Gewoon, wat wiethokken voor een ton per maand

Wietteelt

De wietindustrie is een van de grootste bedrijfstakken van Tilburg. Het boek De achterkant van Nederland laat zien hoe een parallelle samenleving ontstaat waar criminaliteit de norm is. Op pad in de Vogeltjesbuurt.

De voordeur van Corin Denis nadat de politie zijn huis in de Vogeltjesbuurt binnenviel.

Het gaat te ver om te zeggen dat niets is wat het lijkt in de Tilburgse Vogeltjesbuurt. Maar er zijn wel geoefende ogen nodig om te weten wat je ziet in deze volkswijk. Er hangen veel rolluiken voor de ramen. Minder opvallend maar niet minder betekenisvol is het grote aantal beveiligingscamera’s aan de gevels.

Daarachter gaat een ongemakkelijke waarheid schuil, vertelt Pieter Tops al wandelend door de buurt. Een waarheid die ook hij, hoogleraar bestuurskunde aan Tilburg University, jarenlang niet heeft gezien. In de Vogeltjesbuurt wonen bovengemiddeld veel mensen die, zoals ze het hier zeggen, groene vingers hebben. Dat zijn mensen die betrokken zijn bij de teelt van wiet.

De wietindustrie is een van de grootste bedrijfstakken in de gemeente Tilburg. Volgens een berekening van de politie en de universiteit verdienen 2.000 tot 3.000 Tilburgers hun boterham met de wietteelt waarmee ze jaarlijks een geschatte 800 miljoen euro omzetten. Dat kan niet kloppen, dacht Tops toen hij in 2013 het politierapport las. Maar het klopte wel. „Zoveel mensen en zoveel geld. Hoe kan het dat ik dat niet heb gemerkt? Ik woon en werk al sinds de jaren tachtig in Tilburg.”

Die vraag was het begin van een zoektocht die tot nog veel meer verbazing zou leiden over de onzichtbare invloed van de wietindustrie in Brabant. Tops hoorde verhalen over geïntimideerde ambtenaren en bedreigde burgemeesters. En hij leerde hoe in volksbuurten als de Vogeltjesbuurt parallelle samenlevingen zijn ontstaan waar de overheid geen greep op heeft, waar wietteelt niet als een probleem wordt gezien en waar de georganiseerde misdaad is doorgedrongen tot de haarvaten van de gemeenschap.

Tops (60) schreef er een boek over – De achterkant van Nederland – met Volkskrant-journalist Jan Tromp (67). De geboren Haarlemmer Tromp leerde Brabant kennen toen hij zich na een correspondentschap in New York vestigde in Herpt, een Brabants dorp niet ver van de grens met Gelderland. Na een spoedcursus Brabants begon hij symptomen van eigenrichting te herkennen. „In veel Brabantse gemeenschappen bepalen bewoners op een volstrekt vanzelfsprekende manier zelf de orde”, aldus Tromp. Hij schreef er een serie stukken over in de Volkskrant.

Daarna vonden de ‘professor’ en de ‘journalist’ elkaar. Voor hun boek sprak het duo niet alleen met bestuurders, politici en wetshandhavers maar kreeg het ook de bewoners van de achtergestelde wijken aan de praat. Ook een van de ongekroonde koningen van de Vogeltjesbuurt – No Surrender-kopstuk Corin Denis – sprak openhartig met hen, ook nadat hij eerder dit jaar in de gevangenis was beland. „Kennelijk heeft hij de behoefte gevoeld om een keer zijn kant van het verhaal te vertellen.”

Bezoek het kerkhof

Het huis van Corin Denis, aan de rand van de Vogeltjesbuurt, ligt er verlaten bij. De rolluiken zijn dicht en de binnenplaats, waar Corin met zijn maten hele zomers doorbracht met potten koffie en kratjes bier, is kaal en verlaten. In het voorjaar blies de politie de zwaar beveiligde voordeur met explosieven uit zijn sponning. Denis werd aangehouden in een groot strafrechtelijk onderzoek naar de productie van drugs in Brabant en zit nog altijd vast.

