Waarom de lange treinreis populairder is dan ooit

De Oriënt Express, The Royal Scotsman en de Trans-Siberische Golden Eagle zijn maanden van tevoren al volgeboekt. Vanwaar die populariteit? „Het heeft iets nostalgisch, en je doet bijna vanzelf aan mindfulness.”

In Peru rijdt de luxetrein de Andean Explorer door de Andes. De reis gaat van Cusco naar Puno en onderweg stopt hij bij het Titicaca-meer. Foto Sergi Reboredo / AFP

Half zeven, Centraal Station Amsterdam, perron 1. Een drukte van jewelste. Een rode loper leidt naar een trein uit de jaren zestig, getrokken door een bijkans antieke locomotief, voor de kenners nummer E 1200 uit de NS-serie van weleer. De reizigers weten niet waar ze heen gaan, de bestemming maakt ze niet uit, ze komen om te dineren in de trein, gewoon omdat dat leuk is, treinen om te treinen. Om good old Confucius maar weer eens van stal te halen: ‘De weg zelf is de bestemming’.

Treinreizen zijn populair. Niet om van A naar B te komen, maar de meerdaagse reizen, met verblijf aan boord: cruisetreinen. „Beroemde treinen en trajecten als de Oriënt Express, The Royal Scotsman, de Trans-Siberische Golden Eagle en de Rovos Railtreinen door Zuid-Afrika zitten maanden van tevoren volgeboekt”, zegt Jos Beltman, directeur van Incento reizen.

Maar het hoeft niet altijd luxueus of historisch te zijn, want het gaat vooral om het plezier van het reizen zelf, en een ver land ervaren zonder dat je zelf een ingewikkelde reis moet samenstellen. „Zie het als een rijdend hotel, of een treinrugzak, zoals een van mijn klanten het ooit noemde”, zegt Beltman. Onderweg stopt de trein lang genoeg voor uitstapjes naar steden of bezienswaardigheden.

De trein is de bestemming

Het echtpaar Hollander uit Hilversum reist sinds 2008 uitsluitend op deze manier. „We begonnen met de zijderoute, van Moskou naar Peking. Later ook in Europa. We komen op plekken waar we anders nooit heen zouden zijn gegaan, de Balkan bijvoorbeeld. En je leert in de trein nieuwe mensen kennen. Het publiek is heel anders dan op een zeecruise, veel ondernemender, minder chic”.

In het Panorama Rail Restaurant eet ik zachtgegaarde kippendij in witte wijn met crème fraîche, en bloemkool met Taggiasche olijf, bereid door (televisie)kok Julius Jaspers. Het restaurant hobbelt in slow motion langs Breukelen, dan door naar Gouda, Den Haag, Leiden en via Haarlem weer terug naar Amsterdam Centraal. De wijnen zijn lekker, alle tafeltjes in het rijdende restaurant (twee coupés) zitten vol.

Slow food in slow motion


Waarom we niet in een gewoon, stilstaand restaurant zijn gaan eten? Het viertal (bridgepartners) dat ik aanspreek kijkt me verbaasd aan. „Eten in de trein is weer eens wat anders.” In Oostenrijk organiseert de Majestic Imperator soortgelijke rijdende treindiners. Slow food in slow motion.

De opleving van dit soort treinreizen begon in de jaren tachtig, toen ene James Sherwood de oude, verroeste wagons van de aloude Oriënt Express (denk aan Agatha Christie) restaureerde en weer op de rails zette op het traject Londen-Venetië. Zo’n dertig jaar later is er weinig veranderd aan dit nostalgische treinstel, merk ik als ik erin zit, al is hij intussen meerdere malen opnieuw gerestaureerd.

Je kunt geen kant op, en internet is er ook niet

Het kunstig ingelegde hout heeft een glimmend vernis, de glazen Laliquesculpturen ogen alsof ze gisteren zijn gemaakt en de barman schudt nog steeds de beste cocktails. Voor het diner kleedt men zich nog steeds graag in de tijd van de trein, de ‘roaring twenties’, wat er soms best potsierlijk uitziet. Maar de trein boemelt en schommelt en huft en puft nog steeds, het wastafeltje in de coupé is nog altijd even klein, de wc nog steeds gedeeld en op de gang, en de wagonbutler draagt nog altijd witte handschoenen. De butler zet lekkernijen klaar in je coupé, een glaasje champagne erbij; laat dat landschap maar voorbijkomen.

