Montage van DNA neemt hoge vlucht

genetica

De ‘verbeterde mens’ is er in 2017 nog niet, maar het debat over crispr-cas, een genetische modificatietechniek, kan losbarsten.

Het genetisch veranderen van planten, dieren en mensen wordt makkelijker, goedkoper en preciezer dan ooit tevoren. In 2012-13 ontwikkelden onderzoekers hiervoor de basistechnieken. Toen de betekenis ervan doordrong kwam alles rond die techniek (die heet: crispr-cas) in een stroomversnelling. Inmiddels is duidelijk dat de mogelijke toepassingen oneindig zijn. Een belangrijke vraag in 2017 is: wat wíllen we allemaal?

Met crispr-cas kunnen genetici erfelijke ziekten die soms al generaties in een familie voorkomen, voorgoed verwijderen. Kankerbestrijders kunnen betere therapieën tegen kanker ontwerpen. Gentherapie bij kinderen en volwassenen wordt efficiënter. Plantenveredelaars kunnen fruit en groente aanpassen aan de wensen van de moderne handel en consument: langere houdbaarheid, gewenste smaak, meer variatie. En dierenfokkers kunnen enkele gewenste eigenschappen van vleeskoeien aan melkkoeien overdragen zonder generaties lang dieren met elkaar te hoeven kruisen.

Voor sommige toepassingen is nog jaren ontwikkelingswerk en veiligheidsonderzoek nodig. Intussen is moet worden nagedacht over de vraag hoe we genenveranderingen gaan gebruiken.

Willen we dat getroffen families een erfelijke ziekte kunnen uitbannen? Willen we dat mensen door genome editing weerbaarder tegen infectieziekten worden gemaakt? Willen we uiteindelijk toestaan dat mensen de vrijheid krijgen om zich te laten ‘verbeteren’? Dat ze zich krachtiger of slimmer laten maken?

Het is de hoogste tijd voor een maatschappelijke discussie, vinden wetenschappelijke organisaties. Niet „voor of tegen genome editing”, maar over de vraag „hoe we op termijn genome editing kunnen inzetten, zodat het belangrijke morele waarden (zoals gelijkwaardigheid, respect voor diversiteit, vermindering van lijden) bevordert en negatieve bijwerkingen zoveel mogelijk beperkt”. Met die woorden riep de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in november 2016 op tot zo’n discussie. De fase van ‘botweg tegen’ is in de visie van de KNAW gepasseerd. Maar dat zal niet voor iedereen voor alle onderwerpen gelden. Er bestaat afkeer tegen het idee van een gecreëerde Übermensch. Veel Europese consumenten en milieu-organisaties zijn tegen de teelt van genmaïs, genrijst en andere genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s).

Voor een discussie over het genetisch veranderen van mensen hebben we nog jaren de tijd. Hoewel er dit jaar best weer nieuws kan komen over wetenschappelijke experimenten met genetisch gemanipuleerde menselijke embryo’s. Die zijn voor het eerst in 2015 door Chinese onderzoekers gerapporteerd.

Cobra-genen in een muizenembryo

In Nederland begint dit jaar waarschijnlijk (de verkiezingen kunnen roet in het eten gooien) het debat over een wijziging van de Embryowet, waarin wordt toegestaan voor sommige, uitzonderlijke toepassingen menselijke embryo’s te maken, alleen voor onderzoeksdoeleinden.

Dichterbij is de inzet van de crispr-cas-techniek bij bacteriën, planten en landbouwdieren. Dringend is ook de discussie over de regels voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s), omdat door de crispr-cas-techniek „het fundament van de Europese ggo-regelgeving op losse schroeven is komen te staan”, schreef in 2016 de Nederlandse Trendanalyse Biotechnologie.

De ggo-regels beperken de verspreiding in het milieu van planten en dieren waar bewust andere genen in zijn gezet. De genetische manipulatietechniek was bepalend voor het verbod. De nakomelingen daarvan waren bij genetische analyse herkenbaar.

Bij crispr-cas zijn nakomelingen moeilijk te onderscheiden. Wél als een tomatenplant een gen van een rups, muis of mens heeft gekregen. Maar niet als die tomatenplant van een teelttomatenras het gen van bijvoorbeeld een wilde tomaat heeft gekregen. Waardoor hij meer smaak heeft gekregen, of langer houdbaar is.

De KNAW en veel buitenlandse organisaties vinden dat voortaan niet de techniek maar het product bepalend moet zijn. Het betekent dat veel crispr-cas-gewassen en -dieren zonder strenge regels mogen worden gebruikt. Staatssecretaris Dijksma (Infrastructuur en Milieu, PvdA) schreef vlak voor Kerst aan de Tweede Kamer dat ze dit voorjaar in de EU precies dat onderwerp zal aansnijden. Dan wordt de milieurisicobeoordeling herzien. In de Trendanalyse Biotechnologie en in het KNAW-advies staat dat crispr-cas ook de kleinere veredelingsbedrijven (Nederland heeft er nog wel wat) in staat stelt om nieuwe gewassen te ontwikkelen, als de regelgeving verandert. Anders blijft dat vrijwel zeker voorbehouden aan de grote multinationals als Monsanto.

Crispr-cas zal naar verwachting in 2017 regelmatig opduiken in het politieke en wetenschappelijke nieuws. De ‘verbeterde mens’ zal dit jaar zijn intrede nog wel niet doen, al weet je nooit wat er in een particuliere kliniek in de VS wordt uitgespookt.

Wel zullen er berichten zijn over nieuwe gewassen en veranderde dieren die in onderzoekslabs zijn gemaakt. We kunnen nog onverwachte dingen meemaken, zoals eind 2016: de foto van een muis zonder poten. Amerikaanse onderzoekers hadden met de crispr-techniek ledemaatgenen van de cobra in muizenembryo’s gezet om de ontwikkeling van ledematen te kunnen bestuderen. De genen daarvoor zijn bij de cobra gedegenereerd. En Chinese onderzoekers willen nu organoïden (zelfstandig groeiende celklompjes van bijvoorbeeld darmen, pancreas of hersenweefsel) maken en daarin genen veranderen om autisme te bestuderen.