Opinie

Ook over de nederzettingen kan onderhandeld worden

Het vredesproces tussen Israël en Palestina lijkt op sterven na dood. Wat moet er gebeuren? Drie adviezen vanuit Nederland. Beide partijen moeten pijnlijke concessies accepteren – zoals correctie van grenzen – en zich verplaatsen in de ander, schrijft

.

In oktober heeft werelderfgoedorganisatie Unesco een resolutie aangenomen die de historische en religieuze band van de joden met de Tempelberg bewust negeert. Een absurde resolutie die laat zien hoe de legitimatie van de Joodse staat met emotionele oorlogsvoering wordt ondermijnd. Maar ook over de geschiedschrijving woedt strijd. Is het Onafhankelijkheidsoorlog of Naqba, is het Jeruzalem of Al Quds, Tempelberg of Haram Al Sharif?

Religieus fanatisme, ophitsing en sektarisme verwoesten het Midden-Oosten. Er is geen sprake van ‘goed’ en ‘fout’ – de situatie in Syrië is daar het beste voorbeeld van.

De internationale gemeenschap is niet in staat mensen in het gebied te beschermen, laat staan een oplossing te bereiken. Universele principes zoals mensenleven, mensenrechten en internationale afspraken gelden niet.

We leven in een nuanceloos tijdperk met het gewelddadige IS, de wreedheden in Syrië en de daaruit voortgekomen vluchtelingenstroom, de politiek van Poetin en de uitspraken van Trump. In deze veranderende wereld zijn we nog steeds op zoek naar een duurzame oplossing voor het Israelisch-Palestijnse conflict.

Er zijn geen simpele oplossingen voor dit zeer complexe conflict en zeker geen snelle. Hier kort enkele uitgangspunten:

1. Accepteer de werkelijkheid. Wat de aanleiding ook was, feit is dat er in het land Israël Joden en Palestijnen wonen en dat ze er zullen blijven wonen. Partijen zullen elkaars recht op een eigen staat moeten accepteren.

2. Houd het verleden voor geschiedschrijvers. De discussie over historisch recht of onrecht, over wie (meer) gelijk heeft, brengt de oplossing geen millimeter dichterbij.

3. De hele wereldgemeenschap moet de overeengekomen oplossing omarmen. Geen triviale zaak voor Iran bijvoorbeeld, dat Israël wil vernietigen. Of voor terreurgroepen als Hezbollah in Libanon en de Palestijnse Hamas.

4. Geen oplossing voor het conflict zonder oplossing voor de Palestijnse vluchtelingen. Dit moet de wereldgemeenschap oppakken. Met inbegrip van het feit dat terugkeer naar hun huizen of die van hun overgrootmoeders na zeventig jaar geen optie is.

5. Alle gebieden die in 1967 door Israël op Jordanië en Egypte zijn veroverd, moeten onderdeel zijn van de onderhandelingen, ook Joodse nederzettingen. De uitkomst mag echter niet vooraf vaststaan; begrip voor de religieuze banden van alle partijen, en voor andere – emotionele en rationele – wensen moet inzet zijn van de onderhandelaars. Dit zal waarschijnlijk leiden tot ‘grenscorrecties’ en andere afspraken. Beide partijen zullen pijnlijke concessies moeten accepteren.

6. Een oplossing kan alleen door de partijen zelf worden bereikt. Of Abbas de Palestijnen kan vertegenwoordigen is een grote vraag, en niet alleen omdat Hamas, Hezbollah en anderen geen enkel compromis willen. Dit geldt ook voor een kleine maar groeiende minderheid in Israël.

De vraag is ook of partijen leiders vinden die het aandurven hun volkeren te leiden naar pijnlijke compromissen, tegen de huidige sentimenten en reële angsten in. En of de internationale gemeenschap die leiders vervolgens zal steunen.