Opinie

De wetenschap behoeft geen maatschappelijke goedkeuring

Het sociale en politieke klimaat stond altijd al op gespannen voet met de wetenschap, schrijft . De KNAW kan zich daar beter bij neerleggen en zich op de eigen standaarden richten.

Foto iStock

Feiten en meningen moeten niet door elkaar gehaald worden, betogen José van Dijck en Wim van Saarloos in Wetenschap is niet ‘maar een mening’ (NRC, 3/1). De auteurs zijn president, respectievelijk vicepresident van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Feit is dat de auteurs gezaghebbend zijn, maar aan wie is hun oproep eigenlijk gericht – en komt hun boodschap over als feit of als mening? Voor wetenschappers moet dit toch gesneden koek zijn en voor veel NRC-lezers vermoedelijk ook. Of was het de bedoeling om de eigen parochie een hart onder de riem te steken?

De vraag is of alles wat ondergebracht is bij de KNAW wel aan de wetenschapsfilosofische eisen voldoet. In de natuurwetenschappelijke hoek en de wiskunde zit het wel goed, maar in de alfa- en gammasecties – taalkunde, geschiedenis en sociale wetenschappen – vraagt het scheiden van kaf en koren veel zorg en aandacht. Dat is zelfs leken niet ontgaan, maar de gezagsdragers Van Dijck en Van Saarloos reppen daar met geen woord over. Hoe gaat de KNAW met dit probleem om? Uitleggen wat de criteria zijn en hoe ze worden toegepast ware beter geweest dan afgeven op populaire meningen en trendy hobby’s als big data.

De nadruk leggen op de criteria logica en rationaliteit – wat de auteurs doen – is net niet goed genoeg. Dat gebeurt in de bigdatahoek ook. Dat er altijd gerefereerd moet worden aan eerder onderzoek is ook geen punt, maar de toetsbaarheid van conclusies is wel degelijk relevant. Met het onderscheiden van feiten en meningen – zoals de auteurs doen – kom je er wetenschapsfilosofisch niet uit. Hoe bestaat het dat de hoogste academische ambtsdragers het belangrijkste criterium – weerlegbaarheid – in het geheel niet noemen?

De auteurs gooien nieuwsgaring, rechtspraak en wetenschap op één hoop. Maar ordehandhaving, essayistiek, journalistiek en kunstzinnigheid vormen niet de essentie van wetenschapsbeoefening. Het gaat om empirische toetsing, in het bijzonder weerlegbaarheid. De geschiedenis van de wetenschap is een lange reeks van ruzie, opstootjes en discussie zonder welke de wetenschap geen kans van slagen had gehad. Daarom wordt in totalitaire omgevingen weinig kennis geproduceerd. Nieuwsgaring en rechtsorde zijn belangrijke condities, maar zeker geen onderdeel van de wetenschapsbeoefening.

Op het idee dat wetenschappers de hoeders van feitelijkheid zijn en docenten de ambassadeurs van rationaliteit is niets aan te merken, maar daarmee is de kous niet af. Wetenschap en onderwijs zijn twee afzonderlijke entiteiten. Mooi als ze elkaar niet in de weg zitten, maar ze zijn niet dooreen leverbaar. Fundamentalistische moskeeën investeren ook in onderwijs, maar niet in wetenschap. In onze traditie heet dat dan ook catechisatie. Voordat wetenschappelijke inzichten in het onderwijs terechtkomen zijn er vaak al jaren verstreken. Praktische toepassingen vinden eerder plaats in bedrijven en beroepen.

De relatie wetenschap en maatschappij was nooit zonder problemen. Dikwijls was wetenschap een bedreiging van de maatschappelijke stabiliteit. De machtsverhoudingen zijn door de eeuwen heen dan ook vooral door wetenschappelijke vooruitgang gewijzigd. Nog altijd komt het voor dat wetenschap, politiek en maatschappij met elkaar in de clinch liggen. Wetenschappelijke vooruitgang tast immers de machtsverhoudingen aan. Het is dus niet verwonderlijk dat er in onze tijd weer over geklaagd wordt. Juist nu moet de wetenschap eigenhandig haar normen handhaven en de schuld niet afschuiven.

Ondertussen is er nog altijd geen oplossing van het probleem dat Popper een halve eeuw geleden in zijn The Poverty of Historicism stelde. Namelijk dat sommige academische disciplines niet voldoen aan de eis van weerlegbaarheid. Is de KNAW hierover zo stil om de zwakke broeders in de alfa- en gammahoeken te beschermen? Dat hoeft niet verkeerd te zijn. Gun ze wat tijd. Maar misschien is dat besef ook doorgedrongen tot leken die zich storen aan het feit dat in de wetenschap niet altijd een scherp onderscheid gemaakt wordt tussen feiten en meningen. Is de KNAW een vakbond die coûte que coûte het belang van zijn leden bevordert of een bewaker van institutionele kwaliteit? Werk liever in stilte aan het handhaven van internationaal erkende normen en standaarden dan open en bloot met boemerangs te gooien.