Eiland Nauru is ‘dikste’ plek op aarde

Antropologie

De dikste mensen ter wereld wonen op de kleine eilanden van Oceanië. Met dank aan hun unieke overlevingsgenen, de dikzak als statussymbool en de import van westers blikvoer.

Het eiland Nauru heeft het hoogste percentage zwaarlijvigen ter wereld. Foto Jocelyn Carlin/Panos Pictures

Iedere woensdag maken bewoners van Nauru een wandelingetje rond het vliegveld. Het is niet meer dan vijf kilometer lopen, maar toch een hele opgave, want Nauruanen zijn bijna zonder uitzondering dikkerds. Dit eilandstaatje halverwege Hawaï en Australië is het land met het hoogste percentage zwaarlijvigen (71 procent) ter wereld. Van de mensen tussen 55 en 64 jaar lijdt liefst 45 procent aan diabetes. De wekelijkse wandeling rond het vliegveld wordt van overheidswege aangemoedigd als onderdeel van een campagne om dit grootste gezondheidsprobleem van het eiland aan te pakken.

Zwaarlijvigheid en diabetes zijn intussen een mondiale epidemie en het zwaartepunt verplaatst zich van het centrum van de wereldeconomie naar de periferie. Als we landen rangschikken naar het percentage individuen met obesitas – een body mass index (BMI) van 30 en hoger – stonden de Verenigde Staten – twintig jaar geleden nog bovenaan – in 2016 op de achttiende plaats. Van de tien landen met de hoogste percentages obesitas liggen er intussen negen in de Stille Oceaan. Daarmee is deze regio, die in vakantiefolders wordt aangeprezen als paradijs op aarde, de meest zwaarlijvige ter wereld.

Bekijk hier een filmpje over zwaarlijvigheid op Nauru

Temo Waqanivalu kent de regio en het probleem. Hij is geboren in Fiji, een Melanesisch archipelstaatje, en is coördinator preventie van niet-overdraagbare ziekten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in Genève. Als program officer zag hij van nabij hoe de epidemie om zich heen greep. „Obesitascijfers,” schrijft hij per e-mail, „lopen in de landen van de Stille Oceaan intussen uiteen van 35 tot 75 procent. Met 75 procent staat Amerikaans Samoa bovenaan, maar dat hoort bij de VS. In landenoverzichten scoort Nauru nu het hoogst.”

Oceanië met alles het laatst

Waarom juist Oceaniërs? Is dit een kwestie van genetische aanleg? Zijn het omgevingsfactoren als dieet en levenswijze, of komt het door eigenaardigheden van de cultuur? Het is een combinatie van alle drie, zo blijkt.

Oceanië was met alles het laatst. Het was het laatste deel van de wereld dat werd bevolkt door de mens en het is het laatst gekoloniseerd door westerlingen. Die eerste golf, vanuit Azië, voltrok zich heel geleidelijk. De grote Polynesische expansie duurde van ongeveer 1500 voor Christus (Samoa) tot 1200 na Christus (Nieuw-Zeeland, Paaseiland).

De eerste spaarzame ontmoetingen van de eilanders met westerse zeevaarders, zoals Jacob Roggeveen, Louis Antoine de Bougainville en James Cook, vonden plaats in de 18de eeuw. In de 19de eeuw werden zij steeds vaker bezocht door walvisvaarders, ronselaars van arbeidskrachten (voor plantages in Australië), zendelingen en missionarissen. Aan het eind van die imperialistische eeuw waren alle eilanden formeel verdeeld tussen drie Europese mogendheden en de VS. Met uitzondering van Hawaï, dat na 1893 een Amerikaanse volksplanting werd met veel Aziatische immigranten, bleven de meeste eilandengroepen lang buiten de wereldeconomie. Pas in de Tweede Wereldoorlog, toen enkele eilanden in de vuurlinie kwamen te liggen, werden deze traditionele samenlevingen met hun zelfvoorzienende economieën geopend naar de buitenwereld.

