Wie dit gaat betalen? Dat weet niemand

Aansprakelijkheid voor aanvaring

De schade door de aanvaring bij de stuw bij Grave is enorm. Wie draait er op voor de kosten?

De sluis bij het Gelderse Heumen, waar Rijkswaterstaat het waterpeil omhoog probeert te brengen. FOTO MERLIN DALEMAN

De gevolgen van een avond dichte mist zijn groot. Vorige week donderdag ramde een Duits binnenvaartschip een stuw kapot ter hoogte van het Brabantse Grave. Het waterpeil van de Maas zakte bijna drie meter, met enorme schade tot gevolg. Een calamiteit van deze aard was volgens Rijkswaterstaat nog niet voorgekomen sinds de aanleg van de stuw in 1928. Wie betaalt?

De verzekeraar van het Duitse schip kan zich beroepen op een internationaal verdrag dat een plafond stelt aan wat er betaald moet worden. Dat bedrag, dat via een bevoegde rechter kan worden uitgekeerd, lijkt veel te klein voor de kosten van het ongeval – mogelijk tientallen miljoenen.

Het Bureau Voorlichting Binnenvaart schat de schade op drie ton per dag, omdat 75 tot 100 schepen – vaak via Antwerpen – moeten omvaren. Daarbij is veel niet meegenomen, zoals schade aan woonboten, een zwaarbeschadigde stuw, een veerpont die niet meer over de Maas kan varen, bedrijven aan de Maas die beperkt kunnen opereren en bedrijven die wachten op hun voorraad.

Schuldeisers kunnen bij de eigenaar van het Duitse schip aankloppen, maar die is beschermd door het Verdrag van Straatsburg uit 1988. Daar werd een maximaal aansprakelijkheidsbedrag per incident afgesproken, zodat een scheepseigenaar risico’s verzekerbaar kan houden.

Lees ook Ramptoeristen aan de oevers van de kwetsbare Maas

Hoe groot dat bedrag is, hangt af van de omvang van het schip en de hoeveel motorvermogen. „Even een rekensommetje”, zegt Pieter den Haan, advocaat-partner bij AKD en gespecialiseerd in scheepsrecht. Hij treedt op voor een aantal schuldeisers. „Het motorvermogen is bij dit schip ongeveer 1.800 pk en het heeft een tonnage van 2.311. Dan kom ik op een fonds van nog geen 900.000 euro exclusief rente.” Dat ‘fonds’ is waarschijnlijk al snel leeg door de grote schade aan de geramde stuw.

Schuldeisers zullen zich dus gaan richten op andere partijen, die mogelijk ook blaam treft voor de schade. „Het lijkt evident dat dit schip niet tegen de stuw had moeten varen”, zegt Den Haan. Je kunt je volgens de advocaat direct wel een aantal vragen stellen. „Zijn er maatregelen getroffen om te voorkomen dat een schip door zo’n stuw klettert en daar überhaupt kan komen? Was de stuw daar wel op ingericht? Is er een noodplan om alles weer in orde te brengen? Waarom was er geen backup-voorziening voor een calamiteit aan de stuw?”

Kijken: hoe de Maas leegloopt

„Schadebureaus en gespecialiseerde advocatenkantoren gaan nu de feiten onderzoeken”, zegt hoogleraar Frank Smeele van de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Ze zullen met lange betogen en feitenrelazen komen. Daar kan de situatie bij het sluiscomplex bij Heumen, tussen de Maas en het Maas-Waalkanaal, een voorbeeld van zijn.”

Vrijdag werd bekend dat het sluiscomplex, dat kon verhinderen dat het waterpeil van het Maas-Waalkanaal verder zou meezakken, wel erg lang open bleef staan. Het duurde vierenhalf uur voordat de keersluis van het complex en zeven uur voordat de lokaal bedienbare schutsluis dicht ging. In het Maas-Waalkanaal raakten woonboten beschadigd door verzakking en kwam een tiental boten en schepen vast te liggen. Een woordvoerder van Rijkswaterstaat zegt dat men zich eerst geconcentreerd heeft op het gebotste schip met de schadelijke stof benzeen als vracht. Daarvan was nog de vraag of er lekkage was.

Of een casus als deze een rechter gaat bewegen om Rijkswaterstaat verantwoordelijk te stellen voor een deel van de schade, acht Smeele niet onmogelijk, maar wel heel moeilijk. „Om tot aansprakelijkheid te komen, moet je een sterk verwijt kunnen maken waarbij het onmiddellijk evident is dat laakbaar is gehandeld. De gemeente Enschede is zelfs bij de vuurwerkramp – waar tekort was geschoten in het toezicht – uiteindelijk niet aansprakelijk gesteld. Het zou mij niet verbazen als het zo eindigt dat alleen het fonds wordt leeggetrokken.”

Soms is het zelfs de vraag of de verzekering van gedupeerden kan helpen. Zoals bij baggerbedrijf Koninklijke Smals, dat aan de Maas opereert. „We kunnen niet uitrukken en hadden werk aangenomen, waarmee we niet kunnen starten”, zegt directeur Frans van der Linden. „Worst case scenario is een schade van zes ton.”

    • Liza van Lonkhuyzen