Cultuur

Interview

Interview

Foto Reuters

‘Wij economen waren veel te positief over globalisering’

Dani Rodrik

Economen zijn in het openbaar altijd enthousiast over internationale handel. Ten onrechte, vindt Harvard-econoom Dani Rodrik. „Wij waren te vriendelijk tegen de macht.”

Als er nooit meer een handelsverdrag wordt gesloten, zal je Dani Rodrik niet horen klagen. „We hoeven niet te betreuren dat de handelsverdragen dood zijn. We verspillen veel politiek kapitaal aan zeer weinig economische winst.”

Dani Rodrik roept het al jaren. Maar hij krijgt ineens overal aandacht nu aanstaand president Trump dreigt met protectionisme, handelsverdragen onder vuur liggen en een deel van de burgers, zoals recentelijk de Britten, zich keert tegen de globalisering.

Rodrik is analyticus van globalisering en internationale handel. Zijn boek The Globalization Paradox uit 2011 werd in twaalf talen vertaald. Maar de hoogleraar internationale politieke economie aan Harvard is al jaren een buitenbeentje. Rodrik plaatst publiekelijk kanttekeningen bij internationale handel en globalisering. Veel andere economen deden dat alleen in de beslotenheid van de universiteit, zegt hij.

Onder economen geldt een ongeschreven regel: in het openbaar ben je positief over internationale handel en spreek je niet over de kleine lettertjes. „Er is een duidelijk verschil tussen waarover we onder elkaar in seminars mogen spreken, en wat we tegen journalisten en het publiek zeggen. Dan is handel goed. Maar economen kennen de negatieve kant van internationale handel al heel lang. Economisch onderzoek genoeg”, zegt hij aan de telefoon.

„Internationale handel zorgt voor een scherpe herschikking van de economie, met hoge kosten voor mensen die hun baan erdoor verliezen of hun inkomen zien dalen.” Het handelsverdrag Nafta tussen de VS, Canada en Mexico, en China’s toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie WTO hebben bepaalde gemeenschappen in de VS hard geraakt.

Zelfzuchtige agenda

Economen wilden dat niet hardop zeggen, bagatelliseerden die herverdeling, bang dat ze populisten in de kaart spelen, aldus Rodrik. Daar begrijpt hij niks van. Want de groep die belang heeft bij meer internationale handel heeft ook een eigen, zelfzuchtige agenda. Farmaceuten die strengere patentregels willen, banken die ongestoorde toegang tot buitenlandse markten willen, hebben ook weinig oog voor het publieke belang, schrijft Rodrik in een van zijn vele stukken op opiniewebsite Project Syndicate. Multinationals die speciale arbitragetribunalen willen voor buitenlandse investeerders (ISDS en ICS) evenmin. Dus met hun pro-handelsverhaal verkiezen economen één groep „barbaren” boven de andere.

Rodrik vroeg ooit een prominente econoom voor een positieve quote achterop zijn boek Has Globalization gone too far? De econoom bedankte: het boek zou de barbaren munitie geven. Ook al was hij het niet oneens met Rodriks analyse.

„Economen weten dat de voordelen van handelsverdragen al sinds de jaren negentig relatief klein zijn.”

Lobby van bedrijven

De economische groei die de verdragen opleveren is klein, afgezet tegen de nadelen, aldus Rodrik. „Als we eerder open waren geweest, hadden we nu meer geloofwaardigheid bij het publiek gehad.”

Handelsverdragen zijn steeds meer het resultaat van de lobby van bedrijven, schrijft Rodrik op Project Syndicate. Nieuwe handelsverdragen bevatten regels over intellectueel eigendom, kapitaalstromen en investeringsbescherming die vooral ontworpen zijn om winst te genereren voor financiële instellingen en multinationals. Ze bieden buitenlandse investeerders bescherming die vaak botst met volksgezondheid en klimaatregels.

Rodrik ziet geen rechtvaardiging voor een speciaal tribunaal of rechtbank waar buitenlandse investeerders kunnen klagen over overheidsbeleid, zoals bij het TTIP-verdrag. Waarom regelen verdragen wel rechten voor investeerders en niet voor vakbonden en milieugroepen? Simpel, zegt hij: „Investeerders pushen handelsverdragen, vakbonden en milieugroepen niet.”