En dat is niet de eerste keer. Corin Denis is een telg van een misdaadfamilie die al generaties in de Vogeltjesbuurt woont. Zijn vader en moeder, een oom, een tante, zijn broer, allemaal hebben ze wel eens gezeten voor drugshandel. Dat zien ze in de familie als een beroepsrisico.

Vlak voordat Corin vast kwam te zitten, had hij nog de plechtige eerste communie van zijn zoontje Frans gevierd. Fransje werd door de buurt gereden in een open Bentley, de rest van de familie volgde in een witte Lamborghini. Ook dat is de Vogeltjesbuurt. Net als het wekelijkse bezoek aan het kerkhof Broekhoven waar de doden worden geëerd met ongebruikelijk grote, protserige graven. Je bent pas dood als ze je graf niet meer bezoeken, heet het hier. „Kijk hoe goed die graven onderhouden worden”, zegt Tromp. „Het kerkhof is een belangrijke sociale ontmoetingsplaats. Het laat zien hoe belangrijk familiebanden hier zijn.”

De Vogeltjesbuurt is in de jaren dertig gebouwd voor ‘de onmaatschappelijke gezinnen’ van Tilburg. Na de oorlog werden hier de zwaarste categorieën „asociale en antisociale gezinnen” ondergebracht. De gemeente zorgde voor maatschappelijk werkers die werden bijgestaan door vertegenwoordigers van de Katholieke Kerk.

In beleidsrapportages uit die tijd staat dat de bewoners van de Vogeltjesbuurt een „intensief sociaal leven” onderhouden en kinderen een opvoeding krijgen die de ‘normale’ samenleving niet als „gezond of adequaat beschouwt”. Onderwijs legt er geen gewicht in de schaal, het bezit van voldoende geld wel. „Diefstal, heling en smokkel worden niet als probleem gezien. Goed verdienen is de enige norm van vooruitkomen.”

De bewoners van de Vogeltjesbuurt wisten dat gewone burgers op hen neerkeken. Het leidde tot een sterk gevoel van lotsverbondenheid, grote sociale cohesie en een anarchistische houding. Tops: „In de Vogeltjesbuurt hebben ze hun eigen normen en waarden. Heling of een hennepkwekerij is niet crimineel. Maar het aanleggen met andermans vrouw was lange tijd hoogst crimineel. Het is een houding die de trekken van een parallelle samenleving verraadt, een ordening naast de officiële wereld.”

Tegenover de woning van Corin Denis, waar nu het wijkcentrum staat, stond vroeger een katholieke kerk, wijst Tops. Hij werd gebouwd in de jaren vijftig en begin deze eeuw alweer gesloopt. Het verdwijnen van de kerk en het wegbezuinigen van iedere vorm van maatschappelijk werk heeft de afstand tussen de Vogeltjesbuurt en de andere bewoners van de stad nog groter gemaakt.

„De ongemakkelijke waarheid is dat een deel van de mensen na decennialange verwaarlozing voor zichzelf is gaan zorgen”, aldus Tops. „En dat is niet helemaal onbegrijpelijk. Hen werd gevraagd om ‘eigen kracht’ te ontwikkelen. Dat is precies wat ze hebben gedaan. Zij vormen de participatiemaatschappij avant la lettre. Ze hebben er helemaal geen boodschap aan dat ze iets doen wat niet mag.”

Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman
Auteurs Jan Tromp en Pieter Tops lopen door de Vogeltjesbuurt. Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman

Wiethokken

Toen begin jaren negentig de wietteelt opkwam wist Corin Denis daar wel raad mee. Net als zijn vader, die al eerder was begonnen met de productie van amfetamine. Hij had al op zijn zestiende wiethokken zoals ze die in Brabant noemen. Een serie kleine plantages leverde hem op een gegeven moment 250.000 gulden op – ruim 110.000 euro. Per máánd, vertelt hij trots tegen Tops en Tromp. En de hele Vogeltjesbuurt profiteerde mee. „Bij ons in de buurt was het gewoon: daar is nog een zoldertje, de mensen die er wonen hebben geen geld. Ik kwam daar, ik zei: buurvrouw, 2.000 euro in de maand. Nou, die mensen blij en ik had ook mijn geld. Onder elkaar een regeling in een volksbuurtje. Ik zie daar het kwaad niet van in.”

