Goed voornemen: lezers niet opzwepen met nepnieuws

Goede voornemens? Zeker. Na de klaagzang in mijn laatste rubriek van 2016, nu enkele nieuwjaarswensen voor de krant (eerste goed voornemen: krant én site zeggen) en de media in het algemeen. Het wordt een interessant jaar: een dampende stoofpot van Nederlandse verkiezingen, Trump, Europa, strijd tegen terreur, afgeblust met de onvermijdelijke scheut islam.

Geen wonder dus, dat sommige media zich nu al schrap zetten of nog snel een kam door hun haar halen. Op een van de vaste sites die ik raadpleeg, die van de Columbia Journalism Review, las ik een tienpuntenlijstje waarmee het vakblad hoofdredacties en nieuwsmanagers moed probeert in te praten.

Advies één: mobiliseer de troepen. Ze zijn waarschijnlijk overbelast en liggen onder vuur, dus: een „huddle” voor het hele team. Spreek ze aan op hun verantwoordelijkheid – en geef ze vertrouwen.

Dan volgen nog een paar zeer Amerikaanse aanbevelingen (neoscholastiek: „maak een taxonomie van Trumpiaanse tweets”), maar ook enkele die voor Nederlandse media en NRC kunnen opgaan. Vooral: wees transparant, neem kritiek serieus maar laat je niet intimideren. Ook: laat van je horen (naar lezers!) en hou, tussen het dagelijkse aanbod van verontrustend nieuws, oog voor positieve verhalen.

Allemaal verstandig, lijkt me.

Laat ik er een onderwerp uitpikken waar ook NRC mee te maken heeft gehad, en vast nog zal krijgen: de omgang met ‘nepnieuws’, valse berichten die nu al gebrandmerkt zijn als de plaag van het internettijdperk. Sites op de Balkan produceren ze aan de lopende band, bij voorkeur over Trump en Poetin, en in een oogwenk suist het over de aardbol. Nee, opiniepeilingen zijn geen nepnieuws, daar geldt iets anders voor: zorg ervoor dat journalisten, vaak slecht geschoold in statistiek, ze begrijpen en goed wegen (ook een kans van ‘maar’ 20 procent om te winnen is bijvoorbeeld nog een heel reële kans, zoals elke casinobezoeker weet).

Een voor de hand liggend goed voornemen om nepnieuws, dus verzonnen nieuws, te weren, zou natuurlijk zijn om niet blind met elk spektakel mee te gaan. Laat je niet gek maken. Die raad is niet van vandaag. Zoals het sociaal-democratische Het Volk op 10 mei 1940 op de voorpagina opriep: Schenk geen geloof aan valse berichten!

Maar vals en echt onderscheiden is anno 2017 makkelijker gezegd dan gedaan, legt de Amerikaanse wetenschapsjournalist (en voormalig fact checker) Brooke Borel uit, in een interessant artikel over nepnieuws.

Want, stelt zij, ook serieuze media laten zich tegenwoordig graag gek maken. Dat wil zeggen: in de permanente strijd om tijd en aandacht van lezers is de druk om nieuws van het kaliber ‘moet je dit lezen!’ enorm geworden. Talloze sites drijven erop. Groteske of juist hartverwarmende berichten, goed voor click bait, kunnen er dan makkelijk ongecheckt doorheen glippen.

En NRC? Ook hier wordt dagelijks online getest welke koppen boven een stuk de meeste lezers en leesminuten trekken (deze week een topper: Ga toch weg met je mindfulness). Kan leerzaam zijn – koppen moeten krachtig en concreet zijn. Maar het blijft oppassen; lezers die mij schrijven, storen zich aan koppen die puur mikken op effect. Is Nederland de volgende? (opening nrc.next, ) na de recente terreuraanslag in Berlijn was een goed, nou ja: goed fout voorbeeld. Vond ook de redactie achteraf. Vaste NRC-lezers willen niet opgezweept worden, daar wordt elders al ruim genoeg in voorzien.

Maar er komt nog iets bij: de drempel om media met ‘lekker’ nepnieuws een fijne loer te draaien, is lager dan ooit. Aan die steen stootte NRC zich wél twee maal: met een zogenaamde ‘ludieke actie van Cool Cat, waar een actiegroep achter bleek te schuilen en (evenals de andere landelijke media) met het plan voor een ‘homowijk’ in Tilburg.

Les: grondig blijven checken, en vertrouw je wantrouwen. Nog geen panacee, want bij die homowijk werd er bijvoorbeeld wel gecheckt.

Tweede les van Borel: nepnieuws bestrijden met factchecks achteraf werkt vaak niet, aangezien het in de eerste plaats niet wordt gedeeld omdat mensen het geloven, maar omdat ze het amusant vinden („laughing out loud!’’) of erdoor bevestigd worden in een mening die ze toch al gevormd hadden.

Dat maakt nepnieuws tot een wapen voor propagandisten, die er niet op uit zijn te informeren maar om twijfel te zaaien en ophef te creëren. Daar helpt geen moedertje factcheck aan, want die wordt dan op zijn beurt gezien als strategische contra-propaganda.

En dan is er nieuws dat geen nepnieuws is, maar waarvan vooral onduidelijk is wat een krant ermee wil zeggen. Neem het bericht deze week dat 50 miljoen moslims geweld ter verdediging van hun geloof accepteren, zoals wetenschapper Ruud Koopmans zei in het Algemeen Dagblad. Dat stuk werd meteen middelpunt van controverse, NRC liet er een factcheck op los, met als conclusie: Koopmans bewering klopt.

Ja, maar het punt bij zo’n statistische schatting is niet zozeer of die ‘waar is’ (of eerder kun je zeggen: goed of slecht onderbouwd), maar vooral wat het betekent. Wat zegt het precies? Hoe zit het trouwens met andere groepen? Kortom, hier heb je context bij nodig, en dan ben je er met een factcheck niet.

Wat werkt dan wel? Borel doet nuchtere suggesties: minder fixatie op clickbait, meer openheid voor kritiek maar zonder te vervallen tot een slap soort ‘neutraliteit’. Vaak genoeg ligt de waarheid juist niet in het midden.

En een nostra culpa voor ons, mediaconsumenten: denk twee keer na voor je iets deelt of aanprijst. Ernst maken met de zaken geldt niet alleen voor de media, maar ook ons lezers die inzicht zoeken, eerder dan snelle ophef.

Reacties: ombudsman@nrc.nl