Column

Boom

We tuigden de kerstboom af. De dochter (1) hielp ook mee, er sneuvelde een bal. Het was een goede boom geweest, vond de vriendin, beter dan de boom van het jaar ervoor die in een veel eerder stadium naalden was gaan verliezen. Ik herinnerde me niets van die kerstboom, ook niet van eerdere kerstbomen trouwens, maar moest ik de stemming verpesten door dit soort gedachten hardop uit te spreken?

Ik kreeg gewoon niet hetzelfde gevoel van een kerstboom. Zij kon ertegenover gaan zitten, er dan haast verliefd naar kijken en dan met een diepe zucht „hè, gezellig” zeggen. Ik vroeg me vanaf dezelfde plek af waar de televisie was gebleven.

Ik sleepte de boom de trap af en daarna naar de dichtstbijzijnde afhaalplek voor vuilnis, waar ik onze boom tegen de container zette.

Woedend getik met een ring tegen een raam. Een man met bril gebaarde met zijn armen, de vitrage ging ervan op en neer. Hij kwam naar buiten, schreeuwend dat de kerstboomverbranding een week eerder al was geweest. Hij bleef dat herhalen.

De fik was al geweest!

Was ik gek? Wilde ik hier een vuur of zo?

Nou, hij niet!

Was ik een debiel?

Hij verslikte zich in z’n eigen speeksel, ik kon maar beter toegeven. Ja, ik was gek. Ik had in mijn woning veel te lang een kerstboom getolereerd en nu bracht ik hem in gevaar door die boom ten onrechte bij het vuil te zetten waar ze hem natuurlijk in brand gingen steken. Ik ging die boom ergens anders heen slepen, desnoods weer de trap op.

„Goed”, zei hij. „Dan kan ik met een gerust hart weer naar binnen.”

De woede was gezakt, hij kon zich met een gerust hart over iets anders gaan opwinden.

Ik sleepte ons kerstgevoel naar de volgende vuilnisplaats een paar straten verderop, waar ik het op een afgedankte matras met gele kringen achterliet.

De avond erop, we zouden bij vrienden gaan eten, reden we er met de auto stapvoets voorbij. Er was wat natte sneeuw gevallen en het mistte. Iemand had onze boom rechtop gezet en er een leeg blikje bier, bij wijze van piek, bovenop gezet. Sommige takken waren wit.

„Kijk, onze boom”, zei ik tegen de vriendin die meteen weer werd bevangen door kerstgedachten.

Ze vond onze buurt gezellig en zei dat ze de volgende boom na de volgende Kerstmis nog langer binnen zou houden.