Opinie

    • Rosanne Hertzberger

Zorgwekkend, die nieuwe set normen op de academie

Dinsdag zag ik de finale van het wereldkampioenschap debatteren voor universiteiten, in het Zuiderstrandtheater in Den Haag. Tien jaar geleden was ik zelf deelnemer in vergelijkbare toernooien. Dat waren magische bijeenkomsten. Een ultieme mix van parlementair debat, ethiek, politiek, retoriek, hormonen en alcohol. Ik omringde me met internationale studenten die, net als ik, in hun vrije tijd het liefst eindeloos dooremmerden over welke argumentatie en welke voorbeelden het beste voor en tegen een stelling konden worden ingezet.

Was de ondergang van het apartheidsregime in Zuid-Afrika een goed voorbeeld van hoe internationale sancties kunnen werken? Waren er echt nooit democratieën oorlog gaan voeren met elkaar? Moesten we mensen toestaan om hun organen alleen aan blanke ontvangers te doneren? Was het ooit geoorloofd om verdachten te martelen? Ook niet als daarmee een grote terroristische aanslag voorkomen zou kunnen worden?

Ik was diep onder de indruk van de finale. Het niveau van analyse, diepgang en eloquentie die de studenten etaleerden kom je in de echte wereld in een debat zelden tegen. Tegelijk voelde ik medelijden met de deelnemers.

Na hun afstuderen zou het over en uit zijn met dat soort doorwrochte analyses. De getoonde debatkwaliteiten waren eigenlijk nauwelijks relevant voor de politieke en publieke arena. Zeker nu niet. Het publieke debat is van abominabel niveau. Als iemand je politiek correct noemt, ben je af. Als iemand je ‘grachtengordel’ noemt, ben je af. En als ‘de stem van het volk’ klinkt, dan moet je luisteren, hoe dom en oppervlakkig die stem ook mag zijn. De meerderheid heeft nu eenmaal gelijk. Altijd. Terwijl de toekomstige leden van de elite binnen in de oefenzaal op balletschoentjes hun posities en analyses vervolmaakten, stond buiten het volk klaar met rotte eieren, nepnieuws en publieke schandpalen.

Dat contrast zat niet alleen in de debatten die er plaats vonden. Het ging ook om de manier waarop. Als je tegenwoordig jurylid bent van dit soort evenementen, moet je vooraf elke deelnemer vragen welk voornaamwoord hij prefereert. Wil iemand hij of zij genoemd worden? Is het haar of zijn beurt? Of ‘jullie’ beurt, voor diegenen die nog twijfelen over hun genderidentiteit. Doel hiervan was om te zorgen dat je die één-op-de-duizend studenten van wie de uiterlijke identiteit niet overeenkomt met de voorkeursidentiteit niet voor het hoofd stoot, maar zich beschermd doet voelen.

Toen ik dit hoorde, voelde ik me ongeveer net zoals een aanzienlijk deel van mijn landgenoten zich gevoeld moet hebben toen ineens werd meegedeeld dat Zwarte Piet vanaf nu racistisch was. Woest dus. Even was ik geneigd om de debatwereld uit te schelden als politiek correct. Maar dan zou ik mezelf ontslaan van de verantwoordelijkheid om nauwkeuriger te definiëren waarom het me zo boos maakte. Men pretendeert hiermee een „inclusieve” omgeving te scheppen terwijl het tegenovergestelde wordt bereikt. Met zulke gedragsregels help je 0,01 procent van de mensen zich thuis te laten voelen, terwijl je de rest van de wereld van je vervreemdt.

In de academische cultuur zijn dit soort gewoontes in hoog tempo aan het normaliseren. En in een debatwereld die elk anker waarmee het nog vastzat aan de samenleving heeft losgegooid, is het een volstrekt verdedigbare positie. Moeilijk om tegen te zijn. Een minieme gedragsverandering van een meerderheid is nu eenmaal een acceptabel offer als dat betekent dat je een ‘veilige’ en prettige plek creëert voor een kwetsbare kleine minderheid. Binnen de muren van het academisch bastion valt het op rationele gronden te verdedigen. Maar die muren moet je dan wel steeds hoger optrekken zodat je geen last hebt van de schuimbekkende menigte die dit debat buiten de muren op emotie met ruime cijfers wint.

Ach, het was misschien allemaal een spelletje, een vingeroefening. Die debatwedstrijdjes van ons stonden tot het publieke en politieke debat zoals schaken tot moderne oorlogvoering, of schermen tot straatvechten. Na Brexit, waar de crème de la crème van de debatwereld met zijn neus bovenop zat, kon de gemiddelde reactie van mijn Britse oud-mededebaters op sociale media het beste worden samengevat met ‘what a bunch of fucktwats‘, waarna men zich snel weer terugtrok in de luwte van de veilige instituten waar de meesten altijd waren gebleven.

Maar die cultuur, die nieuwe set normen, waarden en gedragsregels die in de academie broeit, die is zorgwekkend. Ik vrees dat deze nieuwe generatie hoogopgeleiden in een klimaat opgroeit dat hen hopeloos vervreemdt van hun medeburgers. Slechte zaak.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.
    • Rosanne Hertzberger