette tijden neer die voor sommige senioren nog onbereikbaar waren.

Als-ie maar niet laatste zou worden, had hij vooraf gedacht. Hij werd twaalfde in een veld van 24 deelnemers. Een grote belofte was hij, maar hij reed voor zijn gevoel al zo lang rond, dus daar kon hij niet zoveel mee. Later dat jaar bracht hij dat gevoel ook onder woorden: „Je hebt niet eeuwig het talent, ik wil zo snel mogelijk naar de top.”

December 2015, eerste titel

Verbij was eigenlijk niet eens zo zenuwachtig geweest – en zenuwachtig was hij nog weleens. Blijkbaar had hij zelfvertrouwen meegenomen uit de eerste wereldbekerwedstrijden van het seizoen op de 500 meter, waar hij internationaal de beste Nederlander was geweest. Het was zijn internationale doorbraak. In december kreeg hij de titel die bij zijn vorm paste: hij was beter dan Jan Smeekens, beter dan Ronald Mulder en werd Nederlands kampioen. Vond hij zelf best verrassend. „Ik was vooral bezig met goede races rijden, dan zou de rest vanzelf wel komen.”

Januari 2016, Nederlands kampioen sprint

Een dikke voldoende, zei Verbij toen hij op de kussens in Thialf de microfoon onder zijn neus geduwd kreeg. „Je lijkt er zo nuchter onder”, zei de NOS-verslaggever tegen de man die net voor het eerst Nederlands kampioen sprint was geworden. „Nou ja, ik had hier natuurlijk voorafgaand aan het seizoen meteen voor getekend.” Hij was veel beter dan Ronald Mulder geweest, maar hij moest nog wel even wat te zeuren hebben. Over de 500 meter bijvoorbeeld, die scherper kon. „Op het WK moet dit beter.”

Maart 2016, brons op WK sprint

Nee, niemand ging de Rus Pavel Koelizjnikov [afgelopen weekend in Thialf de grote afwezige] verslaan. Alleen de suggestie lachte hij al weg. Hij zou wel zien wat er mogelijk was in Seoul, zijn eerste WK sprint. De verwachtingen waren hoog gezien het seizoen dat hij tot dan toe al had gehad. Het werd een derde plek achter de Rus en landgenoot Kjeld Nuis. „Ik legde mezelf geen verwachtingen op en ging hiernaartoe om te leren. Ik leg mezelf wel doelen op, ik luister niet veel naar anderen.”

Vooral zijn familie zal wel trots voelen, zegt hij zaterdag na zijn Europese titel. Nadat hij de pers te woord heeft gestaan, wordt er op hem, met de familie erbij, getoost in de businessclub van Thialf. Met champagne, maar dat had volgens de man die hem introduceerde natuurlijk sake moeten zijn. Verbij heeft een Japanse moeder, hij moet het grapje inmiddels al tientallen keren gehoord hebben. Hij neemt twee, drie slokken en gaat naar huis.

Een dag later wordt Verbij op het ijs van Thialf als kampioen in een arrenslee rondgereden, met een grote krans om zijn nek. Breeduit lachend. Intussen filmt hij alles. Wellicht om er later, weg van de drukte, nog wat meer van te kunnen genieten.