In 2005 werd de Vogeltjesbuurt uitgekamd. Er werden 20 plantages ontmanteld en 2 xtc-laboratoria. Volgens Corin Denis helpt die aanpak niks. „Dat is allemaal om de burgerij gerust te stellen. Als je vandaag zegt: ik wil er wel honderd op mijn zolder, heb ik ze morgen staan. Al dat geklets over aanpakken. Weet je wat het is, de war on drugs was al verloren nog voordat die was begonnen.”

De Vogeltjesbuurt is niet de enige wijk of gemeenschap waar georganiseerde criminaliteit is opgelost in het buurtleven. Overal in Brabant zijn gemeenschappen waar de georganiseerde drugscriminaliteit de gewone maatschappij ondermijnt. Een burgemeester spreekt tegenover Tops en Tromp van „een conglomeraat van hele en halve criminelen, allemaal met een cover-up maar onderling heel goed verbonden”.

De grens tussen goed en fout is niet zo gemakkelijk te trekken. Er is een criminele kern: kampers, motorbendes en de Turkse maffia duiken opvallend vaak op in deze verhalen, constateren Tops en Tromp. „Maar er zijn ook mensen die onbewust meedoen, bewust wegkijken, een graantje meepikken of hand en spandiensten verrichten.”

In kleine gemeenschappen kan de aanpak van wietcriminaliteit heel beklemmend zijn, vertellen Tops en Tromp. „Wat zeg je tegen mensen als ze zeggen dat er nou eenmaal een grote maatschappelijke vraag naar drugs bestaat. Wie is de overheid om die de kop in te drukken?” Ze denken dat de sociale dimensie de aanpak van de drugscriminaliteit zo moeilijk maakt. Die heeft gevolgen voor een hele gemeenschap waar mensen wonen en werken. Maar wietteelt is niet het enige. Georganiseerde misdaad gaat ook gepaard met handel in andere drugs, grof geweld, bedreiging en intimidatie van lokale ambtenaren, bestuurders en politici.

Er loopt geen bloed uit

Ondertussen is het op dit punt nogal stil in Den Haag. Op de noodkreet van de lokale bestuurders wordt mondjesmaat gereageerd. Voormalig parlementair journalist Jan Tromp verklaart dat uit het feit dat iedere denkbare oplossing investeringen vergt voor de lange termijn. „De problematiek rond de drugscriminaliteit is niet binnen een verkiezingsperiode op te lossen en dat maakt het voor politici heel onaantrekkelijk. Bovendien kun je het gemakkelijk negeren als je er niet mee te maken hebt. Er loopt geen bloed uit.”

Oud-minister van Binnenlandse Zaken Klaas de Vries denkt daar heel anders over. Hij krijgt het „Spaans benauwd” van de situatie in Brabant, vertelt hij in De achterkant van Nederland. De gedachte dat drugshandelaren zich opwerpen voor het burgemeesterschap is voor hem zo langzamerhand geen enge droom meer. „Het probleem is dat schatrijke bendes systematisch de democratische rechtsorde proberen te ondermijnen. En dat de samenleving daardoor verloedert.”

Nu de Vogeltjesbuurt is gerenoveerd, zijn de hoogtijdagen van de wietteelt hier wel achter de rug, denkt Tops. Grote vraag is of dat zo blijft. De gemeente heeft samen met de woningbouwcorporatie besloten dat alle bewoners na de renovatie terug mochten keren. Volgens Tops zal de tijd leren of dat wel zo verstandig is geweest. Hij wijst naar de vele particuliere beveiligingscamera’s aan de gevels. „Afgesproken was dat dat niet meer zou gebeuren, maar ze hangen er toch.” Aan die camera’s hangt vaak een televisiescherm dat in vier vlakken is verdeeld, om zo vanuit alle hoeken de straat in de gaten te kunnen houden, zegt Tromp. „Je kunt je afvragen of het die mensen alleen om de sociale controle te doen is.”

De achterkant van Nederland – hoe onder- en bovenwereld verstrengeld raken, door Pieter Tops en Jan Tromp, uitgeverij Balans, 19,99 euro.