Wat te doen met de grote grazers?

Natuur Het beheer van de Oostvaardersplassen moet veranderen, vindt de politiek in Flevoland. „We moeten af van die creperende dieren.”

De populaties herten, paarden en runderen in de Oostvaardersplassen moeten fors kleiner, vindt een meerderheid van de politiek in Flevoland. Foto’s ANP

Brede vlakten met gras en water en edelherten, konikpaarden en Heckrunderen. Ganzen. Een vos. En vliegt daar niet een rouwkwikstaart?

We rijden door het internationaal vermaarde natuurgebied Oostvaardersplassen, tussen Almere en Lelystad. De rit volgt op de presentatie van „richtinggevende uitspraken” over een „fundamentele ommekeer” van het beheer van het natuurgebied door VVD en SGP in de Staten van Flevoland.

Niet langer moeten de populaties herten, paarden en runderen almaar kunnen groeien. De aantallen moeten fors omlaag. „De biodiversiteit van dit gebied lijdt onder de grote grazers”, zegt Sjaak Simonse, fractievoorzitter van de SGP. Er leven er in het najaar vier- à vijfduizend.

De politiek in Flevoland wil af van wat een „ecologisch experiment” wordt genoemd, waarbij de natuur zo veel mogelijk met rust wordt gelaten, „natuurlijke processen” hun gang gaan en bezoekers in grote delen slechts mondjesmaat worden toegelaten. Liever ziet Flevoland het zesduizend hectare grote gebied uitgroeien tot een „aantrekkelijk en toegankelijk” deel van een Nationaal Park Nieuw Land met daarbij inbegrepen de Lepelaarplassen, een deel van het Markermeer en de Marker Wadden, een aantal eilandjes die dezer dagen worden aangelegd. De omvang van de kudde grazers is daarbij „geen doel op zich” maar een „middel” om de doelstellingen te halen van wat het uiteindelijk is: een vogelreservaat.

30 procent van de populatie sterft

Zo ontstaat een „toeristisch aantrekkelijk natuurgebied met een flora die behoort bij een polderlandschap”. Met meer wandelroutes. Meer fietsroutes. Rekening houdend met de uitbreiding van Lelystad Airport, dus bij voorkeur zonder al te veel ganzen. En met tijdens het wandelen uitzicht op frisse, gezonde grazers. „We moeten af van die creperende dieren”, zegt Jan de Reus, voorzitter van de VVD-fractie in Flevoland. „Het dierenwelzijn is nu niet op orde. Er moet iets gebeuren.”

In de jeep van Staatsbosbeheer wordt het sterven van dieren gretig besproken. „Aan het einde van de winter zijn veel grazers vermagerd”, legt gebiedsmanager Susan Bonekamp van Staatsbosbeheer uit. „Dat is nu eenmaal zo in de natuur.” Dieren met een slechte conditie die de winter niet zullen overleven, krijgen een schot. „Dat gebeurt vooral in februari en maart.” Jaarlijks sterft 30 procent van de populatie. Dat is „normaal” voor vergelijkbare natuurgebieden.

Onder de passagiers in de laadbak van de jeep komen twee werelden samen. Aan de ene kant zit SGP’er en oliehandelaar Simonse, die blij is dat het Rijk onlangs de verantwoordelijkheid voor het dierenwelzijn in de Oostvaardersplassen heeft overgedragen aan de provincie. „Ik hoor van zo veel mensen, onder anderen boeren, dat er iets moet veranderen. Het aantal dieren gaat de ecologische draagkracht van dit gebied te boven.”

Tegenover hem zit Leonie Vestering, voorzitter van de fractie van de Partij voor de Dieren. Het irriteert haar dat de SGP de dieren in de Oostvaardersplassen „vee” noemt. „Dus jij zegt dat er niet genoeg voedsel voor de dieren is”, stelt ze uitdagend. „Maar als je al dat gras ziet, hoe kun je zoiets dan zeggen?” Simonse, kalm: „Joh, ik weet niet precies wanneer dieren van honger en verdriet dood gaan.” Vestering: „O? En dan toch zo’n voorstel indienen?” Simonse, nu toch wat geërgerd: „Ja, dapper hè?”

Het voorstel aan Gedeputeerde Staten wordt gesteund door een grote meerderheid in de Staten van Flevoland. PvdA, GroenLinks en de Partij voor de Dieren zien er niets in. „Het gebied is uniek, aantrekkelijk en de biodiversiteit is groot”, schrijft GroenLinks in een verklaring. Het dierenwelzijn is „prima in orde”. Er zijn niet te veel dieren, want het voedselaanbod bepaalt het aantal dieren dat er kan leven. „Natuurlijke selectie zorgt ervoor dat de sterke dieren overleven. Dat geldt voor alle wilde dieren in de natuur.”

Zo zijn we opnieuw beland bij de vraag wat natuur is. „Laten we daar maar eens goed over debatteren”, zegt Marianne Luyer, fractievoorzitter van het CDA. „Er is in Nederland een hang naar wildernis, maar de vraag is of dit wildernis is. Zelf ben ik op de Noordkaap geweest. Nou, dát is natuur.” SGP’er Simonse: „Natuur is natuur als er geen hek omheen staat.”