Interview

‘Ik wil minder hakketakken over mijn eigen gelijk’

Claudia de Breij

Haar oudejaarsconference werd overladen met lof. Een jaar lang spaarde Claudia de Breij haar meningen op. „Dat is zó bevrijdend.”

Claudia de Breij deed haar oudejaarsconference live vanuit Rotterdam. „Daar zit het soort publiek waar ik zelf qua familie uit voortkom. Intelligent maar niet elitair.” Foto Merlijn Doomernik

Ze was al ruim over de helft van de live-uitzending van haar oudejaarsconference. Allemaal prima gegaan tot dan toe. En toen ging toch nog bijna mis. Juist in het stukje waarin ze van een briefje de regels van het Nationale Hitteplan voorlas. („Drink voldoende. Ik hoor u denken: hoe moet ik dat interpreteren? Daarom hadden ze erachter gezet: zorg dat u voldoende drinkt.”) Tijdens alle zestig try-outvoorstellingen had het briefje keurig klaargelegen op de piano. Maar nu had iemand blijkbaar gedacht: ‘Wat moet dat lelijke briefje daar?’ Vooraf had haar bandleider Sander Geboers nog even de zaal welkom geheten. En opeens stond ze dus met een briefje in haar hand dat begon met: „Goedenavond, mijn naam is Sander Geboers.”

Claudia de Breij krijgt het er twee dagen na haar voorstelling nog benauwd van. „Sander heeft tijdens het spelen gedacht: ‘Hé, dat briefje ligt er niet. Laat ik mijn eigen briefje neerleggen, dan heeft ze tenminste iets om in haar handen te houden.’ Heel slim van hem.” Uiteindelijk deed ze het met dat verkeerde briefje alsnog, uit haar hoofd. „Maar het is het gevoel dat je kunt hebben vlak voor een aanrijding; dat je in slowmotion op de klap af gaat. Daar ben ik fysiek nu nog een beetje van aan het herstellen.”

Verder heeft Claudia de Breij (41) niks te klagen. Haar conference werd juichend onthaald, met prachtige recensies en mooie kijkcijfers. Ruim twee miljoen mensen vóór twaalf uur en dik achthonderdduizend bij de herhaling daarna.

Lees ook de tv-recensie van Hans Beerekamp: Claudia de Breij verbindt met Oudejaarsconference

Ze zit twee dagen na de uitzending nog zichtbaar na te suizebollen. „Ik ben nog steeds een beetje beverig.” We zitten in de zithoek van haar werkkamer annex repetitieruimte in haar huis in Utrecht, waar alles helderwit en perfect opgeruimd is. Daar houdt ze van. Het aanrecht ziet eruit alsof het nog maar zelden gebruikt is. En de basgitaar die naar haar smaak een decimeter te ver naar voren staat wordt resoluut in het gelid geschoven.

Beneden in de huiskamer staan de boeketten die ze kreeg. Want ze werd werkelijk overstelpt door reacties. Op straat stopte er midden in het drukke verkeer een auto van een man die door het open raampje naar haar riep dat hij het zo goed had gevonden. „En in een restaurant kwam er een mevrouw op me af. ‘Normaal vind ik u helemaal niet zo leuk. Maar dit was mooi.’” Ze heeft geen zin in namedropping, maar de reacties kwamen uit alle hoeken en gaten. „Dit was in mijn wereld olympisch goud geweest”, sms’te schaatser Jochem Uytdehaage. Haar voorgangers Youp en Herman Finkers reageerden, evenals haar beschermheer Herman van Veen, die in 2015 zijn Davidsring aan haar doorgaf. Joop en Janine van den Ende stuurden bloemen. Ze kreeg een hartelijke mail van Jasperina de Jong en een aardig appje van André van Duin. Alleen Mark Rutte liet niks van zich horen, terwijl ze hem in de aanloop van de conference wel sprak. En ook vanuit de hoek van Erdogan bleef het stil, ondanks haar scherpe typering van de Turkse leider, die het lastergedicht waar haar Duitse collega Jan Böhmermann bijna voor werd vervolgd tot een slap aftreksel maakte.

