Deze tien plekken lijken over tien jaar niet meer op wat ze nu zijn

Vooruitblik Jakoetië is nog bevroren, de maan is nog leeg. Over een paar jaar zal dat anders zijn. Tien plekken die over tien jaar niet meer lijken op wat ze nu zijn.

  • Fotogeniek Cuba

    Toeristen rijden door Havana, Cuba.

    Toeristen rijden door Havana, Cuba. Foto AP/Desmond Boylan

    Cuba is in de mode, Cuba está de moda, zeggen Cubanen met een mix van trots en scherts in hun stem, als ze praten over het grote aantal toeristen dat het Caribische eiland bezoekt. Toeristen kwamen altijd al, maar sinds de toenadering tussen Cuba en de VS eind 2014 – en de versoepeling van reisrestricties voor Amerikanen – neemt de stroom flink toe. Veel mensen zien het als hun ‘laatste kans’ om het authentieke Cuba te bezoeken: het land dat zo lang in een economisch isolement verkeerde, dat het straatbeeld nog vrijwel hetzelfde is als dertig jaar geleden. Het Cuba van nu is inderdaad ontzettend fotogeniek, met zijn kleurrijke mensen en pompeuze, maar vervallen koloniale architectuur, afgewisseld met rijzige Sovjetflats. Vooral de oldtimers springen in het oog. De brede wagens hebben er nog zachte, warme kleuren. De lederen bekleding, soms tot in detail bewerkt, zit comfortabel, zolang de ramen dicht blijven: de auto’s stoten dikke wolken zwarte rook uit.

    Dat het eiland gaat veranderen, is duidelijk. De vraag is wanneer. Het aantal geïmporteerde, nieuwe auto’s neemt al fors toe en buitenlandse bedrijven onderzoeken of het mogelijk is fonkelnieuwe hotels en ander toeristisch vertier te bouwen. Als briesende paarden in hun stal wachten deze investeerders tot het moment dat de VS het handelsembargo dat al sinds 1961 van kracht is opheffen (al lijkt dat moment met de verkiezing van Donald Trump weer verder weg dan ooit). En dat voelen toeristen feilloos aan: nu kunnen we het ‘echte Cuba’ nog zien, denken zij. Dat Cuba de moderniteit langzaam omarmt, is onomkeerbaar. Cubanen kunnen niet wachten. Voor toeristen kan de aanpassing van Cuba aan de rest van de wereld juist niet lang genoeg duren.

    Floor Boon

  • Bevroren Jakoetië

    Een man toont de mammoetslagtanden die hij vond in de toendra's van Siberië.

    Een man toont de mammoetslagtanden die hij vond in de toendra's van Siberië. Foto Staffan Widstrand

    Duizenden jaren nadat je bent uitgestorven alsnog als bedreigde diersoort worden bestempeld: het overkwam de wolharige mammoet afgelopen najaar. Dit noordelijke neefje van de olifant graasde tijdens de laatste ijstijd op de koude, Euraziatische steppe, ook in Nederland. Ons land was destijds een poolwoestijn met weinig neerslag, lage temperaturen en een jaarrond bevroren ondergrond: een permafrostbodem. Na de ijstijd hield hij het nog een tijd uit in Siberië, maar zo’n 4.000 jaar geleden legde het laatste exemplaar het loodje.