Een lezing van Rodrik voor de London School of Economics:

Regeringen promoten een versie van globalisering die gunstig is voor investeerders, vindt Rodrik. Dat is niet altijd zo geweest.

„In de jaren tachtig hebben politici het idee losgelaten dat globalisering een middel moet zijn voor nationale welvaart en sociale cohesie. Globalisering werd een doel op zich. De VS en Europa promoten sindsdien een model van globalisering dat ik hyperglobalisering noem. Dat begon bij de oprichting van de wereldhandelsorganisatie WTO en bij het opzetten van een vooral economische Europese Unie. Daarom maken regeringen in handelsverdragen geen afspraken over belastingontwijking door bedrijven. Die verdragen hebben een heel andere agenda. Daarom is er nu verzet. Economen hebben bijgedragen aan het intellectuele klimaat dat leidde tot de Brexit en tot de verkiezing van Donald Trump. We maken het de populisten makkelijk.”

Elitair en technocratisch

De blik die economen publiekelijk uitdroegen was elitair en technocratisch, vindt Rodrik. Dat leidde tot een Britse minister die tijdens de campagne voor het Britse Brexit-referendum zei dat mensen hun buik vol hebben van experts. „Het is de taak van academici om de macht de waarheid te vertellen. Maar wij waren te vriendelijk tegen de macht. En zo hebben we het vertrouwen van het publiek verloren.”

Er is nu veel kritiek op economie als wetenschap; die zou leunen op overmatig marktdenken. Dat is volgens Rodrik onterecht. „Het probleem is niet de economische wetenschap, het probleem zijn economen. We zijn geen goede ambassadeurs geweest van onze discipline omdat we, als het om internationale handel en globalisering gaat, maar een kant van de zaak hebben gepresenteerd. De gunstige.”

Maar begrijp hem niet verkeerd: het terugdraaien van de globalisering is dom. „Trumps ideeën, zoals een muur tegen Mexicanen en tarieven van 30 procent op Chinese import, zijn gestoord. We hebben niks te winnen bij handelsbarrières. Dat brengt de banen niet terug. Verlies van banen is allang aan de gang in de VS en komt niet alleen door globalisering.”

Rodrik is bang voor de schade die Trump de Amerikaanse democratie en de Amerikaanse waarden kan toebrengen. Voor Trumps economische beleid is hij minder bang. „Ik denk dat president Trump veel terughoudender zal zijn in zijn beleid dan zijn retoriek. Trump gaat de importtarieven niet verhogen want hij is een zakenman. Zijn economische adviseurs weten hoe de economie werkt. Hij zal inzien dat dan de kosten stijgen in de mondiale productieketens waarvan Amerikaanse bedrijven onderdeel zijn. Dat zou Amerikaanse bedrijven schaden en dan zou hij zich dus in de eigen voet schieten. Zijn economisch beleid zal niet de grote ramp zijn die mensen vrezen. Veel gevaarlijker is wat hij zal aanrichten in onze democratie en onze normen.”

Rodriks advies aan economen: spreek je uit, ook je twijfels, zeg het als je iets niet weet. Wees bescheidener. „Want als onze visie ‘ook maar een mening’ wordt, dan openen we de sluizen om de normen van onze democratie te ondermijnen.”

Winnaars zijn hoogopgeleiden

Overheden moeten bovendien een veel grotere rol claimen in de economie, zegt Rodrik. Die verandert door automatisering nu sterk. Vele banen zullen verdwijnen. Winnaars zijn hoogopgeleiden en de eigenaren van machines.

„De overheid moet een durfinvesteerder en aandeelhouder worden in technologie-intensieve sectoren. Alleen zo kunnen we de winsten van het kapitalisme weer socialiseren, verdelen onder een grote groep. Hoogopgeleiden kunnen naar universiteiten die gefinancierd worden door het grote publiek. Dan moet het grote publiek ook delen in de vruchten van innovatie. Het kapitalisme kan zich heel goed aanpassen als de ongelijkheid uit de klauwen loopt. Dat is eerder gebeurd in de late negentiende en begin twintigste eeuw. Toen kregen werknemers meer rechten en bescherming. Nu moeten we het kapitalisme weer van zichzelf redden.”