Douwe de Vries, hier in Heerenveen in voorbereiding op het EK allround: „Mijn talent is niet schaatstechnisch, maar meer dat ik altijd maar ben doorgegaan.”

Foto Olaf Kraak

‘Mijn niveau heeft alles te maken met Sven Kramer’

Douwe de Vries, schaatser

Weinigen kennen Sven Kramer beter dan hij. In het spoor van zijn kopman stijgt ook Douwe de Vries (34) dit seizoen nog tot grote hoogte. „Zelf de beste zijn is de ambitie. Maar ik heb hem er op training nog niet vaak afgereden.”

Een vergeelde Leeuwarder Courant die hij kreeg van zijn tante, de integrale uitzending op internet. Drie dagen voor de start van zijn derde EK allround inhaleert Douwe de Vries vooral de sfeer van twintig jaar geleden, 4 januari 1997, dag van de laatste Elfstedentocht. „Ik heb hele stukken teruggekeken. Hij is heilig ja, voor mij wel. De sfeer, die verhalen.”

En dan vooral het bijzondere verhaal van zijn neef Willem Poelstra, die twee jaar later op 24-jarige leeftijd zou overlijden na een hartstilstand in de marathon van Amsterdam. „Mijn neef schaatste mee in die Elfstedentocht, hij was veruit mijn favoriet”, vertelt De Vries geroerd in het hotel van de Nederlandse schaatsploeg voor de EK, dit weekeinde in Thialf. „Natuurlijk denk je op een dag als vandaag aan hem terug.”

Twintig jaar geleden maar voor altijd dichtbij. „Ik was 14, 15 jaar, zat met mijn hele familie plat voor de tv.” Poelstra was nog jong en buiten Friesland vrij onbekend, maar werd een van de helden van de Tocht. „Ik ben naar Finkum geweest en Bartlehiem, kijken naar mijn neef. Hij had onderweg zitten janken, zo moe was hij en zoveel pijn had hij. Maar hij had de mazzel dat het zware stuk net daar was waar wij stonden, al zijn familie en vrienden.” Onvergetelijk, de beelden van een juichende Poelstra bij kruispunt Bartlehiem en aan de finish op de Bonkevaart, waar hij als negende over de streep ging. „Hij deed het super. Als jongetje word je dan helemaal besmet met schaatsen.”

Beste race ooit

Twintig jaar later beleeft de 34-jarige Fries zijn eigen gloriedagen. Hij blijft zich maar verbeteren, blonk onlangs bij de NK afstanden uit met een schitterende zege tegen Jan Blokhuijsen op de vijf kilometer („mijn beste race ooit”). Daarmee plaatste hij zich voor de EK allround en de WK afstanden, waarvoor hij zelfs als medaillekandidaat geldt. Ploeggenoot Sven Kramer noemt hem onmisbaar voor de zo succesvolle allround-trein van Lotto-Jumbo: „Ik kan niet zonder hem.”

Na de NK afstanden tekende De Vries direct een lucratief contract dat hem aan de ploeg bindt tot en met de Spelen van Pyeongchang 2018. Ook daar lonken medailles, op vijf kilometer en ploegachtervolging. Zijn geheim van succes op latere leeftijd? „Weinig talent en heel veel trainen”, stelt de afgestudeerd celbioloog.

Nooit gedacht dat hij nog eens verzeild zou raken in de wereld van EK, WK of zelfs Spelen. „Ik heb nooit in Jong Oranje gezeten, maar één keer NK junioren gereden, één keer de Vikingrace. En dan allemaal achterin, nooit voorin. In mijn eerste jaren op de langebaan was ik hooguit middenmoot, reed ik net NK’s. Het hield niet over.” Als zich geen ontsnappingroute naar de marathon had aangediend, was De Vries allang gestopt. Nu kreeg hij in 2007 de Willem Poelstra Memorial (als beste jonge marathonrijder) en in 2010 werd hij tweede bij de NK op natuurijs. Toch talent? „Mijn talent is niet schaatstechnisch maar meer het talent dat ik altijd maar ben doorgegaan. Uiteindelijk is dat wel mijn lifestory.”

Met de eerste oktober van 2011 als cruciale datum. Marathonschaatser De Vries moet die dag van trainer Pascal Vergeer als training een vijf kilometer rijden in Erfurt. „Ik wilde die afstand echt nooit meer rijden en zei: ‘daar heb ik geen trek in’. Maar hij hield aan.” Ach, misschien een persoonlijk record, een tijd net onder de 6.40? „Ik had de bedoeling om 31-ers te rijden maar begon met een 29-er. Ik dacht: ‘O shit, dit gaat pijn doen vandaag’. Reed ik nog een 29-er, en nog één en nog één. Ik kwam uit op 6.26. Geplaatst voor de NK, geplaatst voor de wereldbeker.” En dat sms-berichtje van Kramer, dat uit de lucht kwam vallen: „Lekker bezig.”

Trainingsmaat van Sven Kramer

„Ik kende Sven wel een beetje, maar vooral uit de tijd dat hij nog zo’n mormel was. Zijn vader Yep is toen mijn trainer geweest. Ik ging naar de marathon, Sven naar de langebaan. Dan zie je elkaar niet veel meer.” Maar als TVM eind 2011 een trainingsmaat voor Kramer zoekt bij de wereldbekers, is de lijn naar De Vries snel gelegd. Het begin van jarenlang samen trainen, zomer en winter, dag in, dag uit. De basis voor zijn huidige succes. „Mijn niveau heeft alles te maken met de aanwezigheid van Sven. Veel samen trainen. Ik moet het hiervan hebben.” Dankzij die ene dag in Erfurt, zegt De Vries stellig. „Zonder die ene vijf kilometer was dit niet gebeurd. Nooit.”