    De faam van de wolharige mammoet kwam pas lang na zijn dood. Michelle Obama was ooit in het nieuws vanwege een ketting van mammoetivoor. Aanvankelijk werd haar sieraad geprezen: ivoor van dode mammoeten was diervriendelijker dan neushoorn- of olifantivoor. Al gauw kwamen er tegengeluiden: kettinkjes van mammoetslagtanden zouden de populariteit van ivoor aanwakkeren en de jacht op olifanten en neushoorns zou juist toenemen. Er gingen stemmen op om de mammoet als bedreigd dier te bestempelen. Dat is hij in feite ook, want de mammoetskeletten verdwijnen in rap tempo uit de Siberische permafrostbodem. Door de opwarming van de aarde ontdooit die ondergrond sneller en daardoor komen steeds meer karkassen binnen handbereik. Vooral in de Oost-Siberische streek Jakoetië is de jacht op mammoet­ivoor populair – een flinke slagtand kan 30.000 euro opleveren. Ivoorjagers graven tunnels tot zestig meter diep om de tanden te vinden. Als ze zo doorgaan, is er straks in Siberië geen mammoetschedel meer te vinden. Wie dus nog ijstijdfossielen wil zien, moet nu naar Jakoetië. Met wat geluk kun je een noordelijke ‘Big 5’ spotten: naast mammoeten zitten er bijvoorbeeld ook wolharige neushoorns en grottenleeuwen in de permafrost verstopt.

    Gemma Venhuizen

  • Het Chanhassen van Prince

    Paisley Park bij Chanhassen

    Popster Prince was dol op films. Zo huurde hij verschillende keren per maand de bioscoop van zijn woonplaats Chanhassen af. Een enkele keer vroeg hij fans mee naar de film. Een tastbaar spoor daarvan in het wat slome voorstadje van Minneapolis is een metershoge, paarsblauwe wandschildering. Een Australische kunstenaar maakte die op de muur van het Chanhassen Movie Theater, als eerbetoon. Hordes Prince-adepten gaan er op de foto. Leggen bloemen. In Chanhassen is het altijd druk.

    Een echtpaar maakte een app met een rit van anderhalfuur langs tien hotspots van de popster. En dat is nog niets. Het stikt van de toeristentours die ‘a glimpse into the life of Minnesota’s rock icon’ aanbieden. Het huis waar hij opgroeide, zijn middelbare school, het huis uit de Prince-film Purple Rain aan Snelling Avenue. De muziekwinkel Electric Fetus waar Prince graag zijn muziek kocht, de bioscoop en de verschillende huizen die hij bezat: een ranch met een paarse studio, een villa aan Lake Riley en natuurlijk de grote, spierwitte muziekenclave Paisley Park, waar Prince dag en nacht creatief kon zijn.

    Chanhassen bood vroeger weinig vertier. Nu begint bij het busstation in de hoofdstraat de tour naar Paisley Park. Via de website koop je een ticket, en hop, zo sta je in de Purple Rain-kamer of tussen de vitrines met awards, in zijn studio met mengpanelen en instrumenten. Al was het Prince’ wens zijn Paisley Park ooit open te stellen, de huidige exploitatie van het complex, amper een half jaar na zijn dood, is het andere uiterste. Paisley Park zal nog verder uitgroeien tot een cashmachine; een commercieel bedevaartsoord zoals Graceland, het landgoed van Elvis Presley. Sterker: Graceland Holdings beheert het Prince-museum, waar gidsen in paarse gewaden het beroemde atrium met wolkenlucht tonen. De apotheose van de rondleiding? Zijn urn.

    Paisley Park hoopt binnen een paar jaar 600.000 bezoekers per jaar te trekken – en dat zal Chanhassen merken. Fans en bewonderaars uit de hele wereld gaan er geld uitgeven, eten en logeren in de omgeving. Met als piek de vierdaagse viering rond zijn sterfdatum. En, en daar kun je op wachten: de komst van een heus Prince-hotel.

    Amanda Kuyper

  • Haven in Hamburg

    De Elbphilharmonie in de haven van Hamburg. Als het gereed is zal de bouw zal ongeveer een miljard euro hebben gekost.

    De Elbphilharmonie in de haven van Hamburg. Als het gereed is zal de bouw zal ongeveer een miljard euro hebben gekost. Foto anandoart

    HafenCity: zo heet de wijk in aanbouw in het oude havengebied van Hamburg. Als een van de laatste grote Europese havens ligt de Hamburgse haven nog in de stad. Toch zijn ook in Hamburg oude havengebieden in onbruik geraakt. In de laatste decennia van de twintigste eeuw verplaatsten de havenactiviteiten zich van de noordoever van de Elbe naar de zuidoever. Daarom besloot de gemeente twintig jaar geleden om het havengebied dat grenst aan Speicherstadt, de werelderfgoedwijk met de schitterende bakstenen pakhuizen van omstreeks 1900, te veranderen in een dichtbebouwde stadswijk.

