Het is pas ochtend, en hij strooit al uren zout

Spekgladde wegen

Rijkswaterstaat zette afgelopen weekeinde massaal materieel in om ijzel te bestrijden. NRC ging mee op de strooiwagen.

Stapvoets over glad wegdek. Foto Bram Petraeus

„O god, o god.” Erik den Hertog geeft een ruk aan het stuur van zijn strooiwagen en remt voorzichtig tot hij stilstaat. Dat was even een venijnig stukje, daar aan het einde van een tankstation langs de A27. Begon hij toch te glijden in de richting van een hekje in de berm. Maar Den Hertog (36) heeft scherp gereageerd: geen botsing, alleen twee spannende seconden. Terwijl de truckchauffeur weer achteruit rijdt, zucht hij. „Die sneeuwprut zie je nog wel, maar die ijzel blijft echt ongelofelijk lastig.”

Afgelopen zaterdag reden er 546 strooiwagens door heel het land, aangestuurd vanaf 56 laadcentra. Op vrijdagavond werd al begonnen, en het strooien ging de hele nacht door. Woordvoerder Diederik Fleuren van Rijkswaterstaat: „Als het blijft sneeuwen of ijzelen, kan het zout slecht aanhechten. Dan moet je steeds weer rondjes rijden.”

Dat de snelwegen inderdaad na een rondje niet zomaar ijsvrij zijn, was zaterdag te merken: er gebeurden honderden ongelukken. Dat betekent niet dat de strooiers niet hard werken. Bij het grootste zoutcentrum van het land (vier miljoen kilo), langs de A27 in Houten, rijden de strooiwagens zaterdagochtend vroeg af en aan.

Het werk tijdens dit tot dusver extreemste weer van het seizoen zijn de meesterproef van een voorbereiding die het hele jaar duurt. Er moet 40 miljoen kilo zout ingekocht worden voor een jaar (geen keukenzout, maar zout uitgerust met een speciaal antiklontermiddel). De trucks moeten getest worden. En omdat de belangrijkste wegen in Nederland in twee uur bestrooid moeten kunnen zijn, moeten de chauffeurs de routes leren. Fleuren: „Je wilt niet dat ze klaar zijn om te vertrekken en dan geen idee hebben waar ze heen moeten.”

In de truck van Den Hertog is het resultaat van die voorbereiding merkbaar. Ogenschijnlijk gedachteloos stuurt hij zijn wagen voorzichtig over de identiek uitziende wegen in de omgeving van Nieuwegein. Soms draait hij wat aan de knopjes op het kastje dat de strooier bedient. Rotondes rijdt hij helemaal rond, tankstations gaat hij twee keer door – één keer om het parkeerterrein heen, dan achteruit nog een keer.

De rest van het jaar werkt Den Hertog vooral als asfalteerder, voor als een weg na een ongeluk beschadigd is. Hij gaat dan op pad met dezelfde truck, die dan niet is uitgerust met een strooifunctie. Meestal ’s nachts. „Ik werk 48 weken per jaar in de nacht.”

Ook zaterdagochtend is hij al bijna twaalf uur continu in de weer. Heel erg vindt hij dat niet: de periodes als strooier zijn leuk en gezellig, zegt Den Hertog. Je kunt goed met je collega’s rondhangen in de pauzes op het laadpunt. „En mijn kinderen vinden het ook leuk om soms ’s nachts mee te rijden op de wagen.”

Toch is het werk soms zwaar. „Als je zondagmorgen wordt opgeroepen om voor de 36ste keer je rondje te rijden, dan kan het wel pittig zijn. En als je net vrij bent en het gaat weer regenen, dan kun je meteen terug. Maar ik doe het wel.”

Deze zaterdagochtend zit zijn dienst er na dit ritje op. Rond half tien wordt hij afgelost. Gaat Den Hertog dan slapen? „Nee, ik moet nog naar familie in Den Helder.” Ja, met de auto.