Column

2017 is het Jaar van het Woordlezen

Er zijn van die misverstanden. Bijvoorbeeld dat ‘abstract’ hetzelfde is als ‘conceptueel’. Waardoor mensen als ze een Mondriaan of Rothko zien hangen zich met ernstige gezichten op ruime afstand van het doek posteren en diep gaan fronsen. In plaats van dat ze een paar stappen naar voren doen en kijken wat er is geschilderd. Ik denk dat om een vergelijkbare reden de al maanden geleden verschenen dichtbundel Catalogus van Arjen Duinker nog nauwelijks is opgemerkt. En dat terwijl er toch veel opmerkelijks aan is. Het gedicht ‘Vlieg voet vlieg vierkantje’ gaat zo:

Vlieg voet vlieg vierkantje

Vlakje water vlakje water

Vlieg voet vierkantje bol

Veer stoel stoel liniaal

Cijfer cijfer liniaal stoel

Koe boog vlieg boog

T-stuk veer T-stuk koe

Touw water vierkantje water

Bol driehoek bol driehoek

Min vierkantje min oor

Min vierkantje min neus

Punt stoel water weggetje

Koe punt driehoek punt

Koe weggetje vlieg vlieg

De 57 gedichten in Catalogus bevatten tweemaal zeven regels, die op hun beurt bestaan uit vier losse zelfstandig naamwoorden, die vaak terugkomen. In totaal gebruikt Duinker…

Nee. Stop.

Want dat is het probleem: dat we bij zo’n ogenschijnlijk verhaalloze bundel gaan lopen pielen aan de buitenkant. Tellen. Ons afvragen hoe de structuur is. Of dit na Hanlo en dada nog vernieuwend is. Vroeger werden mensen boos om het onbegrijpelijke; nu bladeren we het door of laten we het links liggen. Zo vergeten we het meest voor de hand liggende, namelijk lezen. Niet scrollscannen zoals we dat doen met de woordenstroom op onze telefoon, maar woord voor woord, om te zien wat er dan in ons hoofd gebeurt. Laten we het woordlezen noemen. En 2017 uitroepen tot Jaar van het Woordlezen.

Duinker opende voor mij een wereld van beelden en associaties. Ik dacht eerst aan ‘Marc groet ’s morgens de dingen’, omdat in het begin een vis en een bloem (zonder ploem) veel terugkomen. Ik dacht aan wiskundeproefwerken en zomerwandelingen. Ik verbaasde me erover dat die ene vijfwoordenregel ‘Neus oor min neus oor’ meteen opvalt. Geweldige regel trouwens. In de loop van de bundel wordt het zelfs spannend: ‘Ruit pistool touw stof’ en ‘Oor oor steen echo’. Ik verraad niet hoe het afloopt – óf het afloopt. Maar Catalogus is een geweldig avontuur, waarvan je nu al voorvoelt dat het een volgende keer volkomen anders zal zijn. Kopen dus, die bundel. En het Jaar van het Woordlezen vieren.