Uitje naar Zeeland? Dit zijn de plekken die je gezien wilt hebben

When in… Het Zeelandgevoel, dat is natuurlijk: vis, oesters, boterbabbelaars en wandelen op de grens van water en land. Maar ook: nog steeds niet echt rustig slapen als het stormt.

Illustratie Martien ter Veen / NRC

In een vreemde stad wil je soms geruisloos opgaan in het lokale leven. ‘When in Rome, do as the Romans do.’ Aflevering 8 van deze gids leert je leven als een Zeeuw.

Stadskarakter - Een beetje de zuiderburen

Op het eiland, nu ja schiereiland Walcheren, waar ik opgroeide, voelde Holland ver. Verder in elk geval dan Vlaanderen. We keken naar het zuiden, over de Schelde. Als we naar een grote stad gingen, was het vaker Antwerpen of Gent dan Rotterdam. Voor veel Zeeuwen voelt Zeeland nog steeds een beetje als de Zuidelijke Nederlanden. Zie de stadhuizen van Middelburg en Veere en Brouwershaven, met hun zandstenen gevels en tierelantijnen.

Gebouwd door Vlamingen; ze zouden ook in Brugge kunnen staan. In 1830 gingen Nederland en België uit elkaar, maar in Vlissingen wappert het rood-geel-zwart nog op de loods­bootjes. Belgische loodsen begeleiden nog altijd schepen van en naar Antwerpen. Ze hebben er een eigen hotel met restaurant, aan de boulevard, vlak naast het standbeeld van Michiel de Ruyter. Geen betere plek dan de Belgische Loodsensociëteit om van achter de sanseveria’s met een glas De Koninck naar de schepen te kijken die vlak voor het raam langsvaren.

Eten en drinken - Zo uit de zee

De bolus (opgerold wittebrooddeeg met bruine suikerstroop) en de boterbabbelaar zijn springlevend. Maar andere klassiekers als ‘Zeeuwse rijsttafel’ (rijst, spek, capucijners, sambal, ui, piccalilly), stokvis, en stroopvet (broodbeleg voor dijkwerkers) sterven uit. Te vrezen valt dat Zeeland doordeweeks, net als de rest van Nederland, massaal aan de Wereldgerechten uit een pakje is. Visrestaurants durven er zelfs tilapia, plofvis uit China, op de kaart te zetten. De tijd dat je een mandje schar of tong kon halen zodra ‘de schuitjes’ binnen waren, is voorbij.

Toch is Zeeland voor verse vis en schaaldieren nog steeds een walhalla. Mosselen (Zeeuwen zeggen ‘mossels’), oesters en scheermessen (‘mesheften’) koop je ‘zo uit de zee’: aan de oesterputten in Yerseke of op andere plekken aan de Oosterschelde . Zo puur mogelijk klaarmaken! Bijvoorbeeld: alikruiken (‘kreukels’) in een oud blik met zeewater garen op een strandvuurtje . En niemand maakt zulke goede scheermesjes of kreeft (op houtskool) als Dick-Pieter ‘DP’ Arkenbout van Brasserie de Vluchthaven in Zijpe.

Buitenlucht - Een frisse neus

Een ommetje maken – iedereen doet het op zondagmiddag. Eigenlijk zijn er weinig plekken die er ongeschikt voor zijn. Mijn favorieten: de duinen tussen Vlissingen en Westkapelle, de hoogste van Nederland, waar je adem soms door de wind wordt afgesneden en de paragliders voor je neus wiegelen; en de droogvallende kreek tussen Tholen en Sint-Philipsland, waar het zo heerlijk naar wier ruikt. En het Zwin bij Cadzand, een oude zeearm.

Daar zie je nog wat Plinius de Oudere maar half geloofde toen hij hoorde over het ‘miserabele volk’ daar, dat niet wist of dit nu land of water was. Voor wie langere afstanden wil lopen of fietsen zijn er prachtige routes uitgezet, bijvoorbeeld langs de oude zeedijkjes en fruitboomgaarden van Zuid-Beveland.

Zeelandgevoel - Nooit rustig slapen


Als de dijken breken… Het werd werkelijkheid op 1 februari 1953, toen tijdens een noordwesterstorm bij springtij dijken in Zeeland (en Zuid-Holland en West-Brabant) het begaven. ‘De Ramp’ is een trauma gebleven en hoort onlosmakelijk bij het Zeelandgevoel. Veel Zeeuwen slapen nog steeds niet helemaal rustig als het stormt. Ondanks de Deltawerken.

Het Watersnoodmuseum is gevestigd in de caissons waarmee de dijk in Ouwerkerk op Schouwen-Duiveland, het laatste en grootste gat, werd gedicht. Het toont ‘1953’ en de wederopbouw in een expositie die perfect het dubbelzinnige gevoel van angst en trots uitdrukt van de Zeeuwse zinspreuk ‘Luctor et emergo’ (ik worstel en kom boven).

Cultuur - Een zout Kröller-Müller?

Houden Zeeuwen van beeldende kunst? De provincie is, zou je kunnen zeggen, zelf een gevalletje land-art. Maar een modern kunstmuseum, ergens op de grens van water en land onder die grote Zeeuwse luchten, een zout Kröller-Müller, is er niet. En de meeste ‘Domburgse’ Mondriaans en Toorops – schilders die lang in die badplaats verbleven – hangen in Den Haag.

In Middelburg heb je de Vleeshal, met zijn wisseltentoonstellingen, maar moderne kunst in Zeeland bestaat verder vooral uit losse initiatieven van galeries en particulieren. Ook weer niet zó gek voor een enigszins stuurse provincie waar ze bijvoorbeeld in Arnemuiden-Noord al vinden dat ze in Arnemuiden-Zuid raar praten. Aan het eind van de zomer bruist de provincie dankzij twee kunstfestivals: Film by the Sea en het Nazomerfestival.