Column

Illusie

Golven van heimwee overspoelden het land. Deze week was het twintig jaar geleden dat de laatste Elfstedentocht werd gereden. Spruitjesboer Henk Angenent werd door radio en tv uitvoerig gesolliciteerd om zijn historisch schaatsnummer nog eens te memoreren. Het werkte niet: samen met de herinnering was ook de vreugde vergeeld. De extase was niet meer op te roepen. Erik Hulzebosch maakte er dan maar een grapje van – geboren cabotin. Ik miste in de opgeklopte nostalgie tweevoudig winnaar Evert van Benthem. De veeboer uit Sint Jansklooster gaf de tocht der tochten een aparte dimensie mee: meer liefde dan heroïek. Met teksten als „De beesten gaan voor de schaatsen,” relativeerde hij het heilige der heiligen tot iets innigs. Later emigreerde hij naar Canada, deels omdat hij de invasie van toeristen op zijn boerderij spuugzat was. Evert wou een gewone jongen blijven.

De mythe van de Elfstedentocht ligt in het gewone. Schaatsen en klunen bij nacht en ontij voor een kruisje – voetballers binden hun veters niet eens aan. Het was het epos van het boerenland. Duizenden toeristen uit de Randstad wilden ook eens van de elementen proeven. Een uitputtingsslag meemaken in barre kou. Deelachtig zijn aan de schoonheid van bevroren Friesland. Sport zonder commercie, al liepen ze met duizenden dronken de nacht in, het vet van de braadworst parelend op hun blauw uitgeslagen kin.

De Elfstedentocht was ook een illusiefabriek. Bonkend over de vaarten ontstond het gevoel dat er maar één land was: de wereld, en maar één volk: de mensheid. IJs als broedplaats van verzoening. Het was eerder massahysterie dan literatuur, maar die kritische noot werd niet gekraakt. Het wonderlijke voor Nederlandse begrippen was nog dat het evenement nagenoeg in onversneden jubel verliep. Er was wat gesputter over tijden en over een dubieuze uitsluiting, maar hooliganisme was niet in de buurt.

De Elfstedentocht puur natuur komt niet meer terug. Hedendaagse winters zijn treiterneuroten. Ze weten niet wat ze willen, hitsen de gemoederen op, maar laten het uiteindelijk afweten. Ze proberen van de Elfstedentocht een foltering van verwachtingen te maken, die ze vervolgens zelf intrappen. De Elfstedentocht is alleen nog terrorisme van de verbeelding geworden.

Daarom, lieve schaatsvrienden, trek er een streep onder en stort u in het veldrijden. Waar de elementen ook een rol spelen, ploeteren zwaarder dan klunen is en de deelnemers zwarte sneeuw zien van uitputting. En het bier is ook present.

Een uur interval aan een verschroeiend tempo, lopen en fietsen en dronken worden. Dan heb je een zondag.

Half Drenthe is het ideale parcours voor veldrijders. Er kan overal gecrosst worden. De suprematie van Mathieu van der Poel is overweldigend, maar dat maakt hij zelf goed door een formidabele acrobatie. Zoals de zoon van Adrie draait en keert, daar worden ze in balletscholen stil van. Ultieme estheet op de fiets. Voor de strijd om de podiumplaatsen twee en drie mogen we van Lars Boom en Lars van der Haar een boeiend spektakel verwachten. Voor beide renners wordt het NK een comeback. Sint- Michielsgestel is een begrip in de historie van de cross. Een klassieker. Allen daarheen.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.