    Inmiddels is het oude havengebied voor bijna de helft opgehoogd met een plak zand van vier meter waarop vervolgens woningen, winkels en kantoren zijn gebouwd. Over een jaar of tien is ook de rest van HafenCity volgebouwd.
    Onbetwist pronkstuk is de Elbphilharmonie, een glazen ijsberg op een bakstenen pakhuis, waarin onder meer de nieuwe concertzaal van Hamburg zit. Het gebouw is ontworpen door de beroemde architecten Herzog & De Meuron en ook in de rest van de wijk duikt werk van grote namen uit de wereldarchitectuur op.

    Maar voor driekwart zijn het buiten Duitsland onbekende bureaus die HafenCity volbouwen. Dat doen ze veelal in een stijl die je ‘aangepast modernisme’ zou kunnen noemen. Net als de pakhuizen in Speicherstadt zijn de gevels van hun gebouwen van baksteen. Strak, vlak en, zoals het modernisme dicteert, zonder ornamenten. Hierdoor lijkt het voltooide deel van HafenCity veel op IJburg, de Amsterdamse wijk in het water van het IJ. Als de rest van HafenCity ook zo wordt, kan Hamburg over tien jaar trots zijn op de grootste Vinexwijk buiten Nederland.

    Bernard Hulsman

  • Wild Kalimantan

    Toegangswegen en terrassen vlakken het golvende laagland bij Sarawak uit.

    Toegangswegen en terrassen vlakken het golvende laagland bij Sarawak uit. Foto National Geographic

    Het was een ochtendgloren om nooit te vergeten. Onze auto was tijdens een hoosbui de avond ervoor van de weg gegleden en in een spleet beland. Muurvast. Er zat niets anders op dan een stuk plastic op de rode blubber te leggen, regenjassen als laken te gebruiken en proberen te slapen terwijl het onweer verderop dreunde en de jungle om ons heen ritselde. Toen de zon opkwam, scheerde een neushoornvogel laag over. Twintig meter van onze slaapplek stonden afdrukken van grote poten in de modder gedrukt.

    Zo hoort het oerwoud van Kalimantan, het Indonesische deel van Borneo, te zijn. Wild, ongerept. Het trieste is dat er steeds minder van dit Borneo over is. Het is inmiddels een bekend verhaal. Het oerwoud wordt gekapt, voor hout, voor steenkool en ertsen, voor grond waar plantages voor rubber en palmolie op verrijzen. Sumatra is er voor een groot deel al aan gegaan. Nu gebeurt het op Kalimantan, daarna is Papoea aan de beurt. Jaarlijks zijn deze eilanden bedekt met dikke rookwolken van boeren die oerwoud in brand steken om ruimte te maken voor nieuwe plantages. Doorgaans krijgen de grote palmoliebedrijven hier de schuld van. De realiteit is ingewikkelder. Multinationals hebben een reputatie hoog te houden, zij houden zich vaak aan de regels. Maar kleinere ondernemers steken wel hun land in brand en verkopen dat aan een tussenpartij die het later weer verpatst aan de giganten. Dorpshoofden worden lekker gemaakt met aanbiedingen van werk, geld, nieuwe wegen, mooie moskeeën en scholen. De beloftes worden zelden waargemaakt. Dorpelingen verliezen hun hutan, het bos waar ze jaagden en kleinschalige landbouw bedreven, en krijgen er zelden langdurig werk voor terug. En wat betekent dit voor de orang-oetans? Die worden uit de bomen geschoten, want zij vinden de vruchten van de zo belangrijke oliepalm lekker.