Die late kennismaking met de westerse wereld betekent volgens sommige genetici dat de constitutie van Oceaniërs nog steeds is aangepast aan het leven dat zij leidden vóór het eerste contact. Zij zouden voorbeelden zijn van het zogenoemde ‘spaarzame genotype’, het vermogen om fysiek te blijven presteren bij een lage calorie-inname, dankzij een trage verbranding. Wat ooit een functionele aanpassing was aan een bestaan van lange zeereizen met beperkte voedselvoorraden en sterk wisselende opbrengsten van visvangst en tuinbouw, zou ongunstig uitwerken bij een permanent voedselaanbod. Obesitas en diabetes zouden een fysiologische reactie zijn op zulke snelle veranderingen als een toename van beschikbaar voedsel en een bestaan met veel minder lichaamsbeweging. In de woorden van de Australische gezondheidswetenschapper Richard Taylor: „De evolutie is hier overweldigd door westerse gewoonten.”

James Cook schreef in 1769 over de bewoners van ‘Otaheite’ (Tahiti): ‘De mannen zijn over het algemeen lang, goed gebouwd en hebben krachtige ledematen. Een van degenen van wie wij de maat namen, mat 1 m 90.’ Dat was fors in vergelijking met 18de-eeuwse Europeanen, die gemiddeld niet langer werden dan 1 m 60. „De nazaten van die mensen zijn onder ons,” zegt WHO-man Waqanivalu, „en die hebben dezelfde spijsvertering. Dat Polynesiërs en andere inheemse Oceaniërs een groter risico lopen zwaarlijvig te worden zien we op Fiji, waar de bevolking voor de helft bestaat uit iTaukei, inheemse Melanesiërs, en voor de andere helft uit nazaten van Indiase immigranten. In Fiji als geheel is 36,4 procent van de volwassen bevolking obees, dat is het laagste percentage van heel Oceanië.”

Zelfgevangen vis versus blikvoer

Jonathan Shaw, een Australische diabetesspecialist, erkent dat aanleg een rol speelt, maar, zegt hij, „dat verklaart niet de obesitas die we nu zien.” Volgens hem begon de epidemie in tropisch Oceanië zo’n veertig jaar geleden, toen de regio de rug toekeerde aan traditionele diëten van zelf gevangen vis en zelf verbouwde groenten en die verving door verregaand bewerkt en hoogcalorisch voedsel als witte rijst, bakmeel, blikvoer, verpakt vlees en suikerhoudende frisdranken, allemaal geïmporteerd. Die voorkeur houdt verband met de prijs. Shaw: „In de hele wereld is laagwaardig en hoogcalorisch voedsel het goedkoopst. Zolang de vraag naar gezondere alternatieven klein blijft, geldt dat ook voor de markt. Zo verkopen vissers in Oceanië hun vangst om met de opbrengst ingeblikte tonijn te kopen.” Waqanivalu beaamt dit: „Een fles cola is op de eilanden goedkoper dan een fles water.”

Volgens de WHO-man is er ook een culturele factor in het spel: grote lijven associëren Oceaniërs met een hoge status. Dat dateert nog uit de tijd dat dit standenmaatschappijen waren en de hoofden groot en dik.

Vaughan MacCaughey, hoogleraar aan het College of Hawaii in Honolulu, schreef in 1917 in The Scientific Monthly: „De hoofden van het oude Hawaï onderscheidden zich niet alleen door hun lengte, maar ook door hun gewicht. Tweehonderd kilo was niet ongewoon voor deze bevoorrechte klasse. En deze corpulentie was nog gewoner bij voorname vrouwen dan bij mannen.” De auteur scheef dat toen toe aan vier factoren. 1. Een dieet dat vooral bestond uit zetmeelrijke gewassen als knollen, bananen, zoete aardappelen en broodvruchten. 2. Regelmatig overeten; de Hawaïaanse edelen waren net als hun standgenoten in Middeleeuws Europa grote eters, die per maaltijd enorme hoeveelheden tot zich namen. 3. Een indolente levensstijl; productieve arbeid werd verricht door de lagere standen, terwijl de adel een leven leidde van zalig nietsdoen. 4. Voor adellijke vrouwen was een groot, zwaar lijf een ideaal dat, aldus MacCaughey, ‘werd nagestreefd tot in het groteske’.