Het maken van de oudejaarsconference was een veel afmattender onderneming dan ze vooraf had gedacht, zegt De Breij. „Normaal is een programma klaar als jouw denkproces klaar is. Maar zo’n Oudejaar is pas af om half elf op Oudejaarsavond. Het leuke is dat je niet alleen voor eigen parochie preekt, maar voor een heel land. Toen ik in 2004 als dj in Het Glazen Huis zat zei mijn toenmalige baas: ‘Bedenk wel dat nu iederéén luistert.’ Dat was eerder een bevrijding dan een beperking. Niet om nou opeens als Gerard Reve een volksschrijver uit te hangen, maar dat vond ik hierbij ook zo leuk. Daarom wilde ik de conference heel graag doen vanuit Rotterdam. Daar zit het soort publiek waar ik zelf qua familie uit voortkom. Intelligent maar niet elitair.”

Thuis keken ze altijd naar de oudejaarsconference. Haar oudste herinnering op dat vlak dateert uit 1982, toen Wim Kan voor het laatst optrad. Zeven was ze toen. Ze snapte lang niet alle grappen, maar ze merkte aan haar ouders hoe bijzonder zij die conference vonden. Want daar stond een man die namens het hele volk het jaar uitluidde.

In het najaar van 2014 werd De Breij door Kathleen Warners van de VARA in het diepste geheim gepolst of zij er iets voor zou voelen. „Ik riep al jaren tegen Kathleen dat ik dat zo graag zou willen. Ze moest er altijd hard om lachen. Maar nu vroeg ze echt of ik het wilde. En dat is iets waarop je al ‘ja’ zegt voordat je hebt nagedacht of je er eigenlijk wel ‘ja’ op moet zeggen.” Het besef in de voetsporen van grote voorgangers te treden was soms ronduit intimiderend, zegt ze. „Ik probeerde er expres niet te veel bij stil te staan. Ik zocht de hele tijd het evenwicht tussen ‘voelen hoe groot het is’ en ‘doe ’ns normaal. Bedenk gewoon waarom je ooit aan dit vak begonnen bent.’”

Waarom ben je er eigenlijk ooit aan begonnen?

„Dat is amper uit te leggen. Ik keek laatst op mijn enige vrije avond naar La La Land. Die film zit boordevol verwijzingen naar films en musicals. En ik dacht: hier besta je dus uit.” Ze wijst naar de muur, die vol hangt met foto’s. Van West Side Story en Singin’ in the Rain tot de Beatles, Robert Redford, Barbra Streisand, Oscar Wilde en Marilyn Monroe. „Daar ben ik van gemáákt. Daar heb ik me al die jaren mee volgezogen. Dat was wat ik altijd wilde: bij die wereld horen.”

Vanaf januari 2016 legde ze voortdurend ingevingen en aanzetten voor grappen vast in haar telefoon. Als ze die nu terugleest, schiet ze af en toe hoofdschuddend in de lach. Toch wel erg de categorie ‘achterhaald en niet spannend’. „Maar ja, je moet toch ergens beginnen.” Al had Youp van ’t Hek haar wel geadviseerd om zich vooral op de laatste drie maanden van het jaar te concentreren. „Hij zei: ‘Daar komt het op aan, dat weten mensen nog. Dus schrijf je niet gek op maart en april.’”

De Breij wilde vooraf geen enkel interview over haar show geven. Ze had de recensenten ook op het hart gedrukt om vooral niet over het programma te schrijven. De enkele krant die dat wel deed werd tijdelijk in de ban gedaan. „Ik moet mensen veroveren. Ik had nog niet aan een grote groep laten zien dat het leuk kan zijn bij mij. Ik weet dat veel mensen niet van nature naar mij zullen kijken. Dus ik ga juist bij de mensen die denken ‘het zal mij benieuwen’, eerst met een moker van grappen naar binnen. Iets van: ‘Zie je nou wel? Mijn zalen zitten niet voor niks al jaren vol.’ Als dan vooraf duidelijk zou zijn dat ik twee Syrische vluchtelingen in mijn band heb zitten, dan zouden veel mensen al bij voorbaat afhaken. Dat heb je nou eenmaal snel als VARA-cabaretier: ‘O ja, gaan we weer die kant op!’ Dat wilde ik per se niet.”