    Melle Garschagen

  • Mijnstad Kiruna

    Foto Bermax

    In 2001 won de kerk in de Noord-Zweedse stad Kiruna een landelijke verkiezing: het was volgens de Zweden ‘het meest populaire gebouw van vóór 1950’. Een mooie, roodbruine houten kerk, ruim een eeuw oud; een toeristische trekpleister.
    Een gebouw waarvan je hoopt dat het nooit van de aardbodem verdwijnt – en toch dreigt dat te gebeuren. Kiruna wordt namelijk letterlijk ondermijnd.

    De ijzermijn waaraan het stadje zijn bestaansrecht dankt, bevat een van de grootste ijzererts-aders ter wereld. Tachtig meter dik en minstens vier kilometer lang. Elke nacht wordt in de mijngangen springstof tot ontploffen gebracht en in de ochtend worden de brokken ijzererts getransporteerd. De nachtelijke knallen zijn in Kiruna te horen – en elke klap brengt het einde van de stad dichterbij. De ertsader loopt namelijk tot pal onder het centrum. Door het mijnen ontstaan holtes; de overliggende bodem kan niet blijven zweven en langzaam bereiken de scheuren de stad. Maar voor het zover is, wil Kiruna verhuizen – drie kilometer naar het oosten.

    De nieuwe spoorlijn ligt er al, de riolering ook. Voor de 23.000 inwoners wordt op korte termijn vervangende woonruimte gebouwd. Het Zweedse staatsmijnbedrijf LKAB vergoedt per gesloopt huis de marktprijs plus 25 procent, of geeft bewoners gratis een nieuw huis in het nieuwe Kiruna. Ook het huidige ziekenhuis en het treinstation worden met de grond gelijkgemaakt. Het lastigst zijn de monumenten: de kerk (inclusief klokkentoren) en de ‘inktpothuizen’, houten arbeidershuizen uit begin twintigste eeuw die hun naam danken aan hun typerende vorm. Die gebouwen moeten binnen nu en pakweg tien jaar worden verhuisd, met behulp van enorme vrachtwagens.

    Dat geldt niet voor het stenen stadhuis van Kiruna. Gebouwd in 1962 en in 1964 gekozen tot mooiste gebouw van Zweden, maar nu gedoemd te verdwijnen. Het monument sparen is te duur. De sloop zal plaatsvinden nadat het nieuwe stadhuis af is, rond 2018.

    Gemma Venhuizen

  • Gesloten Birma

    Pagodes in de vlakte van Bagan

    Pagodes in de vlakte van Bagan. Foto iStock

    Een gouden mysterie aan de horizon. Een prachtig knipogend wonder, schitterend in de zon. Zo omschreef de Engelse schrijver Rudyard Kipling in 1880 Shwedagon, de pagode op de heuvel, de trots van Rangoon, waar alle Birmezen minstens een keer in hun leven rondjes moeten lopen om de honderd meter hoge koepel van goud. Zelfs in de donkerste dagen van de junta kwamen hier vrouwen bidden om zwanger te worden of om wierook te branden bij het heiligdom.

    Anno 2016 kun je er pinnen en is er gratis wifi. Dat heet vooruitgang. Nergens is zo zichtbaar hoe snel Birma, dat ook Myanmar heet, verandert. Slechts vier jaar geleden was het nagenoeg onmogelijk om met internationale bankkaarten geld te trekken in Birma. Er golden internationale sancties en speciale wisselkoersen voor buitenlanders. Nu is Birma een democratie. De militaire dictatuur heeft plaatsgemaakt voor het leiderschap van Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi. Of zij van het land een voortvarende democratie kan maken, met respect voor mensenrechten, valt te bezien. Maar het einde van het isolement en de komst van buitenlandse handel, bankiers en toeristen veranderen het land in hoog tempo.

