Nederlanders keken in 2016 opnieuw minder televisie

De finale van het Eurovisie Songfestival in mei is het meest bekeken tv-programma van 2016.

De Oekraïense zangeres Jamala tijdens het Eurovisie Songfestival. De finale van het Eurovise Songfestival in mei is het meest bekeken tv-programma van 2016. Jamala won de finale. Foto Andres Putting/ Eurovision

In 2016 hebben Nederlanders opnieuw minder voor de televisie gezeten dan het jaar ervoor. Dit ondanks het EK voetbal en de Olympische Spelen van afgelopen zomer. Door de twee grote sportevenementen is de daling van het Nederlands televisiekijken wel minder stevig dan in 2015.

Uit de cijfers die de Stichting Kijkonderzoek zaterdag vrijgaf blijkt dat de Nederlander vorig jaar gemiddeld drie uur en drie minuten per dag voor de beeldbuis zat, terwijl dit in 2015 nog drie uur en tien minuten was - een daling van 3,7 procent. De afname heeft onder andere te maken met een trend die zich de laatste jaren steeds sterker aftekent: Nederlanders kijken vaker video-on-demand-diensten als NPO Gemist, RTL XL, Netflix en YouTube.

Ook consumeren ze de tv-programma’s en ander videomateriaal vaker via verschillende apparaten, zoals hun iPhone of laptop. Tekenend is dan ook dat het percentage uitgesteld kijken binnen zes dagen na de uitzending steeg van 6,1 procent (2015) naar 6,9 procent van de totale kijktijd.

Meest bekeken tv-programma

De Stichting Kijkonderzoek maakte ook bekend naar welk programma we in 2016 het meest gekeken hebben. Dat was de finale van het Eurovisie Songfestival op 14 mei. 4,3 miljoen Nederlanders zagen toen hoe de Oekraïense zangeres Jamala er met de hoofdprijs vandoor ging. Een andere grote finale van 2016 trok daarna de meeste kijkers: de eindstrijd tussen Portugal en Frankrijk op het Europees Kampioenschap voetbal wist 4,23 miljoen mensen te bekoren. Op plek drie stond de halve finale tussen Frankrijk en Duitsland met 3,7 miljoen kijkers.

De Wie Is De Mol-uitzending van 20 februari is het meest uitgesteld bekeken programma van 2016, met 1,1 miljoen kijkers die het binnen zes dagen na de uitzenddag zagen.

Stijgend marktaandeel NPO

Door de grote sportevenementen die op NPO waren te zien, steeg het marktaandeel van de Publieke Omroep van 34,1 procent naar 35,1 procent. Het aandeel van RTL daalde van 29,2 naar 28,6 procent, SBS steeg - voor het tweede jaar achtereen - van 18,4 naar 18,5 procent.