Maar dat er vluchtelingen in haar band moesten stond van meet af aan vast. In een azc in de Utrechtse wijk Oog in Al bezocht ze een repetitie van de Band zonder Verblijfsvergunning. Ze liet de muzikanten een YouTube-filmpje zien van haar liedje ‘Mag ik dan bij jou’. Ja, dat kenden ze wel, maar dan in de uitvoering van de Syrische zangeres Shaza Hayek. Ze konden maar niet geloven dat dat mooie liedje eigenlijk van die Hollandse vrouw met dat telefoonschermpje in haar hand was. Uiteindelijk viel haar oog op percussionist Badi Rafea en saxofonist Nader Issa uit de band van Hayek. „Gelukkig hadden ze een verblijfsvergunning, zodat ik zeker wist dat ze niet opeens na een voorstelling op het vliegtuig zouden worden gezet.”

Haar vrouw Jessica van Geel vroeg haar van tevoren nog: „Vanaf welke grap ben je zelf gerust?” „Ik zei: ‘Pas bij de allerlaatste.’ Het moet bij zo’n conference continu op spanning blijven. Je bent geen moment ‘binnen’. Het is echt een vorm van bewustzijnsvernauwing. Mentaal kan ik het eigenlijk helemaal niet aan. De gedachte: ‘Ik ga nu op Oudejaarsavond live op televisie, op de plek van Wim Kan, Youp van ’t Hek en Freek de Jonge’ is goedbeschouwd totaal gekmakend. Dus ik heb mezelf totaal afgesloten.”

Denk je specifiek aan iemand als je speelt?

„Meestal niet. Maar nu heb ik aan Amy Schumer gedacht. Ik heb haar boek gelezen. Daarin zegt ze dat ze nooit meer bang is om op te gaan, omdat ze in haar leven al zo enorm vaak van tevoren is doodgegaan. Iets van: ‘Wie kan mij nog wat maken?’.”

Maar je bent natuurlijk bang om op te gaan omdat je bang bent om af te gaan.

„Precies. Dat is het. Dat oplopen voelt ook als een wanhoopssprong. Zoals je soms op een perron bij een langsrazende trein kunt denken: ‘En wat nou als ik nu spring?’ Dát gevoel is het. En het verschil is dat je nu ook echt springt. In het peilloze diepe.”

Overal werd je geafficheerd als ‘de eerste vrouw die de Oudejaars doet’.

„Dat deed mij niks. Da’s hooguit leuk voor mijn moeder. Want het is toch op z’n minst ook wel een beetje absurd dat we zoiets überhaupt nog moeten vaststellen. Ik heb zelf nooit gezucht onder het juk van de vrouwenstrijd, ben opgevoed met de gedachte: je mag alles worden wat je maar wilt. Ik denk dus hooguit: wat belachelijk dat nog geen enkele andere vrouw mij is voorgegaan.”

Jij hoefde zelf nergens mee af te rekenen?

„Nee, helemaal niet. Ik zeg in de voorstelling dat ik stam uit een eeuwenoud geslacht van laagopgeleiden. Mijn vader had een pr-bureau, mijn moeder werkte in een winkel. Ik heb me altijd volkomen vrij gevoeld. Ik ga dus geen gevecht claimen dat er helemaal nooit is geweest.”

Je was wel scherp over Sylvana.

„Dat mag toch? Ik benoem dat zij altijd zo verschrikkelijk boos kan kijken. Dat dóét ze ook. Dat vind ik, dus dan zeg ik dat. Ik wil mijn eigen ongemak daarover laten zien.”

Moet je als vrouw niet een beetje solidair met haar zijn?

Proestend van het lachen: „Dit kan echt alleen een man bedenken. Welnee joh. Ik weet nog dat Madeleine Albright zei: ‘There is a special place in hell for women who don’t help other women.’ Ik doe daar niet aan mee. Door Sylvana aan te pakken laat ik zien dat ik haar serieus neem. Dat sneue vrouwelijke concurrentiegedoe, daar heb ik me gelukkig aan kunnen onttrekken.”

