Column

Schoon schip

Laat het nepnieuws zijn, dacht ik, maar het is echt: de strafrechtadvocaat Peter Plasman heeft de Partij voor Niet-Stemmers opgericht. Samen met een aantal van zijn kantoorgenoten en zijn zoons Rijk en Rits – ik verzin niks – hoopt hij na 15 maart plaats te nemen in de Tweede Kamer. Om dan vervolgens niets te doen. Plasman mikt op het kwart van het electoraat dat nooit stemt: „Deze mensen gaan wij vertegenwoordigen en zichtbaar maken.”

Nou, vertegenwoordigen – het is dus niet de bedoeling dat Rijk en Rits ook maar één gedachte of idee ontwikkelen over waar het met Nederland heen moet. Nou, zichtbaar maken – het gezin Plasman moet zich als volksvertegenwoordiger zo onzichtbaar mogelijk maken.

Plasman: „Ze hoeven dus ook niet in de Kamer te zitten.”

Misschien moet ik er nog een beetje in komen, maar ik werd duizelig van zo veel leegte ineens. Wat beweegt de man? De behoefte om de stem te laten horen van mensen die er geen behoefte aan hebben hun stem te laten horen? Is ’t het zijlijnsyndroom – de ijdele aanvechting van een man die zo vaak in praatprogramma’s aan het woord is geweest, dat hij het gevoel heeft gekregen dat het land niet meer zonder hem kan?

Daar hebben er meer last van – een collega van Plasman, mr. Theo Hiddema, ging hem vorige week al voor, omdat hij ineens zeker wist dat hij meer voor het land kan betekenen door in de Tweede Kamer op Marokkanen te schelden dan bij Humberto Tan aan tafel.

Misschien, het is niet uit te sluiten, is het kunst. Een vriend van mij, die ik nooit op hartstocht voor het politiek bedrijf heb kunnen betrappen, werd in een café al gepolst of hij niet op de lijst van Plasman wilde. Pal achter Rijk en Rits, waarschijnlijk. Misschien zitten er na de verkiezingen een pot augurken, een papegaai en een opblaasbare sekspop in het parlement, uit naam van de democratische vernieuwing.

De verkiezingen zijn over twee maanden – en als je de grote woorden, het ego-gedoe en de dagelijkse Twitter-schandaaltjes even buiten je gezichtsveld plaatst, zie je dat de onvrede met de huidige politiek twee kanten op gaat.

Aan de ene kant het verlangen naar minder, minder democratie, naar het premierschap van de democratische antidemocraat Wilders, de incarnatie van de wil van ‘het volk’, die na 15 maart ‘schoon schip’ gaat maken met hele bevolkingsgroepen, een gedroomde alleenheerser in coalitieland, een polder-Poetin.

Tegelijk is er de belofte van totale democratie, die de politiek voorbij zegt te zijn. Hier vind je gradaties in – de orgie van volksraadplegingen die het Forum voor Democratie ons voorhoudt, columnist Jan Dijkgraaf als vleesgeworden stemkastje, die blind de wil van de GeenPeil-kiezer uitvoert. En als voorlopig eind- en hoogtepunt van deze richting, de aanwezige afwezigheid van het gezin Plasman.

Of het wat wordt, moet nog blijken. Een beetje een probleem lijkt me wel dat de inhoudelijke verschillen van al die partijtjes vreselijk klein zijn en de onderlinge persoonlijke vetes inmiddels levensgroot. Het oorspronkelijke GeenPeil, dat erin slaagde half Nederland wakker te laten liggen van een associatieverdrag met Oekraïne, heeft inmiddels al drie nieuwe Hollandse partijen voortgebracht. Normaal komen LPF-toestanden pas wanneer de hobbypolitici in de Tweede Kamer zitten, maar nu al gaat er geen uur voorbij of er passeert een sneer of belediging tussen de redders van de democratie.

Wat die twee tendensen gemeen hebben? Een afgrondelijke hekel aan de gevestigde politiek. Haagse kliek, partijkartel, baantjesmachine, kiezersbedrog, achter die sleetse beschimpingen gaat een voelbare, bijna fysieke afkeer schuil van het politieke bedrijf.

Heus, er is veel te zeggen voor kritiek op de gevestigde orde als gevestigde orde – we gaan de belangrijkste verkiezingen in tijden in met heel veel afgeleefde lijsttrekkers, weinig elan, veel business as usual, en nauwelijks een gedachte over hoe de breuklijnen in de samenleving te dichten.

Maar triest aan zo veel van wat zich nu aandient als dynamische nieuwe politiek is dat het ontkent dat het politiek wil zijn. Wat willen we eigenlijk: echt zelf overal, dag in, dag uit over beslissen? Echt? Of gewoon betere politici?

En misschien wat minder partijen? De belofte dat wij burgers het verder wel zonder politiek afkunnen, zonder vertegenwoordigers die wij de macht toevertrouwen binnen een democratische orde, is de grootste leugen van allemaal.

Bas Heijne keert met deze column terug op zijn vaste plek in NRC. Arjen van Veelen, die hem verving, schrijft vanaf volgende week ook elke zaterdag een column.