    Veel nieuwigheden zijn een verademing voor Birmezen. Buitenlandse telecomproviders hebben rap een mobiel netwerk opgetuigd met betaalbare simkaarten. De economie groeit snel, mede dankzij investeringen van grote multinationals. Birmezen worden rijker. Vis en groente kopen ze nog altijd op traditionele markten, maar daarnaast geven ze geld uit aan Deens bier, Nederlands melkpoeder, Japanse auto’s en spijkerbroeken; hun traditionele longyi’s – wikkeldoeken – blijven
    in de kast.

    Voor toeristen is Birma nu goed bereikbaar, vanuit Europa via Qatar bijvoorbeeld. Op populaire plekken, zoals Rangoon en tempelcomplex Bagan, verrijzen nieuwe hotels. Goed voor de werkgelegenheid.

    Wie Birma kent, gunt het land en de bevolking nieuw elan. Maar er is een keerzijde. Te veel toeristen, te veel koloniale panden omgebouwd tot vijfsterrenhotels, te veel westerse mannen op zoek naar goedkope betaalde seks en te veel monnikken die merken dat ze goed geld kunnen verdienen aan Europeanen op zoek naar bezinning en Birma dreigt te gaan lijken op Thailand.

    Melle Garschagen

  • Dorps Shanghai

    Foto Xinhua/Zhang Ailin

    Aan het eind van de Shanghaise metrolijn nummer 7, waar de rijstvelden worden opgegeten door nieuwe wijken zo groot als Amsterdam, ligt Dongnancun, ‘Zuidoostdorp’. De tijd dat je hier met een ranke boot naar de nabijgelegen Yangtze-rivier of het zuidelijker gelegen Shanghai kon varen, is allang voorbij. De eeuwenoude waterwegen – de verkeersaders van weleer – ernaartoe zijn volgestort. Hoogbouw, villa’s, industrieterreinen en snelwegen omsingelen Dongnancun, een van de talloze traditionele „waterdorpen” in de Yangtze-delta waar de fraaiste „drakenboten” van de regio werden gebouwd. Voor de oorlog was het vanaf hier vier uur met de bus of zes uur varen naar Shanghai. Met de snelle metro is de reistijd ingekort tot ruim een uur. Toch is de almaar uitdijende metropool van China hier, even, tot stilstand gekomen. Althans, dat is op papier het plan van de partijkameraden die binnenlands toerisme hebben ontdekt. Niet iedere koopkrachtige Chinese middenklasser gaat namelijk weekendjes shoppen in Tokio of Parijs. Een dagje zwerven door nauwe stegen met Qing-Minghuizen van hout en witgekalkt leem, waar het geurt naar „stinkende tofu” en „dronken kip” (kip gekookt in lokaal bier) is ook leuk. Of selfies maken op de 300 jaar oude Qing-bruggen die oorlogen, revoluties én de dadendrang van projectontwikkelaars overleefden. De oudste bewoners kunnen niet wachten tot het herstel begint. Zij willen sterven in de zekerheid dat hun dorp voor altijd bewaard blijft. Maar er is weinig reden voor illusies. Navraag bij de hoogste instanties in Shanghai, een stad met provinciestatus, leert dat subsidies voor restauratiewerk alleen worden verstrekt als het dorp zelf een groot bedrag in dorpsherstel steekt. Geld dat de dorpsraad niet heeft. En daarom is de kans groot dat ook Dongnancun het lot beschoren is van de 250 dorpen die per jaar van de kaart worden geveegd in naam van de verstedelijking. Het is een kwestie van tijd of Metrolijn 7 walst over het dorp heen.

    Oscar Garschagen

  • Vulkanisch Vanuatu

    Foto National Geographic

    Komt er een dag dat Vanuatu geen strand meer heeft, of dat Kiribati niet meer bestaat? Het klinkt extreem: een onafhankelijk land dat ophoudt te bestaan, niet door oorlog, bezetting of hoge internationale politiek, maar door het klimaat. Toch is het precies wat de bewoners van kleine eilandstaten in de Stille Oceaan vrezen. Onrechtvaardig, zeggen ze. Wij hebben geen fabrieken, wij stoten nauwelijks broeikasgassen uit. En toch zullen wij als eerste de dupe worden van klimaatverandering en stijgend zeewater.