Je zegt in de voorstelling dat je het zo prettig vond om eens een jaar niet te hoeven opdraven om overal je mening te geven.

„Oh, dat is zó bevrijdend. Dat zat ook in de voorstelling: moet Geert Wilders vervolgd worden of niet? Ik wéét het niet.”

Dus als mensen je niet om een mening vragen dan heb je ’m ook niet?

„Het is heel verleidelijk om aan het woord te zijn, bijvoorbeeld in De Wereld Draait Door. Wat er gebeurt is dat je op zo’n moment kiest voor het halffabrikaat waar je op dat moment in je meningsvorming zit. De mening van dat moment. Waar je het laatst met iemand over gepraat hebt, of wat je het laatst gelezen hebt. Vanaf dat moment ligt die mening van dat moment vast. Het maatschappelijk debat draait daardoor grotendeels om dat soort niet uit-geëvolueerde meninkjes. Het deed me ontzettend goed om daar niet meer de hele tijd aan mee te doen. Het afgelopen jaar is me opgevallen dat ik het soms eens ben met hele rechtse mensen, soms met heel linkse en soms met niemand. De sleutel tot wereldvrede ligt erin dat je het niet met mensen eens hoeft te zijn om ze aardig te vinden. Dat is in deze tijd het grote probleem: je bent tégen vluchtelingen of vóór. Je bent tegen Zwarte Piet of vóór. En dan ben je dus wel of niet mijn tegenstander.”

Dus vanaf nu schrijf je geen columns meer en ben je geen tafeldame bij DWDD?

„Misschien op een andere manier, maar zeker niet meer zo intens. Ik zal vast opiniërend blijven. Dat zat ook volop in de Oudejaars. Maar ik wil minder hakketakken over mijn eigen gelijk. Want wij kunnen nu samen heftig discussiëren over de wereld, over Trump en Wilders. Misschien krijgt één van ons gelijk. Maar dan verandert er nog helemaal niks in de wereld. Gefeliciteerd met je eigen ronkende gelijkje: je hebt er alleen niets aan.

Voor jouzelf was 2016 een opvallend jaar. Je besloot te trouwen. Waarom wilde je dat?

„Wat een ontzettende privévraag… Ik wilde het gewoon graag. Ik wilde na mijn scheiding mezelf niet heel calvinistisch de rest van mijn leven straf geven omdat ik gescheiden ben. Zo’n scheiding voelt als een verlies. Want je gaat niet trouwen om te scheiden. ‘Trouwen’ heeft de kracht van het ceremonieel in zich. Net zoals dat aftellen naar twaalf uur met Oudjaar. Dat is mooi. Terwijl het elke nacht vanzelf twaalf uur wordt. Het is een volstrekt fictieve grens. En toch voel je: nu is het Nieuwjaar. Dat heb je ook met trouwen: er is niks veranderd terwijl door dat ene woordje toch ineens alles anders is.”

Wat is er nu dan anders?

„Het is allemaal pas waar als het wáár is.”

De Breij en Van Geel hadden allebei al een zoon. Zes en acht zijn ze nu. Ze waren er de afgelopen dagen even niet. „Dat is het fijne van co-ouderschap. Maar ze hebben bij hun andere mama wel gekeken.” Natuurlijk kregen ze de voorbereidingen volop mee, zegt ze. Zoals dat gaat in een gezin. „Als een van hen op school spreekbeurt heeft, dan heeft het hele gezin spreekbeurt.” Wat ze de jongens mee wil geven? Ze denkt lang na, zegt dan: „Uiteindelijk wat ik zelf meekreeg. Mijn moeder zei altijd: ‘Je moet niet denken dat je meer bent dan een ander.’ Waarop mijn vader zei: ‘Maar zeker ook niet minder.’ Dat is voor mijzelf ook altijd de leidraad gebleven. Nee, dat is zeker niet hetzelfde als: ‘Verbeeld je maar niks.’ Integendeel: verbeeld je vooral álles. Maar maak het ook wáár.”