Column

Pretty please, hoon economen niet weg

Yes, de evaluaties stromen binnen, en ik vind ze razend interessant. Want waarom bleef die Britse economie zo lekker groeien na het Brexit-referendum? Dat hadden veel economen toch niet verwacht. Daarom klinkt in Britse kranten als de Financial Times deze week de vraag: wat hebben we verkeerd gezien? De laatste enquêtes onder bedrijven laten zelfs zeer positieve cijfers zien. Martin Sandbu van de FT (die elke werkdag de interessante nieuwsbrief Free Lunch stuurt en een discussie niet schuwt) zei het maar eerlijk: this wasn’t supposed to happen. „Veel van ons, ik ook, verwachtten een redelijk snelle neergang na een Brexit-stem.”

Het idee was dat een stem om de Europese Unie te verlaten onzekerheid zou veroorzaken onder burgers en bedrijven. Want de onderhandelingen tussen de Britten en de rest van de EU over de voorwaarden van die scheiding en dus ook de daadwerkelijke scheiding zouden nog jaren duren. In de tussentijd is de kans groot dat een deel van de burgers en bedrijven grote beslissingen zou uitstellen tot er meer duidelijkheid is. Een van de economen die dat onzekerheidsargument niet geloofde, was Paul Krugman. Hij wees er al vroeg op dat economen dit soort onzekerheidseffecten ook niet voorspellen als regeringen grote hervormingen bediscussiëren.

Hoe het ook zij, niets van dit alles gebeurde, althans daar lijkt het op. Want inmiddels lijkt elke conclusie over wat de impact is van de Brexit op de Britse economie voorbarig.

De grootste verrassing is de koopzin van de Britten. Tegen de verwachting in geven zij veel meer geld uit, ook al stijgt hun inkomen niet. Sterker nog, ze sparen minder en lenen meer. Grote vraag: waarom doen de Britten dat?

Ik doe een greep uit de verklaringen die ik her en der tegenkwam: misschien voorzien Britten dat de prijzen straks stijgen door de in waarde gedaalde pond (waardoor geïmporteerde goederen duurder zullen worden). Misschien zijn Britten gewoon blij nu hun wens de Unie te verlaten uitkomt (en geven ze daarom meer uit). Misschien geven Britten meer uit omdat na lange tijd hun koopkracht stijgt (de reële lonen stijgen de afgelopen jaren weer, na vele magere jaren). Misschien kloppen de positieve data van nu niet. Misschien kopen vooral toeristen meer, voor wie door het pond alles goedkoper is geworden.

Belangrijk om te beseffen wat mij betreft: de Britse regering en centrale bank pasten na de Brexit-stem het beleid aan: minder bezuinigingen en meer goedkoop geld. En de verkiezing van Trump zorgde voor optimisme op de financiële markten. Dat kan consumenten ook stimuleren.

Andy Haldane, econoom bij de Britse centrale bank en niet te beroerd kritisch te zijn over de economische wetenschap, zei deze week dat de data hem ook verrassen, maar dat hij nog steeds denkt dat de Brexit schadelijk is. „De timing hadden we verkeerd maar de fundamentals niet.” Een meerderheid van de economen denkt er zo over, blijkt uit de traditionele eindejaarspeiling van de FT onder economen. Maar, gaf Haldane toe, economische voorspellingen zitten in een crisis.

Nu kan je hieruit concluderen: heb je niks aan, die economen. Daar ben ik het niet mee eens. Als dokters ontdekken dat een behandeling waarvan ze dachten dat die helend was, eigenlijk niet werkt en een andere behandeling wel, zeggen we ook niet: weg met dokters. Dan zeggen we: voortschrijdend inzicht. Volgens mij heb je juist superveel aan een wetenschap die zo zoekend is na eigen falen. Als je onderzoekt waar je fout zat, leer je het meest. Dus: dit is goed, het is pijnlijk. Laten we het toejuichen. En niet met de hoontoeter een interessante zoektocht wegblazen.