‘Big is beautiful’

Waqanivalu, van de WHO, bevestigt die oude analyse: „Nu kan in Oceanië iedereen eten als de hoofden van vroeger. Dat ‘big is beautiful’ geldt hier nog steeds. Maar groot mag dan mooi zijn, dik is ongezond. Dat moet nog doordringen.”

Op Nauru neemt de gewichtstoename extreme vormen aan, zowel een gevolg van oude tradities als van razendsnelle modernisering.

Dit ovale eiland, 42 km bezuiden de evenaar, is met een oppervlakte van 21 vierkante kilometer de kleinste republiek op aarde. Nauru werd in 1888 officieel een kolonie van het Duitse keizerrijk en kwam na de Eerste Wereldoorlog onder gezamenlijk beheer van Australië, Nieuw-Zeeland en Groot-Brittannië. In 1968 werd het onafhankelijk.

Het centrale plateau van het eiland – het hoogste punt ligt 71 meter boven zeeniveau – is omgeven door een ring van koraal. Het enige vruchtbare deel is een smalle kuststrook met kokospalmen van 150 tot 300 meter breed, achter het strand.

Nauru is in feite één grote fosfaatrots. In de jaren zestig is begonnen met de winning en in 2006 waren de reserves volledig uitgeput. Het gevolg is dat nu 80 procent van het eiland een kapot landschap is met tot vijftien meter hoge kalksteenpieken, waartussen het fosfaat is afgegraven. Rond het eiland is 40 procent van het zeeleven gedood door fosfaatslib. Nauru heeft geen natuurlijke reserves drinkwater en moet het hebben van drie ontziltingsinstallaties en opslagtanks voor regenwater op de daken van de huizen.

Welvaartsdieet

In 1967 nam het toen zelfbesturende Nauru de aandelen over van de Britse firma die het fosfaat won. Door de inkomsten uit mijnbouw was het hoofdelijk inkomen van de Nauruanen een van de hoogste ter wereld - alleen dat van de Verenigde Arabische Emiraten was hoger. Het landje importeerde grote hoeveelheden luxe consumptieartikelen – en fast food.

Op Nauru is de gemiddelde BMI nu 34 tot 35. De Nauruanen hebben aanleg voor overgewicht; ze zijn van nature fors en gedrongen. En ook zij houden van grote lijven. Nog maar enkele generaties geleden werden meisjes van goede huize ontmoedigd om veel te bewegen. Zij kregen in speciale ceremonies overdadig te eten om hun gewicht op te voeren en zo hun kansen op de huwelijksmarkt te vergroten.

Toch is de obesitas-epidemie onder de Nauruanen vooral het gevolg van hun ‘welvaartsdieet’. Vissen doen ze bijna niet meer, hun tuinen leveren weinig op en ze eten hoofdzakelijk geïmporteerd, verpakt en bewerkt voedsel.

Snelle verandering van het dieet en steeds meer zittende arbeid zien we ook in andere ontwikkelingslanden. Wat Oceaniërs onderscheidt is de geringe omvang van hun eilanden. Tuvalu, Palau, Nauru en al die andere landjes die hoog op de obesitaslijst staan, behoren tot ’s werelds kleinste qua oppervlakte en bevolking. En dat maakt ze kwetsbaar. Één fastfood-keten of toeristisch resort heeft een veel grotere invloed op deze mini-maatschappijen dan op reuzen als India of Nigeria.

Toch is de toestand niet hopeloos. Onderwijsprogramma’s die mensen aanmoedigen om lokaal verbouwd, gezonder voedsel te eten hebben de obesitas al verminderd in Tonga, Fiji en Hawaï. De ‘Aloha State’, geboorteplaats van Obama, is intussen de slankste deelstaat van de VS.