„Het heerlijke in zo’n trein is de bijna gedwongen rust, want je kunt geen kant op, en internet is er ook niet”, zegt Oriënt Expressrecidivist Joanna uit Wales.

Ik kijk hoe de steward mijn bed opmaakt. Als hij bijna klaar is en mijn instapdriehoek wil omvouwen, haalt hij de lakens er weer af. „Het logo in het laken ligt niet exact in het midden”, verontschuldigt hij zich. „Kan mij niets schelen”, zeg ik. „Maar mijn chef wel”, zegt hij.

Het aanbod van dit soort treinreizen stijgt overal ter wereld: de Train Suite Shiki-Shima zal vanaf dit voorjaar vanuit Tokio naar het hoge noorden vertrekken (10 wagons met 34 passagiers, dus plaats genoeg voor enorme suites, met badkuipen van cypressenhout), en de Twilight Express Mizukaze (10 wagons voor 30 gasten, in neo-Art-Deco-stijl, vertrekkend vanuit Osaka en Kyoto). In India heb je de Maharajas’ Express en The Golden Chariot, in Spanje de Transcantábrico Gran Lujo en verder zijn er nieuwe trajecten in onder meer Rusland (Moskou-Vladivostok) en Zuid-Amerika (Belmond’s Andean Explorer).

Op televisie zijn treinprogramma’s (EO’s Rail Away, The Great British Railway Journeys) en op sociale media wordt een nieuw syndroom genoemd, gebaseerd op mensen die in de trein niet kunnen stilzitten uit angst mooie uitzichten aan de andere kant te missen: FOMOS, Fear Of Missing Out on Scenery.

Je gaat in een natuurlijk tempo van A naar B, anders dan met een vliegtuig waarbij je in no time in een andere wereld belandt.

„Treinreizen zijn spannend”, zegt Nick van Rookhuijzen (29), die er samen met zijn vriendin Kirsten Spooren (27) zijn beroep van wil maken. Ze zijn allebei treingek, werkten op diverse treinen als stewards, en ontmoetten elkaar op de wintersportexpress naar Oostenrijk. „Het heeft iets nostalgisch, je doet bijna vanzelf aan mindfulness, want je beleeft het moment heel bewust en intens. Je gaat in een natuurlijk tempo van A naar B, anders dan met een vliegtuig waarbij je in no time in een andere wereld belandt.”

Op hun site reizen-met-de-trein.nl bloggen en vloggen ze over de reizen die ze maken. Soms worden ze gesponsord door een treinmaatschappij („helaas nog niet genoeg om van te leven”), die hopen zo jongeren te laten zien hoe aantrekkelijk reizen met de trein kan zijn. Nick: „Jongeren willen het liefst zo snel mogelijk van A naar B, kijk naar de populariteit van korte stedentrips, voor die weekendjes weg kiezen mensen voor het vliegtuig om de reistijd zo kort mogelijk te houden, maar een weekendje treinen is minstens zo leuk.”

Keus genoeg en opvallend goedkoop

Met de nachttrein van Madrid naar Lissabon in een privé coupé kost nog geen honderd euro. Je kunt ook van Nice naar Moskou, van Amsterdam naar München (vanaf 96 euro) of van Boedapest naar Iran. „Dat is echt heel tof”, glundert Nick.

De nieuwste treinlijn in de planning moet ’s werelds langste treintraject worden: de Trans-Eurasian Belt Development, van Londen naar New York, via Moskou, Nome en Fairbanks, 10.000 kilometer lang. Eén probleempje: de oversteek van de Beringstraat tussen Rusland en Alaska. Tunnel of brug, daar zijn de deskundigen het nog niet over eens, maar een kniesoor die zich daarover druk maakt.