‘Ons tijdschrift vergt volledig teamwork’

Spitsuur Sander Pardon (54) en Gerda Schukking (48) maken samen een lifestyleblad. Hij is de creatieveling, zij is van de structuur. „We leven best gedisciplineerd omdat we een hectisch bestaan hebben.”

„Alcohol is altijd een dingetje. Elke dag staat er wel ergens een vol glas klaar. Dat moet je niet willen, dus het is doordeweeks vaak soberheid troef.” Foto David Galjaard

Sander: „Ik had altijd al de wens om een blad uit te geven. Twaalf jaar geleden ben ik LEVEN! begonnen, een regionaal lifestyletijdschrift. We hebben een paar honderd abonnees en gratis verspreiding op plekken waar veel mensen komen, zoals hotelkamers of leestafels.”

Gerda: „Na twee jaar ben ik erbij gekomen, als hoofdredacteur. Dat ontstond organisch, zonder vooropgezet plan. We zijn erg complementair. Ik ben van de structuren, research en eindredactie. Sander is de creatieveling met de ideeën.”

Sander: „Ik heb veel geleerd van Gerda. Dat analytische, dat nuchtere, dat praktische. Dat is fijn, want ik doe eerst en denk dan pas na.”

Gerda: „We werken gewoon vanuit huis, zitten dus veel achter onze laptops. Dat gaat wonderwel goed, misschien ook omdat we genoeg afzonderlijk van elkaar doen.”

Sander: „Je kunt niet een paar dagen denken: ‘Bekijk jij ’t maar’. Het vergt volledig teamwork.”

Hectisch bestaan

Sander: „Ons werk brengt met zich mee dat we continu worden uitgenodigd voor allerlei dingen in de regio. Zeker twee keer in de week gaan we naar lezingen, recepties of theatervoorstellingen.”

Gerda: „Het werk biedt ons de kans om steeds nieuwe mensen te ontmoeten, dus ons netwerk is groot.”

Sander: „We zijn gek op dit gebied rondom Leiden. Het is aan de ene kant een echte stad, maar het heeft ook iets dorps. Op straat kom je altijd bekenden tegen en je kunt bijna alles lopend doen. Ik ben hier geboren en opgegroeid, en heb er nooit over gedacht te verhuizen.”

Gerda: „Ik had als kind geen duidelijk beeld van wat ik wilde worden, maar ik wist wel waar ik wilde wonen: Leiden. Daar had ik over gelezen. Zo veel geschiedenis, mooie gebouwen, die beroemde universiteit. En dat voel ik nog steeds zo. Ik ben en blijf Fries, maar ik zou hier niet meer weg willen.”

Gerda: „We werken zeven dagen per week. Onze klanten zijn onder anderen kunstenaars en ondernemers, dus velen werken op zondag gewoon door. Winkels zijn ook gewoon open op zondag. Belangrijk voor onze manier van leven is een gezonde routine. We ontbijten elke ochtend samen, drinken koffie, lezen uitgebreid de krant en nemen dan een beetje de dag die komt door.”

Sander: „We leven best gedisciplineerd omdat we een hectisch bestaan hebben. De dag verloopt altijd anders, we weten vaak ’s ochtends niet of we ’s avonds thuis eten. Daarom bellen we om half vijf even: ‘eet je thuis’? Afhankelijk daarvan worden er boodschappen gedaan. En in de avonden doen we het liefst zo weinig mogelijk.”

Spruitjes en aardappels

Gerda: „De zondag lezen we heel uitgebreid samen de krant, en maken we bijvoorbeeld een strandwandeling. Die dag gebruiken we ook om even bij te praten en ideeën uit te wisselen.”

Sander: „Ons alcoholgebruik is altijd een dingetje. Elke dag staat er wel ergens een vol glas klaar. Dat moet je niet willen, dus het is bij ons doorde weeks vaak soberheid troef. Een glas water bij het avondeten, om 11 uur naar bed, om acht uur opstaan. Ik doe yoga, ik zwem en ik boks.”

Gerda: „Ik fiets naar alle afspraken, dat is mijn sport. Ik word heel ongelukkig van sportscholen.”

Gerda: „We doen alle twee het liefst zo weinig mogelijk in het huishouden, onze trouwe hulp helpt ons daar wekelijks mee. Dus hoeven wij alleen af en toe een was te draaien.”

Sander: „Ik houd niet van een rommelig huis. Dus ik ruim tussendoor wel af en toe op.”

Gerda: „Koken doe ik. Ik heb ook liever geen andere mensen in mijn keuken.”

Sander: „Ik kan niet koken. Misschien komt het door m’n linkshandigheid of mis ik een kook-gen. We eten veel Hollandse pot, zoals spruitjes en aardappels. Gewoon simpel, mijn ouders zijn er ook oud mee geworden.”

Gerda: „Ik kan best leuk koken, maar daar valt dus niet zoveel eer aan te behalen. Als we ’s middags met klanten lunchen, houden we het ’s avonds vaak sober. Een broodje, yoghurt of kant-en-klare salade. Of we gaan ergens een daghap eten.”

Buitenshuis

Sander: „Zij eet elke week met haar Rotary-club en haar lunchclubje.”

Gerda: „Ik ben daar tien jaar geleden bijgekomen, we zijn met 35 leden en hebben elke week een bijeenkomst. Het doel is dat we iets van elkaar leren. Iedereen komt uit andere vakgebieden. Dus je hoort uit allerlei vakgebieden verschillende dilemma’s.”

Sander: „Ik heb weer andere netwerkjes, anders doen we alles samen. Ik ga naar Business Club Leiden. Dat is een keer in de maand, een mooie mannenclub met een inspirerende voorzitter. Ons sociale leven speelt zich voornamelijk buitenshuis af. Zelfs als we met de kinderen afspreken doen we dat vaak in een lunchroom.”

Gerda: „Het ontbreekt ons ook aan tijd om een visite voor te bereiden, of al die boodschappen te doen. Er zijn zoveel leuke plekken waar je naartoe kunt. En thuis op de bank zitten doen we dan liever samen.”