Sprinten voor een titel zonder historie

EK Schaatsen

Dit weekend is het eerste EK sprint. Alleen weet niemand precies, ook de schaatsers zelf, wat ze van het toernooi moeten verwachten.

De bel voor de laatste ronde in Thialf, tijdens de NK afstanden van 2016. foto Vincent Jannink / ANP

Kai Verbij wilde tegen het einde van het gesprekje met de pers na zijn Nederlandse titel op 1.000 meter vorige week in Thialf nog even wat vragen. Of het EK sprint, waar hij zich net voor had geplaatst, vanaf nu elk jaar zou worden gehouden. Nee, om het jaar, werd tegen hem gezegd. „En dat andere jaar dan? Ah ja, een EK afstanden.”

Als je de discussie over het nieuwe toernooi op de schaatskalender in één persoon samengevat wilde zien, dan moest je die vrijdag bij Verbij zijn. Alsof hij net iets in zijn handen gedrukt had gekregen en geen flauw idee had wat het precies was en wat hij ermee aan moest. Niet dat hij de enige is overigens, het lijkt deze eerste keer voor de meeste schaatsers een beetje wennen.

Afgelopen zomer besloot de internationale schaatsbond ISU de opzet van EK’s om te gooien. Het EK allround bleef bestaan, inclusief de ‘Nederlandse’ tien kilometer, maar er kwam een EK sprint bij. En dat zou tegelijkertijd worden verreden. Op zichzelf logisch: de allrounders hadden altijd hun Europese krachtmeting, waarom de sprinters dan niet? Oud-olympisch kampioen Gerard van Velde, nu coach van Verbij en Ronald Mulder, zei donderdag tegenover Schaatsen.nl nog dat hij dat altijd raar had gevonden. Hadden ze zoiets in zijn tijd maar gehad.

Aantrekkelijker maken

Tegelijkertijd is het een soort compromis. Eerst sprak de ISU over een grondige aanpassing van het EK allround – een minivierkamp zonder de tien kilometer. Een andere mogelijkheid was het toernooi helemaal te schrappen. Maar het EK sprint is juist bedoeld om het een aantrekkelijker weekend te maken. Voor kijkers, die ter afwisseling van een lange zit als de vijf of tien kilometers nu het korte geweld van een 500 of 1.000 meter te zien krijgen. Daar staat wel tegenover dat je nu een heel volle zaterdag krijgt met liefst acht afstanden, van laat in de ochtend tot het begin van de avond. Technisch directeur van de KNSB Arie Koops zei eerder al te denken dat zo’n gecombineerd programma het mogelijk voor meer landen interessant maakt.

Het is bovendien een eerste stap in de wens van de ISU de mondiale toernooien meer te combineren, zodat de schaatsers wat lucht krijgen in hun overvolle programma. Zo wil de bond per volgend seizoen ook het WK allround en sprint gaan combineren en op eenzelfde manier, dus om en om, met het WK afstanden afwisselen.

‘Geen trainingswedstrijd’

De Nederlandse sprinters die meedoen, wisselen nogal in hun oordeel over het EK. Verbij benadrukte vorige week dat het echt niet een trainingswedstrijd is voor hem, maar bleef wel vooral hameren op het feit dat er tickets te verdienen zijn voor het WK sprint, een toernooi dat er in ieder geval al toe doet, een toernooi waarmee hij als schaatser is opgegroeid. Maar de titel zelf? „Kijk, die heeft geen geschiedenis, dus het is zo moeilijk zeggen wat het winnen ervan betekent.” Jorien ter Mors en Kjeld Nuis waren deze week juist heel enthousiast. Nuis heeft nog nooit een internationaal kampioenschap gewonnen, dus voor hem heeft een EK-titel per definitie al waarde.

Maar gaat een EK sprint wel een waardig gevecht tussen landen opleveren? In de breedte komt de concurrentie toch van buiten Europa. Zeker bij de vrouwen, waar de VS, Japan en China de wereldtop vormen. Bij de mannen blijft het échte gevecht tussen Nederland en Rusland uit, nu huidig wereldkampioen Pavel Koelizjnikov vanwege een blessure heeft moeten afzeggen. De vraag is of het dit weekend niet gaat uitlopen op een veredeld NK.

    • Frank Huiskamp