Berucht zijn hun zomerse fietstochten door Friesland. „Heerenveen richting Wolvega, rechts Nijelamer, Oldelamer, Munnekeburen, Kuinre, rechts naar Lemmer, dan Sint Nic, Joure en terug naar Heerenveen.” Schamper: „Lekker afwisselend. Nee joh, Sven wil altijd hetzelfde.” En dan liefst met een mannetje of zes, wat Friese renners erbij. De Vries vervloekt de dag dat hij slechte benen heeft. „Dan zeg ik niks. Ik ken die Kramer, dan zet hij meteen een tandje bij. Dat is gewoon mokeren af en toe.” En dan hun jonge ploeggenoot Patrick Roest. „Die wil altijd tien centimeter voor je rijden. ‘Heb je je lange fiets weer bij je vandaag’, zeggen wij dan.”

Eerzucht als eeuwige brandstof. „Niemand wil voor elkaar onder doen, we hebben allemaal een hekel aan verliezen. Jij wil niet degene zijn die zegt: ‘even wat rustiger aan nu.’” Coach Jac Orie bewaakt de balans. „Bergop fietsen mogen we bijna niet meer op trainingskamp. Jammer. Maar ‘intensief duur’ wordt toch altijd ‘volle bak’. Laatst in Collalbo hing ik de eerste keer over mijn stuur over te geven. Iedere keer moet iemand anders lossen. Maar soms moet je een beetje slimmer trainen, niet altijd met de botte bijl.”

Dat Kramer en zijn ploeggenoten dit seizoen nog beter presteren dan anders verbaast De Vries niet. „Sven is van superhoog niveau nu, heeft bijna geen blessures. Totaal anders dan voor de vorige Spelen, toen ik ook bij hem zat. Hij is gewoon onherkenbaar vergeleken met toen. Dat scheelt een heleboel. Toen was hij periodes een week weg of ging hij twee weken iets anders doen. Hij had elke keer wat. Last van zijn rug, uitstraling hier of daar. Nu helemaal niet. Het is ook voor ons een grote vooruitgang dat hij er altijd is. Patrick heeft ook een grote stap gemaakt, op hem kun je bouwen.” En vergeet hun Franse ploeggenoot Alexis Contin niet. „Hij heeft ons van de zomer met skeeleren echt pijn gedaan.”

Best bijzonder, meer dan de helft van het jaar op de lip van schaatsidool Kramer. „Sven kan in Nederland niet anoniem over straat, al zal het in Bangkok nog gaan. Ik vind het wel chill dat ze naar hem kijken. Misschien ben ik anders dan anderen. Een beetje aandacht vind ik leuk hoor, maar ik zou echt niet met hem willen ruilen.” De Vries wil er nog wel eens mee dollen op een druk vliegveld. „Dan roep ik: ‘Ho, hier is Sven Kramerrr!’ Zie je Sven kijken. ‘Stil nou.’ Voor je het weet duikt iedereen bovenop hem. Laatst zat hij in het vliegtuig twintig rijen voor me, probeerde voor me iemand een foto te maken. Van het achterhoofd van Sven Kramer. Ja, mensen doen raar.”

Wie kent Kramer inmiddels beter dan hij? „Nou ik hoop dat Naomi (Kramer’s vriendin Naomi van As) hem wel een beetje beter kent”, lacht De Vries. Dan serieus: „Sven is misschien wel eens wat asociaal tegenover mensen die hij niet kent. Maar de mensen die hij wel heel goed kent, daar doet hij alles voor. Zoals Chris.” Hij doelt op oud-ploeggenoot Christijn Groeneveld, die in 2014 na een val op de training in een rolstoel belandde en nu langzaam opkrabbelt. „Sven doet superveel voor hem, maakt zich er op momenten ook heel druk om. Zijn moeder en zusje, zijn vader, daar doet hij ook heel veel voor. Mensen willen dat soms niet zien. Maar het is echt zo.”

Op weg naar olympische medailles

Als trainingsmaat van Kramer op weg naar olympische medailles, zoals in 1994 de Noor Kjell Storelid in het spoor van kopman Johann Olav Koss? „Ik hoop het joh, daar ga ik voor.” Of is er stiekem in het achterhoofd nog een gedachte aan zelf winnen, Kramer verslaan? „Zelf de beste zijn, dat is wel de ambitie. Maar ik heb hem er op training nog niet vaak afgereden hoor.”

Kan het nog, een ultieme piek straks als 35-jarige in Pyeongchang? „Ach, leeftijd is maar een getal. Al merk ik wel dat er soms een generatiekloof ontstaat. Sanneke de Neeling (zijn 20-jarige ploeggenote) vroeg net hoe ver eigenlijk de Elfstedentocht is. Dan zeg ik: ‘sorry, ik moet even mijn broek ophijsen’. Die was intussen afgezakt.” Want de Tocht blijft heilig. Als-ie ooit nog komt? „Ik ga hem sowieso rijden, ik hoop in de wedstrijd. Maar dat wordt steeds korter dag voor mij, moet geen vijf of zes jaar duren. Dan wordt het moeilijk. Ik ga niet oneindig door.”