    Niet alle eilandstaten zijn hetzelfde. Vanuatu is een archipel van vulkanische eilanden. De Ambae is met bijna 1.500 meter de hoogste. Dat Vanuatu geheel in zee verdwijnt, is uitgesloten. Maar warmer zeewater resulteert in krachtige stormen. De bewoners van eilanden Efate en Tanna wisten niet wat hen overkwam toen cycloon Pam in 2015 overraasde. De oogst ging verloren, plezierjachten belandden op het land, dorpen werden verwoest. Van een storm kun je niet zeggen dat klimaatverandering de oorzaak is. Maar bewoners zeiden dat ze in Pam bevestiging zagen dat het weerpatroon verandert. Het regent als het droog moet zijn. Het is droog als het moet regenen. Voor eilanden waar kleinschalige landbouw van levensbelang is, hebben deze veranderingen grote invloed. Opeens doet de cassavesoort die boeren op Tanna al generaties planten, het niet meer. Opeens merken de vissers dat de vis weg is uit de baai, en dat de golven steeds dichter bij hun dorpjes komen.

    Het laaggelegen Kiribati lobbyt bij de Verenigde Naties om aandacht te krijgen voor het lot van kwetsbare eilandstaten. Enkele migranten uit Tuvalu hebben als ‘klimaatvluchtelingen’ geprobeerd in Nieuw-Zeeland asiel te krijgen, tot nu toe zonder succes. De regering van Kiribati heeft jaren geleden al fermere maatregelen getroffen. Er is land gekocht op Fiji. Daar kan de bevolking naartoe verhuizen als de internationale gemeenschap faalt en de golven toeslaan.

    Melle Garschagen

  • Ongerepte maan

    Zoals het er nu uitziet wordt 2017 het drukste jaar op de maan ooit. Ten minste vijf verschillende organisaties hebben vergevorderde plannen om komend jaar te landen op het hemellichaam; dat zou een record zijn. En voor het eerst zitten er bedrijven tussen zonder banden met overheden. De voornaamste aanjager van deze nieuwe golf van private maan-activiteit? Google.
    Dit jaar verstrijkt namelijk de deadline van Google’s Lunar X Prize: een prijsvraag van 20 miljoen dollar voor het team dat als eerste erin slaagt een onbemand voertuig op de maan te laten landen. Het voertuig moet zich minstens 500 meter over de maan voortbewegen en foto’s en videobeelden terugsturen naar de aarde.

    Er zijn zestien teams over, uit elf verschillende landen. Vier teams hebben al contracten getekend met raketlanceerbedrijven om hun voertuig daadwerkelijk naar de maan te laten schieten. Ook de Duitse autofabrikant Audi doet mee. Los van deze wedstrijd heeft de Chinese overheid een maanlanding gepland en ook de NASA wil er dit jaar nog naartoe.
    Voor een beeld van hoe de maan er in de toekomst uitziet, zijn de ideeën van het Amerikaanse team Moon Express interessant. Deze groep ondernemers uit Silicon Valley heeft plannen voor mijnbouw op de maan. Moon Express denkt een mogelijkheid te hebben gevonden om binnen de huidige internationale verdragen grondstoffen van de maan te mogen halen. Dat zou juridisch hetzelfde kunnen werken als vissen in internationale wateren, volgens het bedrijf.

    Andere teams zien een toekomst voor zich waarbij de maan bijvoorbeeld gebruikt kan worden als lanceerbasis voor raketten voor verdere verkenning van de ruimte, omdat het lanceren van raketten vanaf de maan door het ontbreken van een dampkring veel minder energie kost.

    Hoe dan ook, zo kaal en stil als het op de maan nu nog is, zal het waarschijnlijk niet lang meer zijn.

    